AKA is een gelikte actiethriller die vorig jaar hoog in de top 10 meest bekeken titels op Netflix terechtkwam. Dit soort films doen het goed bij het publiek: er zijn goeien, er zijn slechteriken en het conflict tussen hen valt op te lossen met spectaculair geweld. Het is een aantrekkelijke sprookjeswereld die gezien de politieke ontwikkelingen door nogal wat mensen ook als realiteit wordt beschouwd. Juist voor hen heeft AKA een verrassing in petto.
AKA lijkt op een first person shooter game. De hoofdpersoon Adam heeft de gelaatstrekken en het uitdrukkingsvermogen van een animatiefiguur. Twee uur lang trekt hij door beeld en maakt het ene dodelijke slachtoffer na het andere. Ik heb ze niet geteld maar het zijn er tientallen. Het geweld wordt fraai in beeld gebracht, een lust voor het oog zou je bijna zeggen want vooral de slechteriken gaan er aan, nu en dan afgewisseld met enkele momenten van empathie als een ‘goeie’ het loodje legt. Het is een soort snacken met je hormonen.
Dat wil niet zeggen dat je niet goed moet opletten want zoals een thriller betaamt is het verhaal een puzzel waarvan je steeds kleine stukjes krijgt aangereikt. Doet iemand iets ongewoons? Dan weet je dat het een sleutel is tot een latere gebeurtenis.
De film opent met dronebeelden van Libië, die zijn geschoten in Marokko. Een pickup truck rijdt door een verder verlaten landschap. De camera zoomt in en daar wappert op de auto de vlag van terreurbeweging IS. Terroristen in de achterbak kijken moordlustig om zich heen. Je weet meteen, dit gaat geen schoolreisje worden. AKA houdt dat tempo twee uur lang vast.
Aan boord zit Adam, die geen terrorist is maar een geheim agent gespecialiseerd in infiltratie en man-tot-mangevechten. Acteur Alban Lenoir heeft naar verluidt drie maanden gevechtstraining ondergaan om zo geloofwaardig mogelijk te lijken. En verdomd, je denkt als kijker steeds ‘daar moet je geen ruzie mee krijgen’. Zijn tegenstanders ontberen dat inzicht gelukkig en krijgen tot vermaak van de kijker de ene praktijkles na de andere.
Adam wordt naar Parijs geroepen want er is een gevreesde terrorist neergestreken die zo snel mogelijk uit de weg geruimd moet worden. Om bij hem in de buurt te komen moet Adam infiltreren in een minstens zo gevaarlijke maffiabende. De leider daarvan blijkt een schattig zoontje te hebben. Dat kind is natuurlijk onschuldig en Adam wordt verscheurd tussen plichtsbesef en zijn geweten ten aanzien van het jongetje. Als kijker glijd je bijna van het puntje van je stoel, want een undercoveroperatie brengt ook een tweede spanningslaag aan: o jee, straks wordt hij ontmaskerd!
Er komen in de film een paar vrouwen voor maar ook die spelen allemaal een soort mannenrollen: een beperkt spectrum van emoties en vaardigheden dat louter voor machtsbehoud wordt ingezet. Het geeft allemaal niet want de film heeft niet meer pretenties dan een tot de nok toe gevuld spektakel te zijn.
Alhoewel… AKA is een film uit Frankrijk, een land dat in oorlog is met IS en de nazaten daarvan. Als je nu naar Parijs gaat weet je niet wat je ziet. Er is voor de Olympische Spelen een indrukwekkende hoeveelheid veiligheidstroepen op de been gebracht. Dat roept een merkwaardige sfeer op. Vorige week tijdens een rondje hardlopen moest ik middenin de stad door een patrouille zwaarbewapende militairen die met hun automatische geweren in de aanslag over straat lopen. Dat was toch een ietwat aparte ervaring. En tegelijk weet je dat het niet heel overdreven is. De recente geschiedenis heeft helaas meermaals geleerd dat terroristen hard toeslaan in Frankrijk als ze de kans krijgen.
Het einde van AKA heeft in dat opzicht een gedurfde en ongemakkelijke verrassing voor de kijker in petto, die wat minder ver verwijderd is van de gecompliceerde werkelijkheid dan de rest van het goed-slechtverhaal. Het maakte de film nog beter dan ik al vond.
Te zien op Netflix.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.