De ware toedracht

Ik stond te wachten bij de autowasstraat toen er een harde knal klonk. Onmiddellijk keek ik de richting van het geluid uit. Er lag een lantaarnpaal tegen de vlakte en even verderop stond een auto waarvan de voorkant zwaar beschadigd was. De bestuurster stapte uit en liep in verbijstering rond.
Achter me hoorde ik wat opgewonden jongensgeluiden van het scoutingterrein die binnen luttele ogenblikken veranderden in een hysterisch hoongelach, toen de jochies doorkregen wat ze zagen. Ik denk bij scouts altijd aan behulpzaamheid maar het Jackass-virus is kennelijk ook niet aan de knapen van Baden Powell voorbij gegaan. De jongens liepen naar de plek van het ongeluk, drentelden wat heen en weer en vertrokken terug naar hun honk.


Het vreemde was echter dit: er stond een zwaarbeschadigde auto en er lag een paal tegen de vlakte maar hoe het gebeurd was bleef voor mij onduidelijk. De paal stond middenin een groenstrook. Daar moest ze dus dwars doorheen gereden zijn. De vrouw liep nog steeds vertwijfeld rond, personeel van het pompstation stond bij haar. Toen ze weer even alleen was, sprak ik haar aan. Er kwam geen begrijpelijke reactie. Ze pakte haar telefoon en begon te bellen
Kortom, ik stond als journalist met mijn neus bovenop een ongeluk en kon nog niets over de toedracht vertellen omdat ik die ene seconde waarin het gebeurde gemist had

George Orwell schreef ooit een anekdote over de Engelse zeevaarder en schrijver sir Walter Raleigh (1552-1618), de man die onder meer tabak en aardappelen in Engeland introduceerde. Toen Raleigh een gevangenisstraf uitzat in de Londense Tower begon hij aan een nieuw levenswerk The History of the World, een titel die de lading van het geschiedkundig werk volledig moest dekken.
Op een dag toen hij aan het tweede deel daarvan bezig was, zag hij vanuit zijn celraam dat twee werklieden ruzie kregen en begonnen te vechten tot een van hen dood bleef liggen. Raleigh probeerde daarna via zijn uitstekende contacten in de gevangenis te achterhalen waarover de ruzie was gegaan. Tevergeefs. De schrijver kwam niet achter de toedracht van een voorval dat hij met eigen ogen gezien had. Daarop verbrandde hij zijn manuscript. Want hoe zou hij ooit de geschiedenis van de wereld kunnen weten als dit al niet lukte?
Ik bracht de avond in overpeinzing door. Uiteindelijk wist ik het antwoord: ik ben geen sir Walter Raleigh.