Vanochtend belde het programma Goedemorgen Nederland om me wat te vragen over Google Earth waar Nederland sinds kort tot in detail op te zien is. Het ging natuurlijk over privacy en terrorisme want dat zijn onderwerpen die nu eenmaal altijd ter sprake komen bij technologie, al bekruipt me wel eens de vraag waarom dan toch niet iedere restaurantbespreking begint met een uitleg over voedselvergiftiging.
Google Earth kun je ook voor andere doeleinden gebruiken. Het genereren van weemoed bijvoorbeeld.
Dertien jaar geleden ontruimde ik samen met mijn broer het ouderlijk huis omdat onze ouders naar een bejaardenhuis verhuisden. Bij het afsluiten wist ik dat ik er nooit meer terug zou keren en wierp een laatste blik op de appelboom in de tuin. Die was ooit ontstaan omdat ik als achtjarige te lui was geweest met een klokhuis naar de afvalbak te lopen. Uit het klokhuis dat ik begroef in een bloempot in de vensterbank was een zaadje ontkiemd. Het plantje zette ik later over naar de tuin.
Appelboom klinkt indrukwekkend maar in werkelijkheid was het een miezerig boompje dat leek te denken dat het een struik was. Appels groeiden er niet aan, daarvoor moest de boom geënt worden en omdat Google nog niet bestond wist ik niet hoe dat moest.
Om het nog triester te maken zat de appelboom altijd onder de luizen. Die werden op hun beurt weer ‘gemolken’ door mieren, die kuddes bladluizen houden zoals wij dat met koeien doen. In ruil voor de luizenmelk beschermen de mieren hun bladluizen tegen lieveheersbeestjes die, in tegenstelling tot wat hun naam doet vermoeden, tot de meest vraatzuchtige roofdieren in de tuin behoren.
Dat weet ik allemaal omdat door de mislukte appelboom een interesse in mieren ontstond. Met name de lasius niger. Dat is de mier die je overal ziet maar waarvan niemand weet hoe die heet. Bruine wegmier in het Nederlands. Zeg het tegen iemand en je krijgt een meewarige blik. Je hoort als normaal mens niet te weten wat voor mieren dat zijn.
De appelboom werd door mij tot mierenboom verklaard. Dan had ik er toch nog wat aan. En het was nu eenmaal mijn boom. Dat heeft iets magisch, je eigen boom hebben. Het lijkt een soort monument voor het leven, het tegenovergestelde van een grafsteen. Omhakken was zo bezien niet eens een optie.
Daar, bij het weggaan, stond de vijfentwintigjarige appelboom in al zijn miezerigheid. Ik wist dat hij bij de nieuwe bewoners geen schijn van kans zou hebben. De bladeren waren dusdanig door de luizen aangetast dat ze opgerold aan de takken hingen. Halverwege zat een vreemde knik in de stam, als gevolg van een zwaar mislukte poging om zonder Google te achterhalen hoe enten werkt.
Dit was een boom die niemand wilde, behalve ik. En ik kon hem niet meenemen.
Toen ik gisteren las dat Google Earth sinds kort gedetailleerde kaarten bevat, ging ik onmiddellijk op zoek naar mijn ouderlijk huis.
De achtertuin was gedeeltelijk geplaveid zag ik.
En op de plek van de appelboom zag ik niets.
Het oogde als een leeg graf.