In het Kamer-debat over dubbele nationaliteit werd Geert Wilders gewezen op artikel 3 van de Grondwet waarin staat dat iedere Nederlander in iedere openbare functie benoemd kan worden.
Zijn motie van wantrouwen tegen de twee bewindslieden is daar in strijd mee.
Geen idee of de Kamer een motie kan aannemen die in strijd is met de Grondwet maar het lijkt me knap lastig worden. Vooral omdat juist om dat te voorkomen alle Kamerleden trouw aan de Grondwet moeten zweren/beloven.
Wilders antwoordde zonder blikken of blozen dat die strijdigheid hem niet interesseerde noch ergens van zou weerhouden. Typisch Geert: regels zijn alleen maar belangrijk als je er zelf wat aan hebt en anders moet je ze gewoon aanpassen.
Dus hierbij: de Grondwet volgens Wilders.
Artikel 1
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Artikel 2
1. De wet regelt wie Nederlander is.
2. De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen.
3. Uitlevering kan slechts geschieden krachtens verdrag. Verdere voorschriften omtrent uitlevering worden bij de wet gegeven.
4. Ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen, bij de wet bepaald.
Artikel 3
Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.
Artikel 4
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.
Artikel 5
Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.
Artikel 6
1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Artikel 7
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio-of televisieuitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.
De hele – ongeschonden – Grondwet is hier (PDF) te krijgen. Waar het om gaat, de grondrechten van individuen, staat in de pagina’s 5 – 9.
CC foto: – sel –