
Een typisch Californische film die behept is met alle problemen uit die regio, waar het leven vooral om nep draait. Drama is in een xxl-portie over het verhaal gegoten: eenzaam kind, zieke vader, gemankeerde relatie tussen broer en zus, stervende demente moeder. Alleen een vermist huisdier ontbreekt. Al die elementen moeten zogezegd diep inzicht geven in het menselijk tekort maar je raadt het nooit… daarin schiet C’mon C’mon juist zelf tekort. De film lijkt te gaan over intermenselijke relaties maar iedereen heeft het alleen maar over zichzelf. Het is een soort twee uur durende psychotherapie die ook nog eens voelt als minstens een halve dag.
De film handelt over een radiomaker die opgescheept wordt met de zorg voor zijn neefje omdat zijn zwager psychisch doordraait en dat alle aandacht van zijn zus opeist. Hoofdrolspeler Joaquin Phoenix voert voor zijn werk innemende gesprekken met kinderen over hun verwachtingen, angsten en teleurstellingen. Die interviews staan in schril contrast met de gesprekken met zijn neefje, die nogal lastig in de omgang is. Het werd me niet helemaal duidelijk of het de bedoeling van de regisseur was maar het liet mooi zien hoe mediaberichtgeving, hoe goed gemaakt ook, op afstand van de werkelijkheid staat. Tv, film, radio, artikelen, ze gaan allemaal over het leven maar het zijn ook constructies. Het zijn hooguit beelden die we graag zien van het leven maar nooit een echte weergave ervan. Dat kan ook niet. Zoiets als het verschil tussen liefde voelen en over liefde lezen. Dat is interessante kritiek, die je ook zou kunnen toepassen op de film maar dat was geloof ik niet de bedoeling, want er werd verder niets mee gedaan. En omdat C’mon c’mon zo’n film is die zichzelf erg goed vindt, zal het ijdele hoop zijn.
C’mon c’mon is gefilmd in zwartwit, zoals meer films met veel pretenties. Denk bijvoorbeeld aan het Mexicaanse Roma. Alsof dat nog niet genoeg is worden er ook nog allerlei teksten in verwerkt, met bronvermelding (!), om je de gewenste diepzinnigheid goed te laten voelen.
Het is vooral een modieuze film. De grote wereldproblemen komen steeds terug, zonder dat daar verder op ingegaan wordt.
De film gaat over inzicht in opvoeden en voor wie dat nog niet begrijpt hangt aan de muur een poster met de naam Rousseau, de Franse filosoof die daar revolutionaire ideeën over neerpende.
Het voelt alsof Mike Mills een Europese film wilde maken maar dat pakt uit zoals Amerikanen pasta of pizza maken, onherkenbaar voor Italianen. Om niet te zeggen: niet te vreten.
Nu ik dit allemaal zo opschrijf realiseer ik me dat de film kennelijk toch iets bij me los maakt. Ergernis is vaak een signaal voor iets – mogelijk heel anders – dat bij jezelf niet lekker zit. Dus misschien gaat C’mon C’mon wel over terreinen die ik zelf liever niet betreed en veroorzaakt dat irritatie. Daarvoor zou ik ‘m nog een keer moeten bekijken. Maar helaas er zijn nog zoveel andere, hopelijk wel goeie, films die ik nog moet zien.