
250 dagen geleden stopte ik radicaal met het drinken van alcohol. Dat wil zeggen, voor een jaar. Ik kwam ertoe mede door iets dat ik las in het boek Sinds Ik Niet Meer Drink van Evi Hanssen. Zij beschrijft daarin black-outs, momenten die ze zich niet meer kan herinneren.
Ik hoefde daar zelfs niet zo heel veel voor te drinken. Een paar glazen volstonden al. Telkens kreeg ik van mijn mededrinkers de volgende dag te horen dat ik helemaal niet zo dronken leek, dat ik nog min of meer goed functioneerde. Ik ben zelfs een paar keer wakker geworden, niet meer wetend hoe ik thuis was gekomen. Als ik dan in mijn huis in paniek rondliep en probeerde om de voorgaande avond te reconstrueren, leek het vaak alsof ik niet eens uit was geweest. Schoenen netjes uitgedaan, kleren op de stoel in mijn kamer, ontschminkt en tanden gepoetst. Eén keer vond ik zelfs het bonnetje van de taxi op tafel, netjes naast mijn sleutels en handtas.
Je delen niet meer kunnen herinneren. Dat heeft iedereen wel eens na te veel drinken. Maar ik vond het interessant dat dronkenschap of veel innemen geen vereiste is voor het effect. Het kan ook al na gewoon een paar glazen optreden.
Ze gaf er ook een verklaring voor:
De puzzelstukjes vielen een beetje in elkaar toen ik tijdens een van mijn dagelijkse wandelingen de podcast Eerlijk over alcohol beluisterde. De sympathieke Nederlandse neuroloog Erik Scherder vertelt hoe zo’n black-out ontstaat. Kort samengevat: alcohol heeft een acuut effect op de hippocampus in je hersenen. Die hippocampus is betrokken bij het opslaan van nieuwe herinneringen. Bij mensen met alzheimer en dementie is de hippocampus trouwens een van de eerste structuren in de hersenen die wordt getroffen. Om dingen te onthouden en herinneringen te maken moet je geheugen de dingen die je ziet, hoort, zegt en doet van je kortetermijngeheugen naar je langetermijngeheugen verhuizen. Maar alcohol verstoort die hele verhuizing en daarom herinner je je dus niets meer. Het kan best zijn dat je redelijk normaal gedrag vertoont op de avond zelf, maar dat je hersenen dat niet registreren.
Het gaat dus niet zozeer om de hoeveelheid alcohol maar om de stof zelf.
Een paar weken nadat ik het las overkwam me iets soortgelijks. Ik ging na het avondeten, met een wijntje natuurlijk, naar de bioscoop. Met weer een wijnglas ging ik in de zaal zitten en bekeek de film. Niks aan de hand. Prachtige film. Drie wijntjes gedronken, lekker slapen.
De volgende ochtend werd ik wakker en herinnerde me de avond en de film. Op één ding na. Ik wist niet meer hoe ik thuis gekomen was. Ja, ik kon beredeneren dat ik gelopen had, een wandeling van een minuut of 20 die ik vaak maak, maar ik kon me er niets, maar dan ook echt niets, meer van herinneren. Een zwart gat na de aftiteling, tot aan de volgende ochtend. Terwijl ik toch echt niet veel gedronken had.
Ik schrok. Ik bedacht dat het me wel eens vaker was overkomen maar er dan verder geen aandacht aan had besteed. Hier heb ik geen zin in, realiseerde ik me plots. En ik besloot in te grijpen. Nu eens niet door Dry January te doen maar gewoon een jaar lang te stoppen. Per direct. Kijken wat er gebeurt.
Ik heb al eerder geschreven over wat er vervolgens gebeurde. Een transformatie, wordt het wel genoemd. Ik hou niet zo van dergelijke termen omdat ze mij teveel smaken naar marketing en andere vormen van bekering. Maar ik kan niet ontkennen dat de verandering me verbaast: Ik ben – bijna – nooit meer moe, ben opgewekter, fitter en wat al niet meer.
Het enige lastige is het sociale. Er is een enorme druk om te drinken, zoals die er vroeger was om te roken. Alcoholvrij bier helpt je er aan te ontsnappen maar neemt de sociale dwang niet weg. Drinken is de norm. Ook al is dat aan het veranderen, althans volgens de media. Jongeren drinken minder dan voorheen, zeggen de berichten. En ik merk het ook wel om me heen. Mensen praten er uit zichzelf niet gemakkelijk over want wie zegt geen of minder alcohol te willen drinken krijgt al snel het stempel van verslaafde. Dat is onderdeel van de druk, zo wordt voorkomen dat stoppen met alcohol bespreekbaar wordt. Daarom schrijf ik dit op, ook al is het beschroomd.
Afgelopen week was er een feestje waarvan ik wist dat niemand er nuchter zou blijven. Dat hoeft ook niet, het is immers een feestje. Maar ik dan? Normaal gesproken zie ik al op tegen feestjes omdat ik me er absoluut geen houding weet te geven.
I’m no good at chatting up and always get rebuffed. Enough to drive a man to drink, zingt Jona Lewis in de 1980 hit You’ll Always Find Me in the Kitchen at Parties.
Zo ben ik ook. Een dansfeest zonder drank leek me dus helemaal zoiets als een poolparty zonder water.
Ik belde een vriendin, legde de situatie uit en vroeg of ze misschien mee wilde. Om op haar terug te kunnen vallen in nood. “Het kan zijn dat ik na 15 minuten alweer weg wil”. Dat vond ze prima.
Op weg naar het feest piekerde ik nog over de houding die ik moest aannemen. Me direct terugtrekken in de keuken? Pogingen doen te praten? Ik probeerde gespreksonderwerpen te bedenken maar kwam op niks anders dan de ondergang van de wereld.
Ineens wist ik het. Ik zou gaan dansen. Dat doe ik normaal gesproken voor geen goud, behalve na alcohol, omdat ik niet kan dansen en geen zin heb ook daarom uitgelachen te worden. Maar ik moest nu eenmaal iets doen en had daarbij al mijn dagelijkse bezoek aan de sportschool misgelopen dus kon wel beweging gebruiken. Bovendien zou ik van dansen een goed gevoel krijgen. Swing en je lichaam maakt uit zichzelf genotsmiddelen aan.
De muziek klonk, de discobol strooide regenboogkleuren in het rond en een rookmachine gaf het gevoel dat ik in club was. Iedereen was in een vrolijke stemming, de vriendin betoonde zich de sociale vlinder die ze is en vermaakte zich prima. En ik danste. En danste. En danste. In het begin voelde het even ongemakkelijk maar niemand lette er op, er waren geen camera’s en de muziek bonkte lekker diep door. Ik kreeg er steeds meer zin in, voelde mijn hoofd lichter worden en werd steeds vrolijker. Dance like no one is watching, was het devies.
Ineens begon er iets te dagen. Ik ben natuurlijk niet de enige die zich aanvankelijk zo voelt. Mensen ‘ontspannen’ zich op een feest door gelijk een lekker wijntje naar binnen te gooien en los te worden. Maar waarom zijn ze gespannen? Ook vanwege het feestje zelf. Dat geldt vast niet voor iedereen maar ik ken maar weinig mensen die er geen last van hebben, van die milde vorm van sociale fobie. Het is misschien te vergelijken met roken, dat doen mensen ook om zich een houding te geven, verveling tegen te gaan. Maar waarom hebben ze eigenlijk geen houding en vervelen ze zich? Omdat ze gewend zijn te roken.
Ik kan me niet voorstellen dat jij hier broodnuchter aan het dansen bent, zei de vriendin die het feestje gaf grijnzend met glinsterende ogen. Ik lachte en dacht ‘ik eigenlijk ook niet maar het is toch echt zo’. Een zeldzaam geluksgevoel maakte zich van me meester. Ik was onder invloed van mezelf.
We gaan naar feestjes omdat we willen ontspannen, omdat het plezier stoffen in onze hersenen aanmaakt waardoor we ons gelukkig voelen. Maar het feest zelf is met zoveel stress omgeven dat we drank nodig hebben om te kalmeren. Of om de vreugde te beleven.
Ik voelde me plots nog beter. Dat ik me gelukkig voelde deed ik helemaal zelf. De vrolijkheid van de andere mensen hielp daar natuurlijk bij. Hun plezier was besmettelijk. Zou dat ook lukken als iedereen broodnuchter was? Nee? Maar zou dat wel moeten kunnen?
Ik merkte dat ik het leukste feestje in tijden beleefde. Ik was niet alleen bevrijd van de zucht naar alcohol maar van veel meer. Van een soort vrees die ik nooit eerder zo ervaren had, doordat die nu afwezig was.
Goeie moves, zei de vriendin. Ik glunderde ook al wist ik niet of ze het meende of dat ze alleen maar aardig wilde zijn. Het was beide goed.
And now I’ve done my time in the kitchen at parties. I’ve done my time in the kitchen at parties.
PS: Abonneer je hier op mijn gratis nieuwsbrief In de Week. Met iedere week nieuwe ontdekkingen.
Wat heerlijk om te lezen!
Dank je wel voor deze feestelijke reactie 🙂
Ik heb nooit sociale druk gevoeld om te drinken, te roken of drugs te gebruiken. Heb het altijd stom gevonden. Al vanaf mijn tienerjaren. Maar ik ben dan ook niet iemand voor feestjes. En dat niet vanwege sociale angst of zo. Een feestje levert vooral te veel prikkels op. Ik spreek graag mensen, maar wel met hooguit een paar tegelijk.
En dansen … als je me ergens ongelukkig mee wilt maken: daar heb je het.
(Reactie waar je niks aan hebt. Maar toch.)
Als je niet zo geconditioneerd bent dan heb je er ook geen last van. Gelukkig mens.
Als niet drinker (tienerjaren drie keer dronken en zo snel ziek van alcohol dat ik het niet de moeite vond) is het best interessant om te lezen wat er in drinkers/gestopte drinkers omgaat. Wat ingewikkeld…..sociale druk, onzekerheid, welke houding, dansen met, dansen zonder…..ik heb er nooit bij stilgestaan dat drank zo’n grote rol kan spelen in het sociale leven. Wel fijn dat je zonder drank los durfde te gaan……wie weet zeg je na een jaar zonder drank wel ‘zonder is veel leuker’, ik ben heel benieuwd. Straks ga je nog een potje mediteren en met je laptop op het laarzenpad werken. Bammetje mee……hoef je ook die sportschool niet meer in.