Deze vlinder, hier op de foto, vloog geschrokken op toen ik de plantjes op het balkon water gaf. Hij landde op een tuinmeubel en deed z’n best de indruk te wekken dat hij onderdeel is van het meubilair. Ik zag dat zijn camouflage leek op het hout. Zou hij er daarom zijn gaan zitten? Wil dat dan ook zeggen dat hij weet hoe hij er zelf uit ziet? “O, kijk dat past precies bij me. Dan vindt niemand me.”
Natuurlijk is dat niet zo, zal een bioloog zeggen. En dat klopt vast. Een vlinder denkt waarschijnlijk niet als een mens. Dat lijkt me ook beter want dan zou er nog een soort zijn die een zooitje maakt van de planeet. Maar ik raak er langzamerhand van overtuigd dat we denken dat dieren niet denken omdat ze niet denken zoals wij.
Sorry voor deze lelijke zin.
Ik bedoel er mee te zeggen dat wij denken definiëren zoals we denken dat we dat zelf doen. Het is bedachte uitsluiting. Het is als een antilope die definieert wat rennen is en vervolgens iedereen uitlacht die dat niet na kan doen.
De vlinder was ongeveer twee centimeter groot. Hij was bang want hij bleef doodstil zitten, zelfs toen ik een foto van dichtbij maakte. Je mag natuurlijk ook niet zeggen dat een vlinder bang kan zijn. Want dat is emotie en onze hele manier van leven draait om de ontkenning daarvan in andere dieren, voor zo ver we die niet leuk vinden. Als je weet dat dieren emoties hebben, bouw je geen slachthuizen.
Die laatste zin is een mooi, krachtig statement maar terwijl ik de punt plaats weet ik dat het zoals de meeste statements weliswaar waar is maar tegelijkertijd niet klopt. Ik herinner me een verbazingwekkend interview met de autistische architect Temple Grandin door de meesterinterviewer Errol Morris. Zij was begaan met het lot van koeien en ontwierp slachthuizen waar ze minder van in paniek raken.
Terug naar de vlinder want nu wilde ik weten wat het was. Ik voerde een foto aan de app ObsIdentify. Die wist het meteen: paardenbloemspanner. “100 procent zeker”. Dat laatste vond ik nogal arrogant want er staan geen paardenbloemen op mijn balkon. Dat lijkt een logische redenering van me, het bekende ‘gezond verstand’ maar daar wordt nooit bij verteld dat de kwaliteit van logica afhankelijk is van kennis. Op de site van de Vlinderstichting lees ik dat de paardenbloemspanner zich helemaal niet voedt met paardenbloemen. Hup, weg is de logica.
Een spanner, ook al zo’n onbekend begrip. Dat blijkt een groep vlinders te zijn waarvan de rups zich voortbeweegt door zich te spannen. Ik lees dat de rupsen van deze vlinder ook al zo’n goeie camouflagetechniek hebben. Ze kunnen net doen alsof ze een takje zijn. Oftewel ze beschermen zich door te doen alsof ze iets anders zijn.
Over dat laatste dacht ik nog even na. Het klinkt kameleonachtig maar dat doen wijzelf natuurlijk ook. Mode is camouflage. Je kiest het om er uit te zien zoals je wilt zijn. Of om, zoals bijvoorbeeld de politici met blauwe pakken en bruine schoenen, er juist net zo uit te zien als anderen. Bij wijze van bescherming, ‘kijk, ik hoor hier’.
Zie je die voelsprieten? Die dunne, kwetsbare draadjes. Die zijn zo gevoelig dat vlinders in staat zijn om lokstoffen op molecuulniveau te detecteren. Per molecuul! Daardoor zijn ze in staat elkaar over zeer grote afstanden te vinden als ze behoefte hebben tot paren. Terwijl mensen met hun grote neusgaten daarvoor toch al gauw een hele plens parfum of after shave nodig hebben.
Ik lees dat deze rups en vlinder de planten waar ze op leven nauwelijks schade berokkenen. Dat neemt me nog meer in voor dit diertje, waarvan ik een kwartier geleden nog niet eens wist dat het bestond. Terwijl het een soort is die overal voorkomt. Een excuus voor mijn onwetendheid is dat het een nachtvlinder is. Hij leeft in dezelfde wereld maar in een andere tijd. Daarom komen we elkaar nooit tegen.
Zo zie je maar weer, de kleine wereld om je heen is groter dan je denkt.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Doe net als meer dan tweeduizend andere lezers en abonneer je hier gratis.
Alles wat leeft wil blijven leven. Leven is iets heel bijzonders en alle levende wezens ‘weten’ dat, hoe dan ook.
Heel leuk te lezen, dank voor het delen
In de Cevennen in Frankrijk waar het toch al tiert van mij onbekende insecten , zagen we eens een rondscharrelend takkenbosje in de tuin . Dus geen wandelende tak, maar een heel bosje. Aan het eind van bosje stak hij af en toe zijn kopje om te zien wie hem tussen duim en vinger hield . Ik ben vergeten hoe hij/zij heette , er zou geen fraaie vlinder uitkomen maar wel iets ranks vleugelachtigs .
Dank je voor je verhaal , het leidt zo heerlijk af van alles buiten het balkon .