The Surfer is een film waarin niet wordt gesurft. Met die teleurstelling is eigenlijk voldoende gezegd. Al lang voordat de aftiteling begon, concludeerde ik dat dit de slechtste film is die ik in tijden heb gezien. Iedere tien minuten keek ik op mijn horloge. Weliswaar had ik niet tevoren gecheckt hoe lang de film duurde maar ging ervan uit dat het nooit langer dan 90 minuten kon zijn. Anders zou de marteling een schending van de universele mensenrechten zijn.
Ik zuchtte hoorbaar. Niet omdat ik als een Karen-achtig type de anderen in de zaal wilde opzadelen met mijn ongenoegen maar omdat het de enige manier was om de vertoning dragelijk te maken. Wat op zich natuurlijk al bijzonder is. Dat een zucht opluchting biedt. En andere mensen zich daar al snel aan storen. Dat is eigenlijk best sadistisch. Kijk, had ik zomaar een gedachte die interessanter was dan deze hele film.
Ik was er in getuind omdat in de aankondiging stond ‘psychologische thriller’. En omdat het enige alternatief een film van Wes Anderson was, die ook altijd aanstellerige onbedoelde vervelingshorror maakt. “We hadden beter naar Anderson kunnen gaan,” zei mijn bioscoopmaatje toen het zaallicht weer aan ging.
The Surfer steekt als thriller niet boven poppenkastniveau uit. ‘Pas op Jan Klaassen, daar achter je!’ bibberen de 2-jarigen. Er zaten alleen geen 2-jarigen in de zaal. En de psychologie, voor zover aanwezig, ging ook niet dieper dan dat niveau. Papa verdrietig, papa boos.
Papa wordt in dit geval gespeeld door Nicholas Cage. Bij sommige mensen gaan dan meteen alle alarmbellen rinkelen maar niet bij mij. Ik ben op filmgebied zo onwetend dat ik bij zo’n brandalarm mezelf niet meteen in veiligheid breng maar denk ‘wat een raar geluid, waar komt dat nou vandaan?’
Nicolas Cage komt bij de openingsscène in beeld met zijn zoon. Ze rijden naar een surfspot aan de Australische kust waar Cage, zijn personage heeft geen naam, een huis wil kopen vanwege zijn jeugdherinneringen. Je voelt als kijker meteen dat er iets mis is. En dat bedoel ik niet als ingrediënt van een thriller. Nee, hier probeert iemand een pentekening te maken met klodders olieverf. Het gevoel van ongemak dat normaal gesproken een zekere spanning creëert, wordt hier in je gezicht gesmeten en uitgesmeerd.
Het duo loopt het strand op om te gaan surfen maar wordt tegengehouden door een stel plaatselijke kleerkasten, met de acteervaardigheden van een Ikea Pax. ‘Hier nie wonen, hier nie surfen’, krijgen de vader en zoon dreigend toegebeten. Dat is meteen ook de beste dialoog. De rest van de film, ik verklap hier niks mee, bestaat uit pogingen om toch te gaan surfen op die plek. Gelardeerd met diepzinnigheden die zo van de wandtegeltjes uit een souvenirwinkel aan de kust lijken te komen.
Lang geleden kende ik een meid die een fervent surfer was. Ze vloog de wereld over op zoek naar de beste golven. Ik kon me daar niet zoveel bij voorstellen. In gesprekken probeerde ik de drijfveer wel eens te achterhalen maar tevergeefs, ieder antwoord bleef voor mijn gevoel altijd aan de oppervlakte steken. Tegelijkertijd werd het omgeven met een schijnbaar ondoorgrondelijke magie. Tot ze van de ene op de andere dag er mee stopte. “Het is best wel een leeg wereldje,” gaf ze als verklaring. Ik dacht er aan terug tijdens de film.
Voordat ik naar de bioscoop ging, was ik naar de Rooftop Roetsj geweest. Dat is een tijdelijke, enorme glijbaan vanaf het dak van het Maritiem museum. De wachtrij duurde 35 minuten, het glijden zelf 14 seconden. Die paar seconden waren lekker. Er zijn periodes in mijn leven geweest dat ik er probleemloos de hele dag zou doorbrengen in de hoop dat de volgende keer nog lekkerder zouden zijn. Wachten, glijden, wachten, glijden. Zo zal het met surfen ook zijn.
Toen ik de bioscoop verliet werd ik natuurlijk bekropen door twijfel. Misschien had ik het allemaal verkeerd begrepen. Of erger nog: helemaal niets van begrepen. Was het een ode aan de B-film? Eenmaal thuis las ik driftig wat recensies en dat leek inderdaad een verklaring te zijn. Al waren niet alle recensenten het er over eens. Dat is natuurlijk ook het dilemma bij een ode aan slechte films. Moet zo’n film dan zelf ook slecht zijn? Is dat dan juist goed? Of kan slecht nooit goed zijn. Je ziet, het levert cirkelredeneringen op waar de gemiddelde surfer vast van smikkelt, eindeloos rondjes draaien.
Datzelfde geldt voor het thema waar de film op leunt: mannelijk onvermogen. Cage is een emotionele mislukkeling die vlucht in materialisme, een beproefd verdovingsmiddel. Hij hoort nergens bij, krijgt van niemand erkenning, terwijl hij daar naar snakt. Als materialisme niet langer werkt rest er in de mannenwereld nog maar één ander medicijn om de emotionele gebreken te verhullen: geweld. Over dat masculine sektarisme gaat de film ook. Geheel in lijn met de rest van het beperkte uitdrukkingsvermogen betreft het hier ook echt een sekte. Een film over het gebrek aan emotionele vaardigheden moet die natuurlijk zelf ook hebben. Dat is The Surfer, een holbewoner die reflecteert op zijn bestaan, zonder zaklamp.
Als ik het zo opschrijf klinkt het misschien nog wel wat. En wie weet is het dat ook, voor anderen. Al blijft de score van 6,5 op imdb voor mij een raadsel. Net als de surfwereld.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Doe net als meer dan tweeduizend andere lezers en abonneer je hier gratis.