Daar ga ik dan, mei social vrij

Ik zal niet zeggen dat het in een opwelling was, daarvoor speelde het idee al te lang in mijn hoofd. Maar ik durfde er eerder niet aan.

Toen ik vrijdagochtend veel te vroeg wakker werd, wetende dat ik de slaap niet meer zou vatten, begon ik niet naar het plafond te staren, waarover je wel eens leest in oude boeken, maar greep ik zoals gebruikelijk naar mijn telefoon, dat kleine schermpje waarmee je de tijd zo makkelijk kunt verdrijven. Misschien kwam het omdat ik me al dagen geestelijk niet zo lekker voel en ik geen zin had dieper onderwater getrokken te worden, maar ineens nam ik een drastisch besluit. Het is 1 mei, dacht ik. ‘Mei social vrij’. Een soort dry january voor digital junkies.

Ik hield mijn duim op het scherm van mijn iPhone gedrukt. De icoontjes gingen dansen. Ik verwijderde Instagram. Daarna BlueSky. Facebook. LinkedIn. Weg ermee. Het voelde alsof ik de deur van mijn huis achter me dichttrok zonder enig idee waar heen te gaan. Zou ik het volhouden, of morgen alweer huilend op de stoep staan?

Eerlijk gezegd was ik er tot nu toe van overtuigd dat ik er niet mee zou kunnen stoppen. Dat wil zeggen, zoals een roker dat denkt. ‘Ja, ik kan best stoppen. Maar niet nu.’ Nu ik de apps verwijderde merkte ik hoe de onrust die toch al in me wakkerde, nog heviger werd. Dit kon eigenlijk alleen maar verkeerd uitpakken. Het leek me alleen daarom al verstandig om het nergens aan te kondigen. Dat is namelijk ook zo’n ijzeren wet: mensen die met veel bombarie op sociale media aankondigen dat ze er mee stoppen zie je vrij snel weer terug. Zoals half januari de rokershoek weer vol stroomt.

Wat een zetje gaf was een ontdekking die ik een paar weken geleden deed. Ik scrollde door mijn dm’s op zoek naar een oud bericht en zag gedeactiveerde accounts voorbijkomen. De berichten staan er nog wel maar de naam en foto is weg. De gebruikers zijn gestopt, Instagram bewaart hun gegevens voor als ze weer terugvallen in hun oude gewoonte, als een digitale drugsdealer. Ik klikte op zo’n uitgewiste naam en opende opgeslagen conversatie. “Ja leuk” was de laatste opmerking van vier maanden geleden. Maar van wie was dat geweest? Ik scrollde naar boven, weken, maanden, kwamen voorbij, een gestage stroom aan opmerkingen. Maar allemaal in de geest van ‘moet je dit zien’, smileys, over en weer. Ik kon niet achterhalen van wie ze afkomstig waren. Ik schrok. Het onderhouden van contacten was altijd een belangrijke reden om sociale media te blijven gebruiken. En dit was het resultaat: een conversatie van maanden zonder een idee te hebben met wie.

Het was me al eerder opgevallen bij gewone postings op social media dat die nauwelijks beklijven. Ik kan een hele avond wegscrollen op social media en me er de volgende dag werkelijk niets meer van herinneren. Zoals ik dat vroeger had met een avondje tv-zappen. Dat was ooit een van de redenen om de tv weg te doen. 

Nu bleek dat dus ook op te gaan voor sociale contacten. Was ik een groot deel van mijn leven aan het verzappen? Er kwam een gedachte terug die ik jaren geleden had, dat je via een scherm, bij gebrek aan sociale interactie, vooral tegen jezelf praat. Ineens zag ik mezelf als de zonderling die voortdurend in zichzelf mompelt. 

De eerste uren miste ik de apps. Of laat ik het zo zeggen, ik was me er bewust van dat ze er niet meer waren. Niet dat ik er naar verlangde maar er vielen gaten in mijn routines. Ik liep door het Museumpark, zag een boom en pakte automatisch mijn foon om er een foto van te maken. De deel-routine. Dat hoefde dus niet meer. Het was een moment van gewaarwording.

Lang geleden, ver voor de digitale revolutie, was ik fotograaf en had ik vrijwel altijd een fototas om mijn schouder. Ik bekeek de wereld door een denkbeeldig kader, alsof je door de zoeker van de camera kijkt. Dit daar links in beeld en dan dat daar rechts. Mooi plaatje.

Ik bleek nu een soortgelijke blik te hebben ontwikkeld, minder gekadreerd omdat een iphone zich niet laat beperken door brandpuntsafstand. Als die term, die stamt uit de tijd van de grammofoonnaalden, je nog iets zegt. 

Ik wil maar zeggen, ik keek ongemerkt naar de wereld door een Instagram-filter. Dat klinkt dramatisch maar het is ook een vorm van bewust kijken, zij het selectief. Ongeveer zoals een vogelaar altijd luistert naar welk gezang er klinkt. Ik ben er ook niet negatief over. Zo’n blik beperkt niet alleen maar maakt je ook opmerkzaam.

Nu ik er over nadenk, realiseer ik me dat ik heel vaak iets tussen de wereld en mezelf plaats, een camera, een houding, een toetsenbord, zoals je ook kleding draagt als je de straat op gaat. Dit laatste is een metafoor die om een uitwijding smeekt maar daar ga ik nu niet aan toegeven. Ik keek naar de boom in het park, de roze bloesem, zag hoe mensen zich verpoosden in het gras op deze eerste zomerdag en draaide de iphone in mijn hand een kwart slag. Een ouderwetse horizontale foto, voor op mijn eigen website. 

Het is nu ruim 24 uur later. Ik heb vannacht meer dan tien uur geslapen, na weken waarbij dat meestal niet meer dan zes uur was. Ik weet, het is nog veel te vroeg om te juichen, misschien krijg ik straks wel huiduitslag wegens app-gebrek. Of donder ik in een mentaal ravijn omdat de Instagram-brug is ingestort. Maar vooralsnog voelt het goed. 

Ik las na het verwijderen van de apps prompt in één ruk een 19e eeuws Frans boekje uit waar ik me al dagen doorheen probeerde worstelen. La Dame pâle van Alexandre Dumas, over vampieren die al het leven uit je weg zuigen en niet te bestrijden vallen, behalve door ze met gepast geweld totaal te vernietigen. Big Tech avant la lettre.

Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.