
Het is een enorme kunstinstallatie waar je doorheen loopt en die voelt als een thriller. The Deliverance and the Patience van de Brit Mike Nelson is een doolhof van kamers en gangen die allemaal met elkaar verbonden zijn maar op zo’n manier dat je het overzicht volledig kwijtraakt. De deuren piepen, de vloeren kraken, je waant je op de set van een horrormovie. Overal zijn voorwerpen en restanten te zien van een geschiedenis. Asbakken, landkaarten, een versleten motorjack, linkse protestaffiches, een bar die lang geleden de laatste klant ontving.
Het werk dat bestaat uit 16 kamers en tientallen meters gang, werd ruim 20 jaar geleden gemaakt als Britse inzending voor de Biënnale van Venetië, de belangrijkste kunstentoonstelling ter wereld. Nelson, die toen werd gezien als een opwindende nieuwe kunstenaar, baseerde het werk volgens eigen zeggen op piraten die eeuwen geleden alternatieve kolonies stichtten om te ontsnappen aan het kapitalisme. Wat als ze succesvol waren geweest?
Ik kwam pas achteraf achter die betekenis. Onbevangen zag ik iets heel anders. Ik vond het een geweldige ervaring, dat verdwalen, de geluiden en al die herinneringen uit vervlogen tijden maar ik zag het als een doolhof door de geest van een linkse, oude, witte man. Ja, er hing duidelijk de sfeer van verzet en rebellie maar het toonde ook een wereld waar vrouwen amper een rol in spelen. Een samenleving die draait om stoerheid. Een wereld waarin verre landen er zijn om te veroveren. Een doolhof kortom waar helaas menig man uit die tijd nog steeds in opgesloten zit.
Mike Nelson: Extinction Beckons. Tot 7 mei te zien in de Hayward Gallery te Londen.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de afgelopen week zag, las, hoorde en dacht. Fijn als je die wilt ontvangen. Abonneer je hier gratis. Dank je wel