Sudderen

Omdat ik zaterdag in mijn column in de Volkskrant kritiek uitte op de praktijken van KRO’s Reporter, het tv-programma dat de persoonlijke financiën van alle journalisten wil openbaren, kreeg ik ze deze week meteen achter me aan. Voorspelbaarheid is immers het meest in het oog springende kenmerk van middelmatigheid.
In een e-mail werd gevraagd of de door de RVD verstrekte gegevens over een spreekbeurt die ik had gehouden klopten. Het leek mij van niet maar voor de zekerheid vroeg ik het nog even na bij mijn zaakwaarnemer die – omdat ik bureaucratisch zwakbegaafd ben – alle afspraken die met formulieren te maken hebben voor me bijhoudt. En inderdaad: de datum klopte niet, het onderwerp klopte niet en het honorarium klopte niet. Dus ik mailde terug:
Beste Jacco Versluis,
Die informatie klopt niet.
vriendelijke groet,
Francisco van Jole

Dat was natuurlijk niet voldoende. Dus moest er nog meer heen en weer gemaild en gecontroleerd en weer nagevraagd worden bij de RVD – op Prinsjesdag nog wel.
Ik heb geen idee wat Jacco Versluis verdient, noch wat de ambtenaren van de RVD kosten maar een paar honderd euro ben je zo verder.
En waarom? Om dit. (Of althans wat ik er nog van weet.)
Ruim drie jaar geleden op een warme zonnige dag vond er in Madurodam een bijeenkomst plaats van allemaal ambtenaren over onder andere internet en overheidscommunicatie. Ik was gevraagd om daar ter plekke een analyse te geven van de websites van ministeries. Dat heb ik gedaan. Dus bijvoorbeeld geconstateerd dat op de site van Justitie stond dat Noord-Irak veilig genoeg was om als vluchteling naar terug gestuurd te worden en dat tegelijkertijd in de online reisadviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken precies het tegenovergestelde stond. Ik vertelde over hoe het ene ministerie je aanspreekt op een toon die je als bezoeker het gevoel geeft dat je in Ikea bent beland en hoe de andere een veel formelere benadering hanteert. Terwijl tegelijkertijd wel in alle ontwerpen de Nederlandse politiek-culturele opvattingen over de Staat doorklinken. Dus nergens pracht en praal of intimiderend machtsvertoon. Net zo min als ministeries pilaren en hoge trappen hebben met geüniformeerde bewakers voor de deur. En ik pleitte voor het gebruik van open standaarden. Dus liever geen PDF-bestanden op websites want dan lever je je als overheid uit aan een bedrijf.
Kortom, ik hield als journalist een verhaal dat ik voor wat betreft inhoud altijd gehouden zou hebben maar dat me anders nooit gevraagd wordt dan wel dat er nergens in de media plaats voor zo’n specifieke behandeling is. Het enige wat indruk maakte was dat ik direct na de premier, die het symposium opende, sprak. Daar dacht ik toen ik meteen na mijn lezing vertrok in de auto nog het meest over na. Over de stralingskracht van macht. En over hoe een meneer van de RVD tijdens mijn verhaal verontrust gebaarde dat ik moest stoppen omdat ik de vastgestelde tijd ruimschoots overschreed en het hele programma in de war schopte. Krijg ik eens vet betaald, maak ik er nog een rommeltje van.
In die uitleg is Reporter niet geïnteresseerd. Ze willen alleen maar weten hoeveel geld ik er voor gevangen heb. Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Het klinkt vast naïef maar ik weet het meestal niet. Maar bij Reporter geloven ze dat niet. En ze zijn nu dus al een tijd bezig om dat voor zo ver mogelijk allemaal tot in detail te achterhalen. Niet alleen van mij maar liefst van alle journalisten. Want in de ogen van Reporter is iedereen verdacht.
Vanochtend bij de koffie werd ik ineens boos. Het is toch eigenlijk wel een grof schandaal als op basis van niets je integriteit ter discussie wordt gesteld door lui die zich ook nog eens journalist noemen. Who the fuck is die Jacco Versluis eigenlijk? Ik tikte zijn naam in bij Google en kreeg prompt zijn 06-nummer. In een opwelling deed ik wat je nooit moet doen.
Hij klonk verrast. Op de achtergrond hoorde ik huiskamergeluiden.
Ik vroeg hem of het onderzoek naar mij al afgelopen was, of ik nog verdacht werd.
Er ontspon zich een vervelend gesprek, zoals een dergelijk gesprek alleen maar vervelend kan zijn.
Ik slikte de meeste van mijn sneren nog in, al lag de vraag ‘doe je dit werk eigenlijk in uniform?’ op het uiterste randje van mijn lippen.
Je bent mensen verdacht aan het maken, zei ik terwijl ik steeds bozer werd. Je roept ‘dieven rijden in rode auto’s en kijk eens wie er allemaal in een rode auto rijden!’
Dat beaamde hij zo waar.
Al is dat bij nader inzien niet zo opmerkelijk. Wie het forum van de website bezoekt leest vrijwel alleen maar verhalen waarin journalisten verdacht worden gemaakt, van corruptie beschuldigd of tot leugenaars bestempeld. Dat is het klimaat dat de inquisiteurs van Reporter graag oproepen. Ze doen het zogezegd voor het volk.
Het meest veelzeggend was zijn laatste opmerking net voor ik ophing: “Op een gesprek als dit teer ik een hele dag.”
Ik legde neer, knielde voor het Mariabeeld in de gang en smeekte de Heilige Maagd om een paar weken extra vagevuur voor de redactie van Reporter. Ze hoeven niet te branden in de hel. Zachtjes sudderen is voldoende.