De echte mode van de duivel

Een sleutelscéne in The Devil Wears Prada 2 speelt zich af in het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan waar een van de beroemdste kunstwerken te zien is, het ruim 600 jaar oude Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. De uiterst kwetsbare muurschildering, waarop te zien is hoe Jezus aan zijn apostelen bekendmaakt dat één van hen hem zal verraden, bevindt zich in de eetzaal. Een bezoek is niet eenvoudig. Er worden maximaal 40 bezoekers tegelijk binnengelaten, die zich niet langer dan 15 minuten mogen vergapen, dan is het tijd voor de volgende groep. Toegangskaarten zijn al maanden tevoren uitverkocht.

In de film zie je hoe anders dat is voor de top van de mode-industrie. In een zucht naar de extravaganza waar die wereld verslaafd aan is wordt voor hen in deze eetzaal een exclusief diner georganiseerd. Hoofdredactrice Miranda Priestly, gemodelleerd naar Anna Wintour van Vogue en gespeeld door Meryl Streep, legt haar medewerker Andy, Anne Hathaway, uit wat er zo bijzonder is aan de schildering. Het tafereel is al talloze malen geschilderd en daarbij wordt Jezus steevast getooid met een halo maar Da Vinci liet dat symbool van heiligheid weg, juist om te benadrukken dat de goddelijke zoon mens onder de mensen wilde zijn.

Het is een comedy, dus het is vast spottend bedoeld dat de keizerin van de mode-elite daar met zoveel gevoel over praat. Het hele idee van gelijkheid staat immers haaks op de glamoureuze modewereld die de film portretteert. Tegelijkertijd is het wel degelijk een morele les over het belang van gelijkheid. Deze sequel wil immers afstand nemen van het überkapitalistische wereldbeeld waar het 20 jaar oude origineel op dreef. En precies daar wringt wat mij betreft de schoen. 

De mode van Vogue draait juist om ongelijkheid, om onbetaalbaarheid. Combineer mode met gelijkheid en je krijgt al snel een zhongshan-pak, of zoals wij dat noemen: een Mao-pak. Quelle horreur! Geen vrouw of modebewuste man die op een feestje wil belanden waar een andere aanwezige precies hetzelfde draagt.

In de originele versie uit 2006 zien we een jonge vrouw die min of meer per ongeluk de persoonlijk assistent wordt van de extreem onaangename hoofdredacteur Priestly, die met haar glossy in de top van de champions league van de modewereld speelt. Je kent het wel: genadeloos perfectionisme, onmenselijk arbeidsethos en dédain voor iedere vorm van niet-functionele empathie. Dat waren indertijd onmisbaar geachte ingrediënten van succes. Twintig jaar later en een burn-out epidemie rijker is de wereld gelukkig tot andere inzichten gekomen. Daarover gaat de film nu.

Priestly heeft natuurlijk moeite zich aan te passen aan de nieuwe normen. In plaats van haar jas iedere ochtend neer te smijten op het bureau van haar assistente moet ze die nu zelf ophangen. Je begrijpt, daar slaagt ze amper in. Het leidt tot het soort gestuntel dat hoort bij een comedy. Het is grappig tot je denkt ‘is dit grappig?’

Dat laatste had ik ook toen ik een paar dagen eerder voor het eerst de originele versie zag. Veel humor bleek ingehaald door de tijd omdat de vanzelfsprekendheden waarop ze gestoeld waren inmiddels vermolmd zijn. O ja, zo ging dat vroeger. Een tiranneke baas is nu immers eerder een probleemgeval dan een machtsfactor. Wie schreeuwt heeft niet alleen verloren maar ook wat uit te leggen. Vernederen is geen acceptabele managementtechniek meer. Dat was 20 jaar geleden anders.

De nieuwe versie brengt die verandering in kaart maar loopt daarbij tegen het probleem aan dat Priestly niet de hoofdrolspeler is. Dat is Andy en die is eigenlijk niet zoveel veranderd. Ze was toen student en is nu een gelauwerd journalist maar van haar ervaring zie je maar weinig terug, ze moet immers ook hier weer de vreemde eend in de bijt spelen. Daarentegen staat het imperium van Priestly op instorten en die weet dat. Ze dreigt zo’n ster te worden die iedereen meteen vergeten is als ze eenmaal gedoofd is. Een zwart gat. Ze laat niets na. Zelfs geen tijdschrift want dat ligt ook al in de oud papierbak, voor zo ver die nog bestaan. Die confrontatie met de dreigend vergetelheid komt wel aan bod maar het is niet het onderwerp van de film, de worsteling doorleef je niet. 

Misschien komt het omdat ik deel uitmaak van de beroepsgroep maar ik werd eerlijk gezegd een beetje sip van de film omdat die ook laat zien hoe de journalistiek naar de slachtbank wordt gebracht. Dat is in werkelijkheid geen comedy en helaas ook geen fictie. De tijdschriftenwereld kon dankzij riante advertentiebudgetten geweldige (foto)journalistiek leveren. Dat fenomeen is helemaal kapotgemaakt door Google en Meta. Het publiek krijgt er wat veelal oppervlakkige influencers voor terug, die zich vaak ook nog eens ontpoppen tot levende reclamezuilen. En daar zal het niet bij ophouden, spiegelt de film voor. Een of andere saaie zakenman, die alleen maar aanwezig is vanwege zijn bankrekening, vertelt enthousiast dat AI alles gaat vervangen. Ik weet niet of de duivel echt Prada draagt maar ik weet inmiddels wel hoe die er uit ziet. En dat is niet als Meryl Streep.

Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.