Verdwenen liefde en verschrikkelijk taalgebruik

Wat is het onderwerp dat het vaakst terugkeert in kunst? Ik denk de liefde. Alleen al omdat de liefde tot kunst drijft. In iedere verliefde schuilt immers een dichter. 

En hoe is dat op de Biënnale, de belangrijkste kunsttentoonstelling waar werken uit de hele wereld worden samengebracht? Daar ontbreekt de liefde nagenoeg. Dat viel me op tijdens de tweede dag van kunst kijken, dit keer in de Arsenale, een enorm voormalig marinecomplex waar zoals gebruikelijk het tweede deel van de hoofdtentoonstelling te zien is.

De titel van deze editie, In Minor Keys, is ontleend aan de muziek en moet staan voor zachtheid. In mineur kun je geen bombastische symfonieën of militaire marsen laten horen, lees ik ergens. “Minor keys (mineurtonen) vereisen luisteren dat gebaseerd is op emoties en deze op hun beurt in stand houdt.” Als je die zin lastig te begrijpen vindt dan heeft de tentoonstelling een verrassing voor je in petto: vrijwel alles staat bol van dit soort taal, vol met, ik kan het niet anders zeggen, bombastische begrippen. Ik las bijvoorbeeld ergens de term ‘metaforische xenofobe ziekte’. Alles lijkt geschreven door een slechte leerling van de berucht ingewikkelde filosoof Zizek.

Die afschuwelijke taal is niet alleen sadistisch maar ook jammer omdat veel van de kunst echt nadere toelichting behoeft. Dat de bordjes dan ook nog eens klein zijn, is evenmin handig als je zinnen drie keer moet lezen in een poging te begrijpen wat er staat. Ik zag bezoekers er langer naar staren dan nodig zou zijn. In de rij bij de bordjes, het kan zomaar.

Laat me om de horror duidelijk te maken een volstrekt willekeurige tekst nemen, over het werk van Nick Cave hierboven (nee, niet die maar zijn naamgenoot uit Chicago), een kunstenaar die in 2028 in de Rotterdamse Kunsthal te zien zal zijn: 

Nick Cave is a messenger who espouses truths about the entwinement of beauty and pain. From his Soundsults – wearable sculptures exuberantly adorned with beads, buttons, brightly coloured hair, and raffia – to bronzes, immersive installations and performance activations, he ponders how society is both connected and divided, existing in the liminality of life and death.

Ik gebruik eigenlijk nooit vrijwillig AI maar vroeg uit wanhopige nieuwsgierigheid Le Chat de tekst begrijpelijk te maken en dit was het resultaat:

Nick Cave is een kunstenaar die met zijn werk diepe waarheden laat zien over de verbinding tussen schoonheid en pijn. Hij maakt bijzondere kunst, zoals draagbare sculpturen (de *Soundsuits*) vol met kralen, knopen, felgekleurd haar en raffia, maar ook bronzen beelden, grote installaties en performances. Met zijn kunst onderzoekt hij hoe mensen zowel verbonden als gescheiden zijn, en hoe het leven zich bevindt tussen geboorte en dood.

Merci Le Chat. Ik had dat met de hele tentoonstelling moeten doen. Nodeloos ingewikkeld of vaag taalgebruik beschouw ik meestal als een rode vlag. Je wilt of kunt kennelijk niet duidelijk zeggen waar het om gaat. En dat gevoel bekroop me ook tijdens het bekijken van de kunst, alsof bij de selectie gevlucht is in de veiligheid van de gewenste theorie.

Wat er te zien is voldoet allemaal aan de vereiste eigentijdse vinkjes van dekolonisatie, gendergelijkheid en nog wat ideologische normen. Dat zijn natuurlijk allemaal belangrijke zaken maar het resultaat is wel alsof je in Vietnam een tentoonstelling van revolutionaire kunst bezoekt: alles blijft binnen de lijntjes, weinig tot niets verrast. 

Veel draait om het verheerlijken van bedreigde tradities. Dat is respectvol maar ook nostalgisch en uit nostalgie komt zoals bekend nooit iets nieuws voort. Het is meteen ook de grote afwezige in de Arsenale: het nieuwe.

Er zijn natuurlijk mooie werken te zien. Een in het duister ronddraaiende olijfboom van Theo Esthetu bijvoorbeeld. Tuin van de gebroken harten (hierboven). De schoonheid kun je pas goed ontwaren als je in staat bent de begeleidende tekst te ontcijferen:

With his newly developed installation Garden of the Broken Hearted, Theo Eshetu creates a moment of contemplation allowing the viewer to confront the brutal realities that impact many people’s lives – realities that most of us consume at a distance on screens.

It consists of a large olive tree placed on a rotating stage; a video is projected onto the tree, dematerialising it in the process.

Gardens are spaces for gathering – of plants as much as of people. But they can also be sites of unrooting, control and appropria-tion. The tree stands as a poetic reflection on impermanence. The tree resists its alienation from its homeland into the space of art: it holds on to life, even as it loses its leaves, longs for daylight and water, and is deprived of its nurturing and sheltering purpose and its place in a broader natural cycle. All the while, video footage of the tree, taken before its transportation to Venice, is projected onto it, conferring a sense of temporality, of life that extends toward both past and future.

Garden of the Broken Hearted creates a space of mourning and melancholia as well as a peaceful refuge.

En als ik Le Chat vraag die begrijpelijk te maken:

De installatie toont een grote olijfboom op een draaiend podium. Op de boom wordt een video geprojecteerd, waardoor hij bijna onzichtbaar lijkt. Tuinen zijn plekken waar planten en mensen samenkomen, maar ze kunnen ook plekken zijn van verdrijving, controle en bezit. De boom staat symbool voor vergankelijkheid en verzet zich tegen zijn verplaatsing van zijn natuurlijke omgeving naar de kunstwereld. Hij probeert vast te houden aan het leven, zelfs als hij zijn bladeren verliest en verlangt naar daglicht en water. Ook mist hij zijn rol in de natuurlijke cyclus. Tegelijkertijd wordt er videobeeld van de boom, opgenomen vóór zijn verplaatsing naar Venetië, op de boom geprojecteerd. Dit roept een gevoel van tijdelijkheid op, alsof het leven van de boom zich uitstrekt naar zowel het verleden als de toekomst.

Voor het concept is het vast niet belangrijk maar als argeloze kijker en bomenliefhebber vind ik het toch jammer dat nergens wordt vermeld waar de boom oorspronkelijk stond, noch of die gaat terugkeren na deze artistieke ontvoering. 

Alhoewel in de Arsenale voornamelijk niet-Westerse kunst te zien is, stuitte ik op een werk met Nederlandse banden. De uit Myanmar afkomstige Sawangwongse Yawnghwe woont in Zutphen. Haar zes meter lange installatie People’s Desire uit 2018 van honderden kleipoppetjes gaat over de genocide op de Rohingya. 

Verrast werd ik door een oude bekende, de Chileen Alfredo Jaar. Hij voert je een langwerpige fel rode ruimte in die helemaal leeg is op een vitrine achterin na. Daarin ligt als een relikwie of juweel een heel kleine kubus te schitteren, opgebouwd uit de door Big Tech meest begeerde mineralen waaronder kobalt, lithium en titanium. Het zijn de voedingsstoffen van oorlogen. 

La Merde, de stront, is een installatie van Aline Bouvy in het paviljoen van Luxemburg. Als ik het moet samenvatten: talking shit. Letterlijk dit keer. Een actrice is vermomd als een stuk stront. Ze geeft een presentatie, waarbij het publiek – in de video – op een gegeven moment kotsend wegrent. Ze gaat vervolgens op date en zoent met een geïnteresseerde. Het is allemaal zo supergoor dat het hilarisch is. Tussendoor zie je beelden van een rioolzuiveringsinstallatie die duidelijk maakt dat we het allemaal wel vies vinden maar dat stront een onlosmakelijk onderdeel van ons bestaan is. “Wat er uiteindelijk van ons overblijft is stront”, zegt de stront.

Smakelijker was de video Dolce van Charlie Chauci in het paviljoen van Malta. Te zien is hoe een gigantisch beeld van een Romeinse heerser met een helikopter door de lucht wordt vervoerd, een imitatie van de beroemde scène uit Fellini’s La Dolce Vita. Maar dit keer is het beeld, dat aanbeden wordt door een influencer diva, van chocolade. Langzaam maar zeker smelt het in de Maltese zon. 

Videokunst is volop aanwezig op de Biënnale. Dat heeft één nadeel: het kost enorm veel tijd. “Ik wil u waarschuwen, deze tentoonstelling neemt twee uur in beslag”, waarschuwt de suppoost bij het betreden van het Complesso dell’Ospedaletto. In het gebouw zijn acht video’s te zien. Desgevraagd adviseert ze haar twee persoonlijke favorieten.

De eerste is een 17 minuten durende huiveringwekkende video, vertoond in een bloedrode ruimte. Baby I’m Yours, Forever van de Griekse Janis Rafa speelt in een slachthuis dat is veranderd in een soort duistere underground club met dansende naakte mannen op hypnotiserende muziek. Hun gespierde lijven laten zien wat vlees eigenlijk is, leven dat wordt gereduceerd tot product. 

De andere video, van Lawrence Abu Hamdan, is een indrukwekkend vormgegeven relaas van 19 minuten over het geheime geluidswapen dat de autoriteiten van Servië inzetten tegen de studenten die al twee jaar protesteren tegen de corrupte regering. Tijdens een stille wake werden de deelnemers getroffen door een aanzwellend geluid dat hun gehoor permanent beschadigde. Ze ondervinden daar dagelijks de gevolgen van, waaronder niet alleen tinnitus maar ook ernstige psychische problemen. 

Het mooie van de Biënnale, die zich uitstrekt over de hele stad, is ook dat je op onverwachte plekken komt. Zo is de bijdrage van Congo te zien in een gigantisch ziekenhuiscomplex waarvan de eerste gebouwen uit het jaar 945 stammen. Het is nog steeds in gebruik en ik werd verrast door een prachtige binnentuin en klassieke galerijen.

In Venetië is alles oud. Het is een stad die er nog net zo uit ziet als een paar honderd jaar geleden. Zo reis je op de Biënnale niet alleen over de wereld maar ook door de tijd.

Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.