Mannen zijn bang voor vrouwen. Dat klinkt misschien een beetje gek want meestal hoor je het tegenovergestelde: dat vrouwen bang zijn voor mannen. En dat laatste is helaas niet onterecht, denk alleen maar aan femicide.
De angst van mannen voor vrouwen daarentegen is niet gebaseerd op vrees voor geweld. Waarop dan wel? Het is me eerlijk gezegd ook altijd een beetje een raadsel. Op vooroordelen, zelfbeeld of nog andere psychologische verschijnselen, in ieder geval. Of misschien wel het niet kunnen omgaan met seksuele lusten.
Ik weet het antwoord dus niet maar de vraag diende zich meermaals aan tijdens het lezen van de memoires van oorlogsheldin Susan Travers, de enige vrouw die ooit is toegelaten tot het Franse Vreemdelingenlegioen. Ze leefde in een mannenwereld. Dat is ook wat ze wilde. Het boek opent met de constatering dat ze liever als man geboren was geweest. Niet vanwege gendertwijfel maar vanwege een zucht naar de vrijheid die de maatschappij alleen toekent aan personen met mannelijke geslachtsdelen.
“Ik had lang geleden al uitgeknobbeld dat ik me alleen tussen al die mannen kon handhaven zonder me in de nesten werken als ik geen nodeloze drukte maakte en me zoveel mogelijk op de achtergrond hield. Om dat te bereiken was ik bijna vrijwillig in een man veranderd, en daar genoot ik van, op een vreemde manier. Als ‘een van de jongens’ was het leven zoveel gemakkelijker; ik kon mijn hart uitschakelen en net doen of liefde, verhoudingen en intimiteit er niet toe deden. Dat beviel me veel beter dan dat pijnlijke gehannes met gevoelens.“
Ik stuitte op deze bijzondere vrouw omdat ze kort voorkomt in het eerste deel van het tweeluik over De Gaulle die nu in de bioscopen draait. Aan het slot duikt er een vrouw op die een spectaculaire ontsnappingspoging leidt waarmee het leger van de Vrije Fransen weet te ontsnappen aan de gevreesde Duitse maarschalk Rommel. Ik dacht tijdens het kijken dat haar personage verzonnen was voor het verhaal maar ze bleek echt te hebben bestaan.
Susan Travers (1909-2003) was een telg uit een rijke maar kille Britse familie. Haar vader een strenge militair, van haar moeder kreeg ze amper liefde. Zo gauw ze kon ontsnapte aan die beklemmende omgeving. Eerst belandde ze op een meisjesinternaat, ver weg van alle jongens. Haar ouders dachten haar zo tot een kuise vrouw op te voeden maar de meiden waren dat niet van plan. Alle seksuele mogelijkheden werden onder een met elkaar enthousiast verkend.
Eenmaal van het internaat haalt Travers de opgelopen ‘achterstand’ in door achter de mannen aan te gaan. De een na de ander. Ze is niet alleen uit op de seks maar vooral ook het avontuur. Als de nazi’s samen met hun Russische bondgenoten de Tweede Wereldoorlog beginnen, trekt ze naar Finland om deel te nemen aan de strijd tegen de Russen. Tot haar grote ergernis moet ze zich beperken tot het verzorgen van gewonden achter de linies. Ze wil naar het front, meevechten.
Ze vluchtte naar Londen toen de Duisters Frankrijk, waar ze toen woonde, binnenvielen en reageert op een oproep van De Gaulle om een leger van Vrije Fransen te vormen dat de strijd tegen het fascisme voortzet. Ze sluit zich aan, een uniform moet ze zelf kopen. Op een Nederlands schip zet ze met het leger van De Gaulle eerst koers naar Afrika, belandt dan in Gaza en daarna in Syrië.
Ze is chauffeur, wat betekent dat ze ook automonteur is en rijdt artsen en officieren. Ze chauffeert niet graag in haar eentje. Niet omdat ze vrouw is maar omdat ze goed op de nauwelijks begaanbare wegen moet letten en haar auto tijdens het rijden zoveel herrie maakt dat ze niet in staat is te horen en zien of er bommenwerpers aankomen. Ze ligt vaak letterlijk onder vuur. Het zijn soms bloedstollende scènes. Angst lijkt Travers niet te kennen.
De oorlog die Travers beschrijft is anders dan in veel verhalen. Zo zit ze regelmatig op plekken waar de vijand ook aanwezig is maar er niet gevochten wordt maar onderhandeld. Met onder meer de Vichy-Fransen die collaboreren met de Duitsers. Er wordt gedineerd, gedronken en gedanst. Het is surreëel. Als een nachtclub in Caïro een Egyptische komiek grappen begint te maken over maarschalk Rommel, hun vijand, worden de Franse militairen boos omdat ze hem zien als een te respecteren oorlogsheld. Hij werd overigens later door Hitler gedwongen om zelfmoord te plegen, tot verdriet van zelfs Travers. “Rommel had bij ons bijna net zoveel respect afgedwongen als bij zijn eigen mensen, en dat kon van geen andere vijandelijke bevelhebber gezegd worden.”
Travers leert de Franse kolonel Koenig kennen en ze krijgen een verhouding. In het geheim want de kolonel is getrouwd. Ze wordt zijn persoonlijke chauffeur. Het tijdperk van metoo is nog niet aan gebroken en Travers is er erg gelukkig mee maar als lezer word je wel duidelijk dat er geen sprake is van een gelijkwaardige verhouding. Alleen al niet omdat het leger een zeer hiërarchische samenleving is.
Die romance vindt onder meer plaats tijdens de snoeiharde historische slag in de Libische woestijn bij Bir Hakeim. De Vrije Fransen slaagden er onder leiding van Koenig in een Duitse overmacht 15 dagen lang tegen te houden, veel langer dan iedereen voor mogelijk hield. Haar verslag van die dagen is tegelijkertijd huiveringwekkend en meeslepend. Later verandert het verhaal dan weer in een romantische vertelling. Ik vond het best verwarrend, het ene moment verslond ik vol vuur pagina na pagina over de spannende avonturen om me even later af te vragen of ik niet een kasteelroman aan het lezen was. Misschien is dat waarom mannen bang worden, omdat ze niet tegen die mix bestand zijn.
De Britse generaal Montgomery bleek ook zo’n bangerik. Nadat de Vrije Fransen opdracht krijgen zich aan te sluiten bij de Britten, wordt duidelijk dat de Engelsen bij controleposten alle vrouwen terugsturen. Travers trekt zich er niets van aan. “Ik had Bir Hakeim en de mijnenvelden niet overleefd om me nu nog eens door een heerszuchtige Britse generaal te laten terugfluiten. De vrouwelijke verpleegkundigen deden wat hun gezegd werd en keerden terug, maar ik ging gewoon door. Ik vervolgde de tocht in mijn androgyne uniform, met mijn kortgeknipte haar en geciseleerde trekken, in het volste vertrouwen dat de manschappen me niet zouden verraden.”
Ze trekt naar Europa en komt in contact met Amerikaanse soldaten. Ze schrikt van de enorme discriminatie in de U.S. Army. “Ik had sinds Zuid-Afrika niet meer zo’n apartheid meegemaakt.” Een kenmerk van onze bevrijders dat in veel verhalen over de Tweede Wereldoorlog vakkundig is weggeschoffeld. Ook door de Amerikaanse racisten zelf. Zo werden zwarte militairen die heldhaftig meevochten buiten de historische journaalbeelden gehouden. Ik las ooit het verhaal over een zwarte Amerikaanse militair die na de bevrijding in het Nederlandse Limburg een café binnenstapte prompt door een collega werd doodgeslagen omdat hij vanwege zijn huidskleur daar niet naar binnen mocht.
Je zou het misschien niet verwachten maar in het Vreemdelingenlegioen wordt Travers als vrouw volwaardig behandeld: “Niemand toonde enige verbazing over het idee van een vrouwelijke legionair en niemand vroeg wat ik kwam doen. De mannen zelf kwamen uit allerlei landen en hadden uiteenlopende redenen gehad om bij het Legioen te gaan, maar vroegen elkaar nooit ergens naar. Door die ongeschreven wet kwam het niet bij hen op mij wél uit te horen. Ik was gewoon een van hen, en met dat feit accepteerden ze mij ook.” Dat was zeker geen vanzelfsprekendheid in de rest van het leger. Zo werd het vrouwelijke militairen verboden deel te nemen aan de officiële parade na de bevrijding van Parijs. Travers was daar zelf niet bij maar schrijft dat de getroffen vrouwen het De Gaulle nooit hebben vergeven.
Waar ze zelf wel veel mee te stellen kreeg zijn de Fransen van het Vichy-regime. Zelfs tegen het einde van de oorlog namen deze collaborateurs wraak op hun medemilitairen, die al die jaren wél tegen de nazi’s vochten, bijvoorbeeld door tijdens offensieven de bevoorrading tegen te houden met de bedoeling dat de vrijheidsstrijders zouden worden omgebracht door de Duitsers. Nog zoiets waar je zelden wat over hoort.
Uiteindelijk is de oorlog voorbij en de romance met Koenig ook. Ze belandt met het Vreemdelingenlegioen in Vietnam waar toen net de vrijheidsstrijd losbarstte, trouwt en krijgt kinderen. Dat is het einde van haar militaire carrière en keert terug naar Frankrijk. Haar man stapt over naar het bedrijfsleven.
“Na tien jaar in Afrika en de tropen was het een hele schok om weet in Frankrijk te wonen. Ik had geen andere keus dan huisvrouw en moeder te worden. Ik had een femme de ménage, maar ik moest thuisblijven en voor mijn kinderen zorgen terwijl Nicholas elke dag naar zijn werk ging. Het kostte me veel moeite om eraan te wennen en zonder mijn twee lastige kinderen en mijn eeuwig trouwe Rebecca was ik vast krankzinnig geworden.”
Dat is het lot van de oorlogsheldin, ze wordt gevangene van de burgerlijke maatschappij. Aan het einde van haar leven, als alle andere betrokkenen overleden zijn en niemand zich meer gekwetst kan voelen, besloot ze haar levensverhaal te vertellen. Dat resulteerde in het boek Tomorrow be Brave, in Nederland in goede vertaling uitgebracht onder de misleidende titel De geliefde van de kolonel, met een al even ontoepasselijke illustratie. Het is in werkelijkheid een bijzondere kijk op de oorlog van een onverschrokken vrouw die van geen opgeven weet. En ja, van een bijzondere, onmogelijke liefde. Want de liefde, die laat zich niet tegenhouden. Net zo min als Susan Travers.
De geliefde van de kolonel (302 pagina’s) verscheen in 2013 nadat het boek eerder, in 2000, was uitgebracht onder de titel Een liefde in Afrika. Uitgeverij The House of Books.
Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Ja, ook speciaal voor jou. Abonneer je nu gratis.