In HP/De Tijd van de voorbije week staat een artikel over zogeheten ‘vleesvervangers’: “Ze ogen als knakworsten, burgers en gehaktballen. Maar er zit geen vlees in. Vleesvervangers veroveren de supermarkt.”
Het artikel gaat voor een deel over die gelijkenis tussen vlees en vleesvervanger. Soms als ik als vegetariër eet met mensen die nerveus worden van afwijkend gedrag krijg ik dat ook voor mijn kiezen: waarom moeten die hamburgers nagemaakt worden als je principieel geen vlees wilt?
Die kritiek lijkt voor de hand te liggen. Lijkt want wie een stap terug doet ziet iets veel opvallenders: Wat is de overeenkomst tussen knakworst, burger en gehaktbal? En schnitzel, nugget of gepaneerde filet?
Juist, het betreft in al die vormen vlees dat ontdaan is van alle sporen die naar de herkomst verwijzen. Het is metamorfose-vlees. Aan een knakworst valt geen dood varken te bespeuren, gehaktbal of hamburger lijken niet meer op het vlees van een koe. Het zijn manieren om vlees te eten zonder bloed of dood beest te zien. Geen vleeseter die ik daar ooit een kritische opmerking over heb horen maken.
Wat nu als het anders in elkaar zit? Knakworst, bal en burger zijn kennelijk vormen waarin we eten graag zien. Dus maak je er ook vegetarische varianten op. Het enige verschil is dat je voor de laatste methode niet eerst het bloed en de dood hoeft weg te spoelen.