Revolutionair kookboek, wel zonder recepten helaas

“Een betere wereld begint misschien niet bij jezelf maar wel bij de wil om in een betere wereld te leven,” schrijven de filosofische tweelingbroers Arthur en Jarmo Berkhout tegen het einde van hun boek ‘Anti-nihilisme. Engagement in de 21ste eeuw’. Die zin trof me om drie redenen. De eerste is het gebruik van het woord misschien. Vanwaar die aarzeling? Ze hebben net in 200 pagina’s op vlijmscherpe wijze gehakt gemaakt van de kapitalistische droom. Ze pleiten voor collectief verzet daartegen. Ze verkondigen revolutionaire ideeën – weg met de vooruitgang! – zonder een spoor van twijfel. Ze bejubelen de barricades. En dan ineens, op het cruciale moment dat in actie gekomen moet worden om de wereld te verbeteren, is daar het woord ‘misschien’.

Ik ben zelf dol op het woord misschien, omdat ik over veel onzeker ben. Lang prijkte als motto op deze site ‘niets is zeker en zelfs dat niet’. Maar als het op actie aankomt dan heb je niks aan misschien, niks aan aarzeling, dan komt het aan op vastberadenheid. Je bevindt je tegenover een overmacht, je weet dat je het onderspit gaat delven tegen de ME, de security, de fascistische horden. Maar toch doe je het want: iemand moet het doen.

Dat is activisme: iemand moet het doen. Daar past geen misschien bij. Voeg het toe en het krijgt een andere betekenis. Iemand moet het doen, slaat op jezelf. Misschien moet iemand het doen, slaat op een ander. Het klinkt je wellicht als geneuzel in de oren maar ik zie in het gebruik van dat woord op die plek het probleem van het boek als geheel.

Het tweede opvallende aan de zin is dat die paradoxaal is. De wereld verbeteren begint niet bij jezelf maar bij de wil stellen de auteurs. Dat klinkt op het eerste gezicht goed maar waar bevindt die wil zich dan? Is die niet onderdeel van jezelf? Is het niet je eigen? Begint het hele concept van ‘jezelf’ niet bij je wil? Iemand die geen wil heeft zien we nauwelijks als een persoon. Als de wereld verbeteren begint bij de wil dan begint het toch juist bij jezelf?

Het derde is dat het verbeteren van de wereld natuurlijk niet begint bij de wil maar bij het idee hoe je de wereld beter zou kunnen maken. Dat lijkt een beetje een kip-ei discussie. Immers kan het idee tot verbetering net zo goed voortkomen uit de wil tot verbetering als andersom. Maar als links persoon zeg ik dat alleen het idee de wil in gang kan zetten. Dat is revolutie. Andersom is het innovatie.

Nee, dat is allemaal geen muggenzifterij. De Berkhout broeders laten in hun boek voortdurend zien hoe verkeerde gevolgtrekkingen enorme gevolgen hebben. De Verlichting en met name Descartes houden ze bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de verwoesting van de Aarde omdat die de mens centraal stelde en al het andere van ondergeschikt belang achtte. Zonder dat we het beseffen wordt ons denken nog steeds door zijn ideeën bepaald. Het feit dat dieren worden gezien als product in plaats van levend wezen dat recht heeft op bestaan komt daar vandaan.

Ik begon het vorig jaar september verschenen boek te lezen vanwege het tweede deel van de titel ‘Engagement in de 21ste eeuw’. Dat heb je immers nodig om de wereld te veranderen. En dat die moet veranderen is inmiddels voor veel mensen wel duidelijk. Berkhout betogen overtuigend dat het kapitalistisch systeem de verandering onmogelijk maakt en we er van af moeten. Maar wat dan? Waar kunnen we dan aan gaan werken? Wat is de stip op de horizon?

Ze schrijven over de wil om af te rekenen met het institutionele onrecht van het kapitalisme bijvoorbeeld:

Hoe een veranderde maatschappij eruit zou zien wanneer dat streven succesvol wordt, is van tevoren niet precies uit te tekenen. Werkelijke bevrijding zou betekenen dat de democratische gemeenschap de macht heeft om daar zelf vorm aan te geven, zonder tegengewerkt te worden door de ongelijkheid en onderdrukking die de oude maatschappij karakteriseren.

Oftewel: omdat we niet vrij zijn kunnen we niet weten hoe het zal zijn als we ons ideaal – vrijheid – bereiken. Het komt bij mij over als een gedachte uit een studeerkamer en niet een van de barricade.

Dat is wat mij betreft het zwakke van het boek en dat is kritiek die ik niet eens wil toeschrijven aan de auteurs, het is een euvel van het linkse denken van de laatste decennia. Dat gaat heel veel over wat was of is en heel weinig over wat zou moeten zijn.

In het boek wordt bijvoorbeeld ruim kritiek geuit op de mensonterende manier waarop de Westerse wereld omgaat met migratie. Die kritiek is terecht. Maar blijft de vraag over wat dan? Wat gebeurt er als je geen grenzen zou hanteren? Wordt de wereld daar beter van? Ik wil het best geloven maar hoe dan?

En zo kom je weer uit bij dat ene zinnetje over de wereld veranderen. Als er een overtuigende andere en betere benadering is om als samenleving met migratie om te gaan dan zullen veel mensen zich daar graag voor inzetten. In het boek wordt verwezen naar de anarchistische Atheense studentenwijk Exárchia waar vluchtelingen en migranten onderdak vinden en zelfs eigen gezondheidszorg kunnen krijgen. Maar echt er op ingegaan wordt er niet. Ik ben wel eens in Exárchia geweest, zie de foto boven, en het is een bijzondere krakerswijk. ‘Rauw, alternatief en een beetje boho,’ zegt de toeristengids. De politie is er niet welkom. Ik vond het interessant om er te zijn maar denk niet dat ik er zelf zou willen wonen en evenmin dat het in die vorm een wenkend perspectief is voor de samenleving of een oplossing voor de opvang van vluchtelingen.

Dat gebrek aan visie en ideaal is frustrerend. Het is alsof je een kookboek voor gezond eten ter hand neemt en ontdekt dat er alleen maar verhalen in staan hoe slecht kant-en-klaar fabrieksvoedsel is. Best belangrijk maar wat handige recepten doen in dat geval meer wonderen.

Al die kritiek wil niet zeggen dat het geen interessant boek is, al is het helaas niet erg toegankelijk geschreven. Het ademt meer de sfeer van een collegezaal dan een buurthuis. Dat is jammer want het zet doeltreffend allerlei vanzelfsprekendheden op de helling en kijkt kritisch naar de samenleving. Het laat goed zien waarom het echt noodzakelijk is om de wereld drastisch te veranderen. Niks geen gemaar of misschien. De vragen waar de lezer mee achter blijft zijn hoe dan en wie moet het doen?

PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een wekelijkse nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.

2 gedachten over “Revolutionair kookboek, wel zonder recepten helaas

  1. Het blijft een levenslange worsteling; het moet anders (kunnen), maar hoe dan?
    Daarbij speelt ook het volgende een belangrijke rol: “Niets is waar en zelfs dat niet”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.