Leven zonder keuzes

Als ik bij de benzinepomp een voorverpakte sandwich koop of in de supermarkt een reep chocola, fles afwasmiddel, of eigenlijk wat dan ook, dan probeer ik me wel eens voor te stellen waar het vandaan komt, door welke handen het gemaakt is, in welke fabriek. Niemand die het je vertelt.

Lang geleden heb ik als uitzendkracht in dergelijke fabrieken gewerkt, waar wasmiddel werd verpakt, of conservenblikken werden gevuld met voedsel, waar worst werd gemaakt. Fabriekshallen waar het werk altijd doorging, 24 uur per dag. Ik heb nachten doorgebracht tussen de pakken met Omo en All. Ik kan nu, decennia later, de geur nog ruiken van conservenblikken als ze over de lopende band voorbij komen. De niet aflatende herrie van draaiende machines en transportbanden, de luidsprekers waar matig afgestemde radiostations uit klonken.

Maar het grootste verschil met later was de tijd. De tijd die voorbijkruipt. Het kijken op de klok. Nog een half uur tot de pauze, nog een kwartier tot de lunch, nog vier uur en dan naar huis. Nog 7 kwartier. Nog 10 minuten. Klaar. Wegwezen.

In Aan de Lopende Band uit 2019 beschrijft Joseph Ponthus zijn leven in voedselfabrieken in Bretagne, om precies te zijn een visverwerkingsfabriek en een slachterij. Plekken waarvan alleen zij die er werken weten dat ze bestaan. Je kunt wel raden dat dat geen prettige omgevingen zijn maar Aan de Lopende Band is geen undercover-verhaal om de misstanden te onthullen. Het relaas houdt het midden tussen poëzie en notities. Hij beschrijft het snakken naar pauze maar grabbelt ook in de wereldliteratuur en platenkasten. Ponthus is eigenlijk sociaal werker, hij belandt in de fabrieken omdat hij geen baan in zijn beroep kan vinden en geld nodig heeft. Ik kon destijds met mijn mavo-3 uit de fabriek ontsnappen door een opleiding tot sociaal werker te volgen.

Hij is ook uitzendkracht. Zogenaamd vrij maar in de praktijk vooral vrij van rechten en moet voldoen aan bizarre eisen om zijn inkomen niet per direct kwijt te raken. In een scène ziet hij zich genoodzaakt een taxi nemen naar zijn werk om niet te laat te komen. Hij is bang dat zijn collega’s hem zien en het betekent dat hij die dag bijna voor niks werkt omdat zijn loon net zo hoog als de ritprijs. Leven gedreven door wanhoop.

Er bestaat het beeld van fabrieksarbeiders die ongeschoold werk doen als mensen die niks weten of kunnen. Dat is onjuist. In fabrieken kom je de meest uiteenlopende types tegen, van ongeschoolden tot gesjeesde studenten. Ik herinner me gesprekken aan de kantinetafel in een chemische fabriek met een sympathieke Surinaamse socioloog die daar op de een of andere manier terechtgekomen was. Hij raadde me politieke boeken aan, zoals ‘Hitlers Mein Kampf. Een doorlichting van het ijzingwekkendste boek van onze eeuw’ door de Duitse historicus Werner Maser. Daar wilde hij dan over praten. Niet dat je vaak over boeken spreekt in fabrieken. De toekomst reikt meestal niet verder dan het volgende weekend.

Over zijn mede-arbeiders, vrijwel allemaal migranten, schrijft Ponthus amper. Het bekroonde boek gaat over hem, over zijn gevoelens en gedachten. Over zijn ziel die vermalen dreigt te worden door de machines. Hij vergelijkt zijn werk met het leven van de frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog. Het is geen gezochte vergelijking. Hij wordt bijvoorbeeld aan het werk gezet om de slachterij schoon te spuiten.

Ik verzuip in het bloed
Letterlijk
Ik proef het in mijn mond
Dat varkensbloed
Dat de hogedrukspuit doet opspatten

In de pauze in de kleedkamer
Verbleekte en gebutste spiegels
Voor zijn spiegelbeeld staat iedereen zich in
stilte te wassen

Collega-schoonmakers vertellen dat op de plek waar zij werken de dagarbeiders niet eens hun strontzooi hebben opgeruimd
Gaandeweg hun gesprek begrijp ik dat ze de plek schoonmaken waar de dieren staan te wachten voordat ze worden gedood en dat stront hier dus letterlijk moet worden opgevat

Om je maar een idee te geven. Het fabriekswerk valt amper te beschrijven, het voltrekt zich in een wereld waar de geschreven taal nauwelijks toegang toe heeft. Ik bedoel niet dat de taal tekortschiet maar dat niemand er over schrijft, laat staan leest. Niemand het weet. Hoeveel goede antwoorden zou ik krijgen als ik in de supermarkt medeklanten zou vragen ‘beschrijf me eens de fabriek waar dit bleekmiddel vandaan komt, of dit pak muesli’? Er zijn maar weinig fabrieksromans, over slachterijen is er eigenlijk alleen het ruim honderd jaar oude The Jungle van de socialistische Amerikaan Upton Sinclair. Al las ik dat het in Frankrijk anders is. Daar woedt al langer het debat over het kapitalisme als gesel.

In deze tijd wordt het leven bij voorkeur als een stroomdiagram gepresenteerd. Doe je dit, dan gebeurt dat. Keuzes, keuzes. We leven immers in een wereld waar een ieder zijn eigen toekomst bepaalt. Althans, dat is het geloof, maar dat is voor een groot deel van de mensen een sprookjeswereld. De werkelijkheid in dat deel van de samenleving is anders. Daar valt er niet veel te kiezen en heb je weinig controle over de consequenties. Ponthus beschrijft het fabrieksleven als een soort visnet waar je in verstrikt raakt. Met net zo weinig ontsnappingsmogelijkheden.

De schrijver overleed in 2021. Hij werd slechts 42 jaar.

PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.

5 gedachten over “Leven zonder keuzes

  1. Prachtig dat je dit meeneemt en de aandacht vestigt op dit wereldje en de schrijver.

    Mijn oma vluchtte een tijd voor het geweld van mijn opa en werkte gedurende die periode in een fabriek. (Tegenwoordig noemen we dit partnergeweld en coercive control. En ja,zie hier de transgenerationele patronen.) Ze vertelde me er later over toen ze eens een maand bij ons in Amsterdam verbleef. Die verhalen zijn zo bepalend voor me geweest, dat ik tegenwoordig zo min mogelijk producten koop die uit zo’n omgeving komen.

    Helemaal fabrieksvrij leven, is onmogelijk. Daarbij is dit geen oplossing. En toch.

  2. oh jeetje, fabriekswerk en andere baantjes waar je meer snakt naar de sigaretten pauze of de wc, heb ik er ook veel van gedaan. En zoals je zegt, ik ken veel mensen (twee hoogebegaafde asperger vrienden hieronder) die juist graag dat soort werk doen, omdat hun hoofd daar rust van krijgt. Dat stigma van alleen “domme mensen” is dom op zichzelf. En dan nog, dit werk verdient heel veel respect, want wie (behalve jij dus in deze tekst) denkt erover na, hoe we zouden leven zonder hun werk?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.