Laatst zag ik een clipje van iemand die toonde hoe onhandig hij was. Struikelen, stoten, vallen, breken. Het kwam op anderen misschien overdreven over maar ik dacht meteen hè, dat herken ik. Het voelde als een soort bevrijding, dat er minstens nog een zo’n iemand was. Alsof er een last van me afviel. Nou ja, een beetje dan.
Onhandig zijn wordt altijd gezien als een tekortkoming. Ik heb er zelf niet heel veel moeite mee dat ik onhandig ben. Ik heb er zogezegd mee leren leven, al moet je niet denken dat het daarmee helemaal geen last is, want alles is moeilijk dan bij anderen en soms kostte de eigenschap me bijna het leven. Toen ik net voor het eerst een auto had bijvoorbeeld, vanwege een lekke band een wiel had verwisseld en tevreden verder reed, werd ik na een tijdje tot mijn stomme verbazing al rijdende ingehaald door datzelfde wiel. Even verderop stuiterde het de berm in. Kennelijk had ik het toch niet goed vastgedraaid. Ik zette de auto stil, bevestigde het wiel opnieuw door van de andere wielen een moer af te halen en reed heel voorzichtig naar een veilige plek. Dit keer liep het ook voor anderen goed af, zoals tot nu toe steeds, al is door mijn toedoen ook menig ander ternauwernood aan de dood ontsnapt. Ik ga daar nu verder niet over uitweiden.
Je begrijpt dat sporten als tafeltennis en alle andere activiteiten die een snelle, vaardige hand-oog coördinatie vereisen, voor mij een no go zijn. Maar de onhandigheid strekt zich veel verder uit dan het fysieke. Tot formulieren bijvoorbeeld. Negen van de tien keer dat ik een formulier moet invullen krijg ik het retour. Ongeacht hoe goed ik m’n best doe. Bureaucratisch zwakbegaafd noemde ik dat altijd tot laatst iemand me er op wees dat die uitdrukking pijnlijk achterhaald is. Bureaucratisch uitgedaagd, stelde ze voor.
In januari van dit kocht ik treintickets voor een reis naar Parijs om daar deze zomer Frans te kunnen gaan leren. Het was nog een heel gedoe om de goedkoopste kaartjes te vinden, die ook nog in mijn vakantieschema pasten. Maar uiteindelijk, na lang zoeken, wikken en wegen was het me gelukt. 70 euro voor een retour. Bijna net zo goedkoop als vliegen. Maandenlang had ik alleen daarom al voorpret.
Totdat ik deze week checkte hoe laat precies de trein zou vertrekken. Even werd ik vervuld met ongeloof toe ik naar het scherm staarde maar al snel wist ik dat dit geen systeemfout was. Ik bleek geen tickets Rotterdam-Parijs gekocht te hebben maar Parijs-Rotterdam. Paniek sloeg toe. Ik stelde een vraag aan de helpdesk maar daar heb ik nu, een paar dagen later, nog steeds geen antwoord op gekregen. Er was wel een manier om de tickets om te boeken maar dat ging me minstens 230 euro kosten.
Ik zocht naarstig naar alternatieven, ja ik keek zelfs naar vluchten maar die principiële kwestie viel gelukkig af, ik rekende uit hoe duur het zou zijn om met de auto te gaan – duurder dan het opgehoogde treinticket want parkeerkosten. Dan maar de bus. Zoek, zoek. Die vertrok uit Rotterdam alleen op onhandige tijden en deed er vervolgens 9 uur of meer over. Dan zit je met de TGV al bijna in Barcelona. Vanuit Breda bleek het sneller. 6,5 uur en het is met de trein nog geen half uur naar Breda. Dat zou het worden.
De bus zou om 10:35 vertrekken en ik zat al om 9:40 bij de verder verlaten halte voor internationale bussen want ik wilde dit keer geen enkel risico nemen. Voor mijn gemoedsrust hielp dat niet echt want ik ging me natuurlijk na 15 minuten afvragen of ik wel bij de goede halte zat. Ik trachtte mezelf te kalmeren. Hoeveel haltes voor internationale bussen zou Breda tellen? Niet meer dan een toch? Nou dan. Om 10:30 stroomden de andere passagiers met kennelijk wat meer reiservaring toe. De bus bleek vertraging te hebben. Dat vind ik niet erg. Als onhandige stelt het me altijd gerust als bij anderen ook dingen misgaan.
De bus arriveerde na een kwartier, we stapten in. Ik stelde me mentaal in op een lange tocht. Wat er ook mocht gebeuren, het zou me niet ergeren. Ik had boeken, muziek en als extra toetje vond in Den Haag het debat over de regeringsverklaring plaats. Weliswaar had ik me voorgenomen om over de grens alleen nog maar Frans te lezen, luisteren en spreken, maar dit wilde ik mezelf niet onthouden. Ik zag een paar fragmenten en bedacht dat politieke onhandigheid net zo rampzalig is. Ik voelde me bijna verplicht medelijden te krijgen met Schoof, maar hij doet het zichzelf aan.
Terug naar de reis. Het klinkt misschien allemaal dramatisch maar ik had echt zin om met de bus te gaan. Het leek me gewoon leuk, weer eens wat anders dan al dat gelikte zo snel en comfortabel mogelijk. Reizen is ontberen en gezien mijn onhandigheid ben ik ontberingen gaan waarderen. Soms hoor ik mensen vertellen over hun ervaringen, hoe afschuwelijk ze het vonden en ik merk dat ik dan licht jaloers word. Helaas ben ik tot ver in mijn wijde omgeving de enige die daar zo over denkt en het komt er nooit van. Dus dit was mijn kans. Het voelde opwindend als een schoolreisje.
De bus is voor mij een pure vormen van reizen. Van A naar B zonder inchecken, overstappen en al die andere dingen die mis kunnen gaan. Het doet me ook denken aan de trekschuiten waar mensen vroeger mee reisden. Niet dat ik ooit in een trekschuit heb gezeten maar de mengeling van ongemak en lotsverbinding spreekt me aan. Ik moest denken aan het begin van De Uitvreter van Nescio, als ze aan boord van een schip van Numansdorp naar Zeeland varen. ‘Ik vind ’t hier verdomd leuk’, zei-i, ‘’t is jammer, dat “’t zoo niet altijd blijft.”
De praktijk pakte wat anders uit. Er wordt vaak gesproken over bubble-samenleving maar hier zag je hoe dat werkt. Alle passagiers zijn er op bedacht zo min mogelijk last van de anderen te hebben. Meteen gaan de koptelefoons – noise canecelling – op of oortjes in. Dat klinkt misschien asociaal maar het is lijfsbehoud ontdekte ik toen na een tijdje iemand ergens voorin een lange videocall op de speaker begon.
Het kwam me eigenlijk wel goed uit want, je raadt het al, in gesprekken voeren met vreemden ben ik ook onhandig. Small talk heb ik nooit onder de knie gekregen. Ik praat ontspannener over Schrödingers kat dan over het weer. De non-communicatie kwam me goed uit.
Zo reed ik naar Parijs. Met zijn allen in hetzelfde schuitje maar zonder dat we een gezelschap waren of werden. Onderweg stopten we een paar keer en er ging een nieuwe wereld voor me open. Ik ken de tankstations op weg naar Parijs goed van de vele keren dat ik met de auto er naar toe reed. Maar nu zag ik dat er uit het zicht van de gewone personenauto’s speciale parkeerhavens zijn voor autobussen. Dat zijn er veel. En de inzittenden die de benen mogen strekken verzamelen zich rond de picknicktafels. Een hele groep meisjesscouts bijvoorbeeld. Ineens kreeg ik het gevoel in een echte karavaan te zijn beland, die een woestijn van asfalt doorkruist. Iedereen hier was op weg naar een verre bestemming. Er hing de aangename sfeer van gedeelde ontbering. Ik zou het liefst alleen nog maar met de bus reizen. Naar de Algarve bijvoorbeeld. Of beter nog, Marrakech.
Ik begon in de bus aan dit stukje te tikken en trachtte het clipje van de onhandige man terug te vinden maar dat lukte niet. Wel ontdekte ik tijdens het bladeren door de clipjes op Instagram tot mijn verrassing dat clumsy ook een of andere porno/kink blijkt. Ook niet echt iets om in een volle bus achter te komen. Straks word ik er nog uitgezet en op een parkeerplaats achtergelaten, realiseerde ik me. Gelukkig lette niemand hier op elkaar. Snel deed ik mijn telefoon weg en begon heel nadrukkelijk te lezen in het boek dat ik net in het tankstation had aangeschaft.
Om half zeven in de avond kwam de bus in Parijs aan, mede door een enorme file op de périphérique. Toch bijna 8 uur over gedaan. Ter compensatie kreeg ik van de busmaatschappij 15 procent korting op een volgend ticket. Dat buitenkansje laat ik me natuurlijk niet ontglippen. Marrakech zie ik helaas niet in de dienstregeling staan. Dan maar Athene. Wat kan er nou helemaal mis gaan?
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.
Herkenbaar
Ik lach me kapot, geweldig verhaal weer. “ Even werd ik vervuld met ongeloof toe ik naar het scherm staarde maar al snel wist ik dat dit geen systeemfout was. Ik bleek geen tickets Rotterdam-Parijs gekocht te hebben maar Parijs-Rotterdam.”
Ik heb een Amerikaanse vriend die zat in het vliegtuig naar Ankara terwijl we naar Pisa zouden vliegen . Hij was even van ons weggelopen. Ik kon hem er nog net uithalen. Geweldig dit soort mensen maar heel herkenbaar ook helaas.
Ha ja, dat zou mij ook kunnen overkomen. En dank
Ik geniet elke week weer van je verhalen, dank daarvoor.
Dank, fijn te horen
Onhandige mensen zijn vaak erg inventief, kunnen goed improviseren. Dat dan weer wel. Ik herken het onhandige en de gedachtengangen, en ook hoe blij je kunt zijn als er bij anderen ook dingen misgaan. Ooh en die autoband!
Dank voor je opbeurende verhaal.
Leve de imperfectie.