De crew van het ruimtestation ISS keert vervroegd terug naar aarde wegens een medisch probleem, las ik vanochtend in de krant. Om welke van de vier astronauten het gaat of wat voor probleem wordt in verband met de privacy niet bekend gemaakt. Ze zouden eigenlijk nog een maand aan boord blijven. Nu wordt getracht de volgende groep astronauten vervroegd de ruimte in te schieten. Zij voegen zich dan bij een astronaut die achterblijft in het station.
Rond de jaarwisseling las ik In Orbit, een soort roman van Samantha Harvey over het leven aan boord van ISS die in 2024 werd bekroond met de Booker Prize. Ik moet helaas bekennen dat ik het maar een saai verhaal vond. Misschien was dat wel de bedoeling. Het ISS cirkelt immers met een rotgang eindeloos om de aarde. Iedere anderhalf uur een rondje. Daar zit of liever gezegd zweef je dan maandenlang. Zon op. Zon onder. Zon op. Zon onder. Zon op. Zon onder. Dat gevoel bekroop me wel.
Het verhaal gaat natuurlijk meer over onze planeet, die blauwe punt in het heelal. De enige plek waar we kunnen leven en die we helaas in hoog tempo aan het vernietigen zijn. Ik heb in mijn leven drie astronauten mogen ontmoeten en alledrie waren ze daar zeer van doordrongen geraakt. André Kuipers, Wubbo Ockels en Sergej Krikaljov. De laatste is een Russische kosmonaut die begin jaren ‘90 veel langer aan boord van het ruimtestation Mir verbleef dan gepland omdat ondertussen de Sovjet-Unie die hem naar boven had gestuurd ophield te bestaan. Over zijn lotgevallen is een indrukwekkende documentaire gemaakt – Out of the Present – die in 1996 werd vertoond op het IFFR. Krikaljov was daarbij aanwezig en beantwoordde daarna vragen van het publiek. Iemand wilde weten wat hij er van dacht, van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, of het hem bezig had gehouden. Krikaljov antwoordde dat als je in de ruimte bent je niet zo bezig bent met het dagelijkse nieuws. Het immense heelal maakt alles klein. Zijn woorden maakten diepe indruk op me en vooral ook de manier waarop hij sprak. Zijn onverstoorbare houding. Ik heb nooit meer zo’n cool iemand gezien.
Tijdens het lezen van In Orbit moest ik ook denken aan een ander voorval, in 2008. Twitter bestond toen nog maar net en was een magische, vriendelijke wereld. Daar verscheen op 17 november een alarmerend bericht. De bemanning van het ISS moest in allerijl plaatsnemen in de noodcapsule omdat er een botsing dreigde met een stuk ruimteschroot. Een wonderlijke wereld opende zich. Ruimtevaartexperts gaven live commentaar. Via een website kon je het ruimtestation live rond de aarde zien scheren. Op een andere site kon je live de communicatie met de bemanning volgen. Als duidelijk was dat het schroot het station zou gaan raken dan moesten ze zich naar aarde schieten. Er werd afgeteld. ‘Drie minuten tot aan de botsing. Twee. Een.’ Ik zat met kloppend hart bij de computer. Dit was zo enorm spannend. Nooit had ik gedacht dat ik dit zo live kon meemaken. Toen volgde het sein ‘all clear’. Ik haalde opgelucht adem.
Door Twitter was ik me sowieso bewuster geworden van het ISS. Iemand had een service gemaakt die je waarschuwde als het station zichtbaar overvloog. Op een terrasje keek ik dan ineens omhoog. Kijk, daar gaat dat stipje.
Dat was een andere tijd. Niemand die er aan dacht dat het nog geen 20 jaar later wel eens omgekeerd zou kunnen gaan worden. Dat de astronauten vanuit hun raampjes kunnen zien hoe wat mannen de enige planeet die we hebben in een nieuwe wereldoorlog storten. Aangejaagd door de opvolger van datzelfde, ooit zo prachtige Twitter.
In Orbit is beschikbaar in Kobo Plus. Hieronder de 30 jaar oude documentaire.
Iedere zondagavond verstuur ik In de Week. Abonneer je hier gratis.