Tag archieven: Twitter

Het raadsel van de foto

De kracht van Twitter heeft zich weer eens getoond. Zoals ik in m’n vorige post schreef zag ik in een film een portretfoto die ik herkende, in de zin van ‘hé, die heb ik wel eens eerder gezien’, zonder verder een idee te hebben van hoe of wat. Omdat het een thriller betrof die vol zit met verborgen boodschappen en geintjes – easter eggs – wilde ik natuurlijk weten wat die foto dan voorstelde. De thriller gaat over een speurtocht en het voelde of ik er zo zelf aan mee kon doen.

Waar kende ik die foto van? Ik groef in mijn geheugen, tevergeefs. Ik googelde me een slag in de rondte maar ook dat leverde niets op. Was het wel een easter egg of vergiste ik me? Dat laatste leek me sterk. In een film die zo gevuld is met subtiele symboliek belandt een curieuze portretfoto niet toevallig boven het bed van de hoofdrolspelers.

Ik vroeg na enige aarzeling om hulp via Twitter, het medium dat ik in 2007 leerde kennen als een instrument om mensen te enthousiasmeren en vrienden te maken maar dat binnen een paar jaar veranderde in een monster. Onder die laag van haat, venijn en de vrijwel onbedwingbare neiging jezelf te profileren ten koste van anderen, schuilen toch nog steeds de restanten van die aardige kanten.

Twitteraars zagen de foto, gingen op zoek en vonden binnen de kortste keren wat mijzelf niet lukte. Via Bing nog wel. 

De man op de foto blijkt Mauro de Mauro, een Italiaanse journalist met een even gruwelijke als fascinerende geschiedenis die zo uit een roman van WF Hermans lijkt weggelopen. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij een overtuigd fascist. Hij maakte jacht op verzetsstrijders, werd beschuldigd van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, werd na de bevrijding gearresteerd, ontsnapte en werd uiteindelijk van rechtsvervolging ontslagen. Hij kwam tot inkeer, verhuisde naar Sicilië en werd journalist voor linkse kranten. In die functie opende hij de jacht op de mafia en de banden tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Zijn werk werd bekroond met een vooraanstaande journalistieke prijs.

Hij onderzocht ook de mysterieuze dood van een topman van de staatsoliemaatschappij ENI, een oud-verzetsstrijder die de macht van Amerikaanse oliegiganten wilde breken. Mauro de Mauro vermoedde, net als veel anderen, een complot. Mogelijke betrokkenen: de mafia, de inlichtingendienst CIA en de extreemrechtse Franse paramilitaire organisatie OAS. 

De befaamde Italiaanse regisseur Francesco Rosi besloot er een film over te maken en Mauro de Mauro werkte aan het script. Terwijl hij daarmee bezig was, werd hij in september 1970 ontvoerd en is er ondanks een intensieve speurtocht door duizenden agenten, nooit meer iets van hem vernomen.

De VPRO zond de film ‘De Zaak Mattei’ in 1978 uit. Hier kun je lezen wat de Leeuwarder Courant er destijds over schreef.

Ik kan slechts gissen waarom het portret van Mauro de Mauro in The Burnt Orange Heresy te zien is. De thriller gaat onder meer over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, verdwijningen en leugens. Wat misschien ook meespeelt is dat de regisseur de thriller aanvankelijk in begin jaren ‘70 wilde laten afspelen. The Burnt Orange Heresy is gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1971 van Charles Willeford, een gerenommeerd misdaadauteur waar onder anderen Quentin Tarantino zich door heeft laten inspireren. Precies de tijd dat Mauro de Mauro verdween. Er was echter te weinig geld beschikbaar om de hele film naar dat tijdperk te stylen. Het resultaat is dat de thriller in iedere tijd had kunnen spelen, al wordt er wel in het tempo van de jaren ’70 in gerookt. Bij dat laatste meen ik altijd de gulle sponsorhand van de tabaksindustrie te zien. Film is een belangrijk middel om nieuwe verslaafden te kweken.

Een andere vraag die blijft hangen kan ik alleen zelf oplossen. Waar ken ik het portret van? Wellicht heb ik het in Italië gezien. Ik haalde de afgelopen dagen talloze vakanties terug uit mijn herinneringen. Bijvoorbeeld die aan Sicilië. Het verraste me destijds hoezeer je de aanwezigheid van de maffia kunt voelen op dat eiland. Alsof er een deken over het land ligt.

Helaas, het portret dook niet op bij deze mijmeringen maar het was prettig terug te denken aan al die ervaringen, die anders onaangeroerd in de magazijnen van je hersens opgeslagen blijven liggen. Zo heeft The Burnt Orange Heresy al meer met me gedaan dan ik ooit tevoren kon bevroeden. En ben ik blij dat ik nog steeds op Twitter zit.

Mijn leven als social junkie

Net als de rest van de wereld probeer ik de tijd die ik op sociale media doorbreng terug te dringen. En net als bij de rest van de wereld -behalve dan de 640.000 Nederlanders die afscheid namen van Facebook – lukt dat natuurlijk niet. Ik ben immers verslaafd, ze noemen me niet voor niets een gebruiker, een junk die op ieder moment dat de verveling dreigt toe te slaan, grijpt naar een quick fix. Wat gebeurt er nu weer op Twitter? 

Ik zou me natuurlijk direct bij de Jellinek-kliniek kunnen melden maar omdat we leven in het tijdperk waarin alles je eigen schuld is, probeerde ik het eerst met zelfhulp. Ik volgde daarbij een beproefde strategie uit de tijd dat de stad nog overspoeld werd door heroïneverslaafden.  Die kregen methadon om af te kicken, er reed daartoe een methadonbus door de stad. Dat spul verzachtte het afkicken en was minder verslavend.

Dus ging ik op zoek naar digitale methadon. Verslavende apps die minder je leven beheersen. Eerst probeerde ik Tumblr, een sociaal netwerk waar niemand op zit die ik ken dus dat was lekker rustig. Geen like-stress ook want niemand zal me liken. Het wordt begrijp ik voornamelijk bevolkt door tieners die kampen met wat de Engelstaligen ‘angst’ noemen, een soort levensfobie. Daarom heb je dus ook geen last van ze.

Het voelde na een tijdje koppig bivakkeren op Tumblr toch alsof ik in m’n eentje aan boord van een cruiseschip over de oceaan dobberde. En dan bedoel ik zonder iemand anders aan boord. Na een paar weken dolen door de verlaten casino’s ga je verlangen naar een ijsberg om tegen op te botsen.

Iets anders dus. Ken je Ello nog? Dat werd ooit gepresenteerd als de opvolger van Facebook toen Zuckerberg de zoveelste draconische gebruikersvijandige maatregel doorvoerde. Iedereen meldde zich aan en haakte vervolgens af. Rondhangen op Ello is als dolen door een verlaten vallei. De naam zegt het eigenlijk al: Ello? Ello? Anybody here? Stilte…

Wordfeud en Social Chess helpen maar een beetje. Ik bedoel, het leven is tenslotte geen spelletje.

Toen dacht ik aan het prille begin van Twitter. Twitter vroeg: wat ben je aan het doen? Koffie drinken, was vaak het antwoord. Maar het goede van die vraag is dat het uitnodigde tot actie. Ook omdat iedereen het had over wat ze aan het doen waren. Door Twitter werd hardlopen leuker, ging ik vaker naar concerten. Die tijd is wel voorbij. Als ik nu op Twitter zou melden dat ik hard heb gelopen luidt de reactie niet meer ‘wat goed!’ maar ‘opschepper!’ Twitter doet te vaak denken aan een krabbenmand waar iedereen tracht elkaar naar beneden te halen.

Maar dat sociale netwerken je aan kunnen zetten iets te gaan doen, heb ik er wel van geleerd. Het stimuleert en inspireert om wat je doet met anderen te delen. Anders zou ik dit ook niet opschrijven. Dus probeer ik nu af te kicken van de schermtijd door me op sociale netwerken te storten waarin je een enkel doel met anderen deelt.

Goodreads is een sociaal netwerk voor boekenliefhebbers met als extra mooie optie dat je jezelf een doel kunt stellen voor het aantal boeken dat je wilt lezen. Ik heb voor dit jaar ingezet op 50 titels en het bijhouden daarvan helpt me om meer te lezen. Het is ook leuk om te zien wat anderen lezen. Zo weet ik nu dat de advocate en schrijfster Britta Böhler dit jaar al 20 boeken gelezen heeft. Ja, twintig. Haar doel is 177 titels in 2019. Daar herinner ik mezelf even aan als ik denk dat ik geen tijd heb om te lezen.

Je kunt boeken op Goodreads sterren geven maar daar ben ik mee gestopt omdat het te veel een worsteling was. Een lekkere thriller is 5 sterren waard maar een levensveranderend literair werk ook. Ik kon dat niet rijmen en in plaats daarvan schrijf ik nu een- of tweeregelige ‘recensies’. Gek genoeg gebruik ik de sterren van anderen wel om te selecteren wat ik wil lezen. In een boek met 1 ster begin je niet snel.

Films geef ik wel sterren op Letterboxd, een netwerk voor filmliefhebbers waar ik bij hou wat ik heb gezien. M’n streven om dit jaar ook in films 50 titels te halen gaat me zo te zien wel lukken. Ik zit nu al aan de tien, met dank aan het IFFR en m’n Cinevillepas. Straks word ik nog een Britta Böhler van de cinema.

Een ander doel is dit jaar 20 klassieke muziekstukken leren kennen. Daar bedoel ik mee dat ik ze zo goed heb beluisterd dat ik ze herken als ze bijvoorbeeld in een film opduiken. Probleem is natuurlijk welke. Ik begon via Spotify enthousiast met de Preludes van Karol Szymanowski en daarna Im wunderschönen Monat Mai van Reinbert de Leeuw maar toen liep ik vast. Vandaag installeerde ik Wolfgang, volgens mij het kleinste sociale netwerk wat er bestaat want ik zie maar een paar namen en dat is geloof ik het enige sociale er aan. Het schotelt klassieke werken voor en vertelt je wat je hoort.

Ik leer al een tijd Frans via Duolingo. Ook daarbij kun je kijken wat je vrienden doen maar er wordt teveel afgehaakt om dat interessant te laten zijn. Daarom heb ik een nieuw doel: de 100 dagen streak halen, dat wil zeggen 100 dagen lang trouw je huiswerk doen zonder een dag te missen. Tot nu toe is iets van 50 dagen het langste dat ik gehaald heb.

Tot slot m’n hardloop-app. Die is ook sociaal maar daar durf ik al maanden niet op te kijken want ik heb in geen tijden gerend. Terwijl ik dat wel moet doen. Ik heb me namelijk in een vlaag van verstandsverbijstering opgegeven voor de 1/4 marathon, begin april. Straks als ik dit stukje af heb zal ik het weer gaan proberen. Wacht, laat ik nu maar meteen m’n schoenen aantrekken en de langste afstand overbruggen die er is voor onwillige hardlopers: die tussen de bank en de voordeur.

Of nee, toch maar eerst nog wat lezen.

Foto: De maaltijd der vrienden, Charley Toorop (1932). Collectie Boijmans van Beuningen.

Wat er overbleef van m’n goede voornemens voor 2018

Ik zocht het lijstje goede voornemens op dat ik begin 2018 opstelde. Eigenlijk wist ik dat ik dat niet moest doen. Maar ach, 2018 was toch al een algeheel kutjaar dus dat kon er ook nog wel bij. Natuurlijk had ik ook geen idee meer van wat ik me precies allemaal had voorgenomen maar het lijstje bleek gelukkig kort en opvallend doelgericht. Geen vage voornemens als ‘gezonder leven’ of ‘meer genieten’. 

Dit waren ze:

1. Een boek per week lezen. Dat heb ik een tijd redelijk volgehouden maar de tijdvretende verleiding van social media bleek te sterk. Of ik te zwak. Dus ik ben niet verder gekomen dan dertig boeken. Als je wilt weten welke het waren, vind je hier het overzicht.

2. De kwart marathon van Rotterdam binnen een uur rennen. Haha! Om te huilen. Ik ‘vergat’ te trainen, verscheen onvoorbereid aan de start. Dat bleef niet onbestraft: 1:16. “Het was de hel maar het was het waard,” noteerde ik op Instagram. Dat laatste was social media bluf, denk ik nu.

3. Niets kopen. Ik wilde meer burger worden en minder consument. Dat is wel enigszins gelukt. Natuurlijk niet helemaal ‘niets’ gekocht maar wel drastisch verminderd. Voor mij geen retail-therapy meer. Als ik kleding wil kopen vraag ik me eerst af welk kledingstuk uit m’n garderobe ik dan in ruil niet meer zal dragen. Resultaat: ik kom niet meer in kledingwinkels, ook niet online. Wat ook helpt: alle nieuwsbrieven opzeggen die je aanzetten tot kopen.

4. Geen wegwerpbekertjes meer gebruiken. Dat geldt vooral voor m’n werk. Ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik het me had voorgenomen. Dus helaas.

5. De 40 kilometer van de Nacht van de Vluchteling binnen 9 uur lopen. De tocht ging om 00:00 bij de Erasmusbrug van start en ik finishte om 09:24 in Den Haag. Ik kan als excuus gebruiken dat ik onderweg m’n blaren moest laten behandelen door het Rode Kruis. Dat vergde enig oponthoud. En ja, ook die tocht was de hel. Heb me voorgenomen het nooit meer te doen. Tineke Ceelen denkt daar trouwens anders over.

6. Wijnglazen alleen bij de steel vasthouden. Ik weet dat ik er nog vaak aan gedacht heb maar het is me bij geen enkel glas gelukt. Ik heb wel veel geoefend maar het is zo’n gedragsverandering die maar niet wil lukken. Dus dat wordt een andere tactiek voor 2019: minder wijnglazen vasthouden.

Dat waren mijn goede voornemens voor 2018. Geen enkele heb ik volbracht.

Er zijn theorieën dat je geen goede voornemens moet maken omdat je er ongelukkig van wordt. De meeste mensen slagen er immers niet in zich er aan te houden en dan frustreert het alleen maar. Toen ik dat voor het eerst las nam ik me prompt voor nooit meer goede voornemens op te stellen. En verdomd: dat lukte niet.

Als ik zie dat ik geen enkele van mijn goede voornemens volledig gerealiseerd heb, stemt dat inderdaad mismoedig. Maar ik weet ook dat als ik ze niet gemaakt had, ik misschien helemaal geen boeken had gelezen of maar een stuk of vier, ik de 1/4 marathon niet had gelopen, m’n dierbare sponsors misschien geen 1600 euro hadden gedoneerd voor de vluchtelingen en ik in m’n vrije tijd nog steeds gedachtenloos door winkels liep te dolen om m’n kooplust te bevredigen. Zo bezien viel 2018 nog mee. En het voordeel van een slecht jaar is dat de kans groter is dat het volgend jaar beter wordt.

Kortom: wat zal ik me eens voor 2019 voornemen? Voor de 1/4 marathon heb ik me al opgegeven.

cc-foto: anataman

Ze gebruiken te vaak we

Op Twitter deelde Roos Vonk een ingezonden brief waarin een pleidooi werd gehouden tegen het gebruik van ‘we’ in journalistieke artikelen. Als bijvoorbeeld in “toch zijn we kwetsbaar”. De tot op het bot geërgerde lezer had er zelfs zijn abonnement op De Correspondent, waar ze graag ‘we’ schrijven, voor opgezegd.

Wat is er mis met we? “Is deze generatie zo door zichzelf geobsedeerd dat ze de buitenwereld met ‘we’ zijn gaan verwarren?” vraagt de briefschrijver retorisch. De jeugd heeft het weer gedaan. Die onuitputtelijke bron van ergernis verdwijnt nooit.

Je zou natuurlijk kunnen redeneren dat een correspondent niet in ‘we’-termen kan schrijven. Hij of zij is immers ergens waar de lezer niet is, dat is het kenmerk van een correspondent die tussen het eigen publiek en de anderen in staat. Een correspondent in Duitsland die ‘we’ gebruikt, heeft die het over de Duitsers of de Nederlanders? Maar ja, De Corrrespondent is natuurlijk maar gewoon een naam. De Telegraaf krijgt nieuws ook niet in morse binnen. Stop.

We is het nieuwe men, zo wordt in een naschrift op de brief duidelijk gemaakt. Men is in de journalistiek taboe omdat onduidelijk is wie er mee bedoeld wordt. Het is een woord voor kookboeken – men neme – luidt een oude stelregel. Spaarzaamheid is ook geboden voor we, aldus de redactionele reactie op de brief.

Er ontspon zich onder de tweet van Roos Vonk een discussie over het gebruik van we en alternatieven. ‘Mensen’ bijvoorbeeld. Niet ‘we eten te veel vlees’ maar ‘mensen eten te veel vlees’. Wat meteen het probleem laat zien van ‘mensen’. Er zijn immers mensen die dat helemaal niet doen. Kortom, mensen moeten we niet willen.

Wat niet genoemd werd als alternatief is ‘jullie’. Dat werkt heel goed, in de zin dat het laat zien hoe alles dan in je hoofd kantelt. Jullie eten te veel vlees. Jullie kopen geen muziek meer. Helder. Interactief met de lezer, dat is toch wat jullie willen.

Jullie gaan vaak op vakantie. Jullie zijn verslaafd aan smartphones. ‘Jullie’ maakt duidelijk wat ‘we’ ongemerkt doet, je medeverantwoordelijk maken. ‘We’ is de softe versie van ‘jullie’ omdat de auteur zichzelf medeplichtig maakt. Dat maakt alles minder erg. ‘We moeten vaker sporten’. Ja, jij ook al?

Maar jullie werkt natuurlijk niet. Te direct. Te onaangenaam ook.

De Correspondent zou ‘we’ kunnen vervangen door ‘ze’. Je weet wat er dan gebeurt. Duizenden opzeggingen want de krant verandert met die ene woordenwisseling in een soort De Telegraaf. Ze pakken te vaak de auto. Ze leven steeds langer. ‘Ze’ is de lingo van de ontevredenen en afgunstigen.

Zo zie je dat het ene woord – we, jullie of ze – min of meer achteloos bepaalt hoe we over het nieuws en maatschappelijke zaken denken. Weten we dat eigenlijk wel?

Nooit geweten wat september betekent

Ik leg al jaren een paar keer per week dezelfde kilometerslange route af en nog overkomt het me met enige regelmaat dat ik ineens iets opmerk in het landschap dat me in al die honderden eerdere keren is ontgaan: een watertoren, een boerderij, een reclamebord, een nederzetting aan de horizon of iets anders in het oog  springends.

Hoe kon ik dat niet gezien hebben? Het is een vraag die een kettingreactie losmaakt en me de rest van de reis gepieker oplevert over wat ik dan allemaal nog meer niet gezien, gehoord of anderszins opgemerkt heb. Dat is toch een existentiële vrees, dat het leven aan je voorbij trekt en dat je er te weinig van meekrijgt. Daarom gaan mensen denk ik bungeejumpen, bergbeklimmen, op expeditie of op reis naar bezienswaardigheden die je eigenlijk thuis op het scherm veel beter kunt zien dan tussen de drommen lotgenoten.

Om het gevoel dat ik alles, of minstens te veel, mis in het leven een beetje te dempen, heb ik tijdens de vakantie het gebruik van social media drastisch beperkt. Want dat is zoals bekend een belangrijke oorzaak van de fomo-ziekte, de angst iets te missen. Behalve Instagram dan, daar bleef ik gewoon posten en browsen om te zien wie er nog veel fijnere vakanties hadden want je kunt nu eenmaal maar beter niet honderd procent consequent willen zijn. Voor je het weet ben je veranderd in een fundamentalist.

Bij het ontwaken op de eerste werkdag, in de zeer vroege ochtend, wierp ik weer eens een blik op Twitter en daar zag ik meteen een bericht waar ik van schrok. Precies de reactie waar het medium voor bedoeld is. In het begin werd de wereld geschokt door mededelingen als ‘ik drink koffie’ – hele columns werden er vol over geschreven – maar dat is inmiddels geëvolueerd, volgens het darwinistische recht van de schokkendste. De tweet ging niet over Trump of enig ander mogelijk einde van de wereld – dat is inmiddels het nieuwe koffiedrinken – maar over de namen van de maanden van het jaar.

Ik had er als mavo-klant nooit bij stilgestaan dat september komt van het Latijnse woord septem wat zeven betekent. Dat was al een echte wake up call op de vroege ochtend. Hoe vaak heb ik niet september gezegd of gelezen in mijn leven? Wel duizenden keren en nooit is bij me opgekomen dat het van zeven komt. Ok, ik ken geen Latijn, dat is een verklaring maar nog geen excuus.

Daar bleef het natuurlijk niet bij. September is niet de enige maand die voor een getal staat. Octo is acht, novem is negen en decem is tien. Nooit geweten! Een verzachtende omstandigheid is dat september niet de zevende maar de negende maand is, octo de tiende, enzovoort. Dus als leek zou het je ook niet opvallen. En misschien dat ze het daarom op de mavo niet vertelden. Negen is zeven, er zijn grenzen aan wat je leerlingen kunt aandoen.

Zeven is negen komt, zo legt Ten Like Nessee Now op Twitter uit, omdat een Romeinse heerser het oorspronkelijke kalenderjaar dat bestond uit tien maanden uitbreidde met twee maanden: januari en februari. Wikipedia vertelt dat hij dat deed om de winter beter te organiseren. Voor die tijd begon het nieuwe jaar in maart, wat me trouwens een veel beter tijdstip lijkt. Een nieuwe lente, een nieuw begin.

Minder geweldig aan de oude indeling is dat de Romeinse week 8 dagen telde, tenzij dat zou betekenen dat een weekend drie dagen lang is. Dat zou weer mooi zijn. Een lang weekend is dan vier dagen en zijn we eindelijk verlost van de vraag hoe lang een midweek precies is, nog zo’n kwestie die me al te vaak, te lang heeft beziggehouden.

Ik herinner me van school de ezelstrucjes om het aantal dagen van de maand te onthouden, de indeling van de seizoenen maar dit heb ik nooit geweten. Hoeveel dingen moeten er dan wel niet in het dagelijks leven zijn die ik ook niet weet? En terwijl ik dit opschrijf, bekruipt me het besef dat het me misschien wel eens verteld is, of dat ik het eerder heb gelezen maar weer ben vergeten. Dat stelt ook niet gerust. Want hoe kan het dat ik iets vergeten ben dat ik nu zo interessant vind?

Je begrijpt, dit is geen gemakkelijk leven. Misschien lijd ik wel aan agnosiofobie. Nooit van gehoord? Ha, ik nu wel!

Goede voornemens

Goede voornemens worden gezien als het jaarlijks gevecht tegen de bierkaai. Een strijd die zinlozer is dan de War on Drugs. Een hopeloze poging om nog wat van je leven te maken. Ik ging altijd mee in dat cynisme. Onterecht ontdek ik nu. Misschien is mijn leven zonder dat ik het doorheb zo waardeloos dat ik ieder lichtpuntje als een nieuw sterrenstelsel zie maar dan nog is het in ieder geval hoop. En hoop heb je als er niks is, omdat het beter is dan niks.

Natuurlijk zijn de goede voornemens vaak te ambitieus om ze echt te realiseren maar dat hoort ook zo. Als je al je goede voornemens ook daadwerkelijk realiseert dan waren ze te makkelijk. Dan is het is als de handelaar die boos wordt als je niet afdingt en jij direct betaalt wat hij vraagt, want zo blijft hij met het idee zitten dat hij hoger had kunnen inzetten.

New Year's ResolutionsIk nam me begin dit jaar onder meer voor af te vallen, meer te lezen, minder sociale media te doen, meer te sporten. Dat laatste lukt dankzij Nasrdin Dchar die het fenomeen #runwithnas startte: iedere zondagochtend om 10:30 verzamelen voor de Beach House in het Kralingse Bos en dan een rondje van 5 km rond de Plas rennen. Sinds ik dat doe, sport ik ook doordeweeks wat vaker. Afvallen is natuurlijk de jojo die hoort bij bureauwerk waar je, zonder dat je er erg in hebt, weinig beweegt en veel vreet maar ik weeg wel 4 kilo minder dan vorig jaar rond deze tijd. En mijn voornemen om meer te lezen lukte ook. Ik las 14 boeken, meer dan in het jaar daarvoor.

Een van de dingen die me helpen is de app Streaks die ik sinds enige tijd gebruik. Je stelt er maximaal zes doelen in die je wilt halen. 3x per week sporten bijvoorbeeld. Of voor 00:00 uur gaan slapen. Dat lukt – natuurlijk – niet elke dag maar helpt je wel om vaker te doen wat je eigenlijk zou willen doen. En om die doelen zo vaak mogelijk opeenvolgend te halen. Ik heb als dagelijkse doelen onder meer 15 minuten in een boek lezen, 30 punten halen in DuoLingo, 10 trappen lopen. Natuurlijk hou ik dat niet vol maar zonder de app zou ik het helemaal niet doen.

Goede voornemens zijn een eenvoudige manier om je af te vragen wat je aan je leven en jezelf zou willen veranderen. Dat op zich lijkt me al een goed voornemen.

Ik wens jullie allemaal een mooie jaarwisseling, een gelukkig 2016. En goede voornemens.