Pasta eten is een vorm van verzet tegen het fascisme. In ieder geval in Italië. Daar worden op 25 en 26 juli op tal van plaatsen gezamenlijke maaltijden gehouden ter ere van het antifascistisch verzet, met maar een gerecht: de pastasciutta antifascista.
De traditie herinnert aan een actie van de familie Cervi in Reggio Emilia. Toen zij op 25 juli 1943 hoorden van de val van fascistische dictator Mussolini besloten ze dat te vieren door op het dorpsplein aan iedereen pasta uit te serveren. De fascisten hadden namelijk een hekel aan pasta, ze meenden dat je er zwak van wordt. Net als nu in de manosphere promootten ultrarechtse bewegingen indertijd het eten van bloederig vlees. Daar zou je een echte man van worden. Mussolini wilde pasta zelfs verbieden.
In tegenstelling tot wat je misschien denkt was pasta destijds in Italië niet zo bekend als nu. Veel Italianen hadden het gerecht zelfs nog nooit gegeten, las ik. Pasta werd pas na de oorlog via een omweg populair. Amerikaanse soldaten namen de gedroogde pasta na de oorlog mee naar huis en maakten het daar razend populair. De fameuze spaghetti bolognese die je overal kunt bestellen is dan ook geen Italiaans maar een Amerikaans gerecht. Vervolgens brachten Italiaans-Amerikanen pasta met familiebezoeken weer terug naar Italië. Migratie kent haar eigen wonderlijke werkingen. De Kapsalon zal ooit ook nog wel eens een nationaal gerecht van Libanon worden.
De mannen van de Cervi familie sloten zich aan bij de partizanen. Want Mussolini mocht dan afgezet zijn, de fascisten bleven nog steeds actief, gesteund door de Duitsers. Die partizanen voerden vanuit de bergen een soort guerrillastrijd om het land te bevrijden. De zeven gebroeders Cervi maakten de bevrijding niet mee, ze werden voor die tijd gevangen genomen en geëxecuteerd. Het zijn Italiaanse oorlogshelden die met de pastamaaltijden op 25 en 26 juli geëerd worden. Het zal niet verbazen dat deze traditie de laatste jaren aan populariteit wint nu de nazaten van de fascisten weer gewoon in de regering zitten.
Ik moest aan het fenomeen denken toen ik tijdens de treinreis van Napels naar Budapest de film Una questione privata van de legendarische regisseur Paolo Taviani bekeek. Die gaat over de strijd van de partizanen. Of liever gezegd dat is de setting voor de privékwestie uit de titel. Milton is een jonge kerel die zich heeft aangesloten bij de strijders in de bergen. Tijdens een patrouille komt hij terecht bij de villa waar voor de oorlog zijn grote liefde woonde. Dat wil zeggen, hij koestert haar als zijn grote liefde. Zij is daar wellicht niet van op de hoogte maar bracht wel veel tijd met hem door en smachtte naar zijn brieven.
Milton betreedt het verlaten huis, hij heeft maar een paar minuten want de patrouille moet verder omdat fascisten in aantocht zijn. De huishoudster blijkt nog aanwezig. Ze raken aan de praat en hij vraagt haar of ze het niet vervelend vond dat hij vroeger zo vaak langs kwam. Nee, dat vond ze niet. Want, zo vertelde ze, hij veroorzaakte immers geen overlast. “Dat was bij die andere jongen wel anders.” Andere jongen? Milton is verrast en zijn wereld dreigt in elkaar te storten. Was zijn gedroomde liefde dan niet op hem zoals hij op haar? Die andere jongen kwam in de avond en bleef tot diep in de nacht, vertelt de huishoudster. Het blijkt zijn beste vriend te zijn, die ook bij de partizanen zit.
Milton raakt bezeten, hij moet van zijn vriend horen hoe het zit en begint een tocht door vijandelijk gebied om hem te bereiken. De vriend blijkt inmiddels gevangen genomen te zijn door de fascisten. Milton moet hem zien te bevrijden want executie dreigt en dan zal hij nooit weten hoe het zat.
Tijdens het bekijken werd ik me voor het eerst gewaar dat ik weliswaar heel veel oorlogsfilms heb gezien maar dat het antifascisme als politieke stellingname daar eigenlijk heel weinig in aan bod komt. Het zijn veelal meer persoonlijke drama’s of actiefilms. De titel van deze film verwijst daar ook naar. Het gaat over een privékwestie met als decor de barre strijd tegen de fascisten.
Het verhaal intrigeerde me wel, ook vanwege dat verteerd worden door liefde of wat het ook is, een obsessie die aan niets anders ruimte biedt. Ik zag dat de film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Beppe Fenoglio, die zich als twintiger bij de partizanen had aangesloten. Het verscheen in 1968, vijf jaar na zijn overlijden.
Ik las dat boek vervolgens deze week in Engelse vertaling. Het is een indrukwekkend verhaal, mede omdat het zo duidelijk gebaseerd lijkt op de eigen ervaringen van de auteur. De mist, de modder, de algehele ellende van de strijd in de bergen kruipt van de pagina’s af en neemt bezit van je. En hoe de fascisten gehaat worden.
De partizanen zijn verdeeld in twee groepen, de communisten en de badogliani, die laatsten zijn vernoemd naar Badoglio, de maarschalk die na de val van Mussolini premier werd en zich in oktober 1943 aansloot bij de geallieerden. Milton en zijn vriend behoren bij die laatste groep. Ze zijn niet zo ideologisch gedreven als de communisten, ze willen de wrede fascisten gewoon verdrijven.
Het Engels was soms wat lastig, bijvoorbeeld omdat ik niet bekend ben met alle benamingen voor de verschillende soorten struikgewas en modder waar Milton zich een weg door moet zien te banen.
In het boek gaat het niet alleen over liefde en vriendschap maar ook over de klassenverschillen. Milton is een slimme jongen maar van eenvoudige komaf, zijn vriend en vriendin zijn rijk. Hij is voor haar meer een speeltje, een interessant tijdverdrijf, zo wordt voor de lezer wel duidelijk maar niet voor de hoofdpersoon zelf. Hard gezegd: zij zijn wreed, hij is naïef. Toevallig ook de twee elementen waar oorlogen uit ontstaan. Maar zo bedoelde de schrijver het waarschijnlijk niet.
De film is onder de titel Rainbow: A Private Affair te bekijken via verschillende streamingdiensten.
Het boek van Beppe Fenoglio verscheen in 2012 in Nederlandse vertaling bij de Bezige Bij als Een privékwestie. Alleen nog tweedehands verkrijgbaar.
Meer informatie over de antifascistische pastatraditie lees je in dit Engelstalige artikel van El País: Macaroni against fascism: Why pasta is a symbol of resistance in Italy
Het recept voor de pastasciutta antifascista vond ik in de Italiaanse wikipedia:
Breng een grote pan met gezouten water aan de kook. Voeg de pasta toe en kook deze volgens de kooktijd. Giet de pasta af en doe deze in een voorverwarmde pan. Voeg een paar opscheplepels van het kookwater toe en roer de pasta goed door. Haal de pan van het vuur en voeg de boter en Parmezaanse kaas toe, onder voortdurend roeren. Voeg naar wens nog wat van het kookwater toe en serveer.
Buon appetito, per la libertà.
Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Abonneer je nu gratis.