Vluchten op de bank

Vanochtend te vroeg opgestaan na vannacht te laat zijn gaan slapen. Meteen haast want in de lift hing een briefje dat wegens werkzaamheden het water wordt afgesloten vandaag. Ik vul een fles met reservewater.
Geen ontbijt in huis dus eerst naar de supermarkt. Buiten beginnen meteen de eerste druppels te vallen uit een bui die twijfelt tussen mist en miezer. Te weinig om weer helemaal terug naar de 19e verdiepingen te gaan en daar een regenjas te halen, te veel om het me niet te laten storen.
Ik heb haast want straks om tien uur staat er een tv-ploeg voor de deur. Al stappend vervloek ik mezelf. Ik heb me ooit voorgenomen dat soort interviews niet voor elf uur ’s ochtends te geven. Dat was niet voor niets.
“Maar ons schema…”
Ok, tien uur dan.
Terug thuis komt er geen water meer uit de kraan. Ik moet even opruimen. Tijdschriften, post, kleding liggen verspreid door de kamer. En ontbijten. Snel, snel het is al tien over half tien.
Net als ik het eerste stuk boterham in mijn mond steek gaat de deurbel. Ik zie een vrouw en twee mannen op de monitor van de intercom.
“We zijn wat vroeger. Is dat erg?”
Ja, dat is heel erg.
Om elf uur gaan ze weer weg. De dag is als een enveloppe die te snel is opengescheurd met van die rafelranden. Die kun je alleen nog maar weggooien.
Ik kruip achter de computer en realiseer me dat ik vandaag een tv-recensie moet schrijven voor de krant. Misschien is het een mooi excuus om onder een deken op de bank te gaan liggen en de hele middag naar belspelletjes te kijken.