Ballen

''de Ballentent/ beste bal van Rotterdam
cc-foto: Dietmut Teijgeman-Hansen

Ik liep langs de Ballentent, recht aan de oever van de Maas, de meest Rotterdamse horecazaak die er in de stad bestaat. Tenminste, dat wordt gezegd. Ik ben er nog nooit binnen geweest en moet eerlijk bekennen – ik zeg dit met enige schroom – dat ik vaak niet zo goed weet wat er precies wordt bedoeld met ‘Rotterdams’. Ja, direct, grof en grappig maar dat hoort al snel bij grote steden en stedelingen. Als je met honderdduizenden op elkaar woont ontwikkel je nu eenmaal andere sociale overlevingsvaardigheden dan als je je leven slijt met een paar schapen op de hei.

Ik stelde me voor dat in de Ballentent echt Rotterdams wordt gesproken, met een ‘o’ zo helder als een echoput en een ‘r’ die rolt als de losse steen uit het nummer van de Temptations. Ik moest het bij voorstellen laten omdat ik er niet naar binnen durf. Dat klinkt een beetje gek maar in de Ballentent serveren ze namelijk gehaktballen, althans dat denk ik zo. Van die authentieke gehaktballen die baden in jus, glinsterend als een bokser na een kampioensduel. Dan zou ik moeten vragen ‘heeft u ook vegetarische gehaktballen?’. In gedachten hoorde ik een collectief hoongelach losbarsten zoals in de Grolsch-reclame die nu in de bioscopen draait en waarin een handelsreiziger aan de brouwers een kroonkurk voorstelt ter vervanging van de beugelfles. Ik huiverde.

Ik zag de mensen achter de ruiten van de Ballentent, dicht opeen gepakt aan tafeltjes. Ze aten, ze dronken, ze kletsten, ze lachten, ze waren deze zondagmiddag echte Rotterdammers aan het zijn. Dat zou ik ook wel willen. Ik vroeg me af of het ook met een vegetarische gehaktbal kon. Ik had er thuis nog een in de koelkast liggen.

De bal glinsterde op het witte broodje. Weliswaar niet van de vette jus maar van de bouillon, groentebouillon. Maar dat hoefde niemand te weten. En picallilly, dat leek me wel een authentieke toevoeging. Echte Rotterdammers eten hun gehaktbal vast met piccalilly. Ik zat alleen in de huiskamer, de zon viel door de vensters, in de verte klonk een scheepshoorn en ik nam een hap van mijn eigen authentieke Rotterdamse bal.

Mijn moeder serveerde op zondag na de kerkgang altijd gehaktballen met wit brood. Ik at ze met plezier tot ik het ouderlijk huis verliet en stopte met vlees eten. Jaren en jaren later, toen mijn ouders al overleden waren en ik voor het eerst een vegetarische gehaktbal met wit brood at, kwam dat tafereel zo helder terug dat het voelde alsof ik weer bij hen aan tafel zat. De geuren, de stemmen, de geluiden, de Misa Criolla die tijdens het eten altijd op een koffergrammofoon werd afgespeeld om de nostalgie van mijn vader te voeden. Alsof ik in een kijkdoos van mijn eigen leven keek.

Zintuigen zijn de snaren van ons geheugen. Ruik een geur, proef een smaak, hoor een geluid en er komt meteen een geheel beeld terug. Tenminste, de eerste keer. Ik heb inmiddels zo vaak gehaktballen gegeten dat de herinnering niet meer op te roepen is, verbleekt als een foto die te lang in de zon heeft gehangen. Het leven is zuinig met herbeleving. Waarschijnlijk om te voorkomen dat je gek wordt.

Ik pakte het potje dat op tafel stond. “Amsterdamse piccalilly” prijkte er op het etiket.

Echte Rotterdammer zijn is nog niet zo eenvoudig.

1 gedachte over “Ballen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.