Sommige mensen, of misschien wel hele volksstammen, hebben romantische ideeën over guerrillastrijd, veelal op het verkeerde been gezet door de mythevorming rond Che Guevara of andere gewapende helden. Mocht je daar ook last van hebben dan moet je Monos zeker gaan zien, Een Colombiaanse film over een groep tieners die deel uitmaken van een guerillabeweging en bivakkeren in de jungle met een Amerikaanse gijzelaar. Apocalypse Now meets Rebel without a Cause. Of Tanja Nijmeijer zonder politieke praatjes. In Colombia woedt een guerrilla-oorlog maar in Monos wordt niet duidelijk waar het verhaal zich afspeelt.
Monos is zeer gewelddadig, al komt dat geweld amper in beeld. Permanent hangt er een dreiging die steeds meer onder je huid kruipt.
In het begin zie je de leden van de groep, ze hebben allemaal een zwaar wapen. Dat is cruciaal voor het verhaal. Bewapen een groep jonge mensen, stuur ze een vijandige omgeving in en je weet zeker dat er ellende uit voortkomt waarbij ze niet alleen hun vijanden maar ook elkaar doodmaken.
Waarom de rebellen vechten blijft achterwege. Het doet er ook niet toe. De vraag die Monos oproept is wat er eigenlijk wel toe doet. Waarschijnlijk de buitenwereld, die nooit in beeld komt behalve in schaduwvorm als er onderhandeld moet worden over de gijzelaar.
De film bevat opvallend veel verwijzingen naar Apocalypse Now, tot en met een koe die een rol krijgt, al is het verhaal naar verluidt meer geïnspireerd door Lord of the Flies. Het knappe camerawerk is van de Nederlander Jasper Wolf. Hij dompelt je – soms letterlijk – onder in de jungle. Ik bleef nog lang onrustig.