Theaterrellen in Rotterdam

Tivoli theater in 1890

Ik zoek graag in oude kranten. En dan bedoel ik echt oud. Honderd jaar oud. Het is mijn manier om me over te geven aan serendipiteit, een fenomeen waar ik een beetje verslaafd aan ben. Van Dale’s woordenboek definieert dat zo: ga­ve om door toe­val­lig­he­den en in­tel­li­gen­tie iets te ont­dek­ken waar men niet naar op zoek was.

Om het te bereiken moet je dus op zoek gaan naar iets. En dan heel onverwachts iets totaal anders vinden. Het is een soort goud zoeken, maar dan in een hooiberg. Ik heb daar een methode voor, wat een beetje vreemd is omdat het immers om toeval gaat.

Als het dagelijks nieuws me een beetje te veel verontrust duik ik in het nationale krantenarchief om uit te vinden of wat er nu op dit moment gebeurt inderdaad uniek in de geschiedenis is, zoals alom beweerd wordt. Of dat Maarten van Rossem gelijk heeft: niks aan de hand, gebeurt vaker, oude liedje.

Afgelopen week barstte onder cultuurminnaars het verdriet los over de zeer beperkte heropening van de theaters. Het was ook een drama. Ze mogen weer spelen maar alleen voor vrijwel lege zalen, het ergste wat een theatermaker kan overkomen. Een sadist zou het niet beter hebben kunnen verzinnen. Dus dook ik in het nationale krantenarchief. Om te zien of dat vroeger ook gebeurde, dat theaters gesloten werden. Tijdens de Spaanse griep bijvoorbeeld. Voilà, ik vond iets totaal anders en er ging een wereld voor me open.

Al snel stuitte ik op een bericht uit september 1899 waarin werd gemeld dat de burgemeester van Rotterdam de opvoering van het toneelstuk De Martelaar in theater Tivoli verboden had. Nooit van gehoord.

Zoveel vragen. Eerst Tivoli. In Rotterdam? Ik moest achterhalen wat dat was geweest. Het bleek een schouwburg op de plek waar tegenwoordig het Stadhuisplein is. In 1890, Rotterdam groeide toen als kool, was het theater in vier(!) maanden tijd gebouwd. Een zaal met 362 zitplaatsen, inclusief de balkons. Later werd in het gebouw de eerste bioscoop van Nederland gevestigd. Er was ook een café bij en een kegelbaan. Ik ging naar het nationaal archief en zag een foto van het theater met een rij taxi’s voor de deur. Het leek wel een andere stad. Rotterdam was toen de belangrijkste uitgaansstad van het land of op weg dat te worden. Tivoli bestaat niet meer omdat het in mei 1940 is weggebombardeerd. Net als de rest van het stadscentrum en daarmee het culturele leven, dat decennia nodig had om er weer bovenop te komen.

In Tivoli zou De Martelaar opgevoerd worden. Dat toneelstuk ging over de Dreyfus-affaire, een zeer geruchtmakende bladzijde uit de Franse geschiedenis. Dreyfus was een joodse officier in het Franse leger die onschuldig veroordeeld werd wegens spionage, op grond van een door antisemitisme ingegeven aanklacht. De kwestie, meer een complot, heeft de Franse geschiedenis op z’n kop gezet en trok over de hele wereld aandacht.

De regering in Parijs was zeer ontstemd over De Martelaar, dat de kant van Dreyfus koos, en drong aan op een verbod. De burgemeesters van Rotterdam en Den Haag gaven daar gehoor aan. In Rotterdam werd het zelfs tot twee keer toe verboden. In andere steden werd Dreyfus, de Martelaar van het Duivelseiland, zoals het officieel heette, wel opgevoerd. Meestal voor uitverkochte zalen want het stuk werd alom lovend ontvangen. Het werd niet alleen gespeeld in Nederland maar ook in Duitsland, Italië, Engeland.

De Martelaar is geschreven door Anton van Sprinkhuysen. Je hebt waarschijnlijk nooit van hem gehoord maar hij was indertijd een succesvolle en spraakmakende Rotterdamse toneelschrijver en acteur die actuele stukken schreef. Een daarvan draagt bijvoorbeeld de intrigerende titel Mijnheer Florissen, de mislukte kandidaat voor de Tweede Kamer. Het zou me niet verbazen als je er een remake van kunt maken. Het waren populaire stukken, bedoeld voor een groot publiek, die aansloten op discussies in de samenleving en die aanjoegen.

Zijn stellingname leidde tot protesten van autoriteiten. Ook een ander toneelstuk van hem, een soort West Side Story over twee geliefden, de een joods, de ander christelijk, werd met een verbod bedreigd. Dit keer door de burgemeester van Leiden omdat christenen zich er door gekwetst voelden. In een enkel zinnetje wees Van Sprinkhuysen er op wees dat Jezus zich nooit had afgekeerd van het joodse geloof. “Daarom wordt hij nog dagelijks door de christenen gekruisigd.” Het stuk Dertig Zilverlingen mocht alleen opgevoerd worden als die passage gecensureerd werd.

Een volgend stuk – Om ‘t Goud van Transvaal – werd bijna verboden, weer door dezelfde liberale Rotterdamse burgemeester, die kennelijk net als de huidige doodsbenauwd voor rellen was. Politieagenten hielden de voorstelling in Tivoli over de opstand van de Boeren in Zuid-Afrika in de gaten, klaar om in te grijpen.

Zijn grootste succes ging over Kaat Mossel, de beroemde Rotterdamse volksvrouw uit de 18e eeuw die volksopstanden veroorzaakte. Zij stond aan de kant van Oranje en keerde zich tegen de patriotten, burgers die de idealen van de Franse revolutie aanhingen. Haar felheid was beroemd en berucht. Dat uitgesproken vrouwen tegenwoordig nog steeds voor “een ka” worden uitgemaakt is een verwijzing naar haar naam. Kaat Mossel werd ook in Tivoli opgevoerd en met groot succes. “De menschen stroomen avond aan avond naar dezen schouwburg; gansch Rotterdam schijnt het stuk te willen zien.”

Theater was de manier om maatschappelijke kwesties aan de orde te stellen. De stukken van Van Sprinkhuysen werden honderden keren opgevoerd door heel het land. Met als bijkomstigheid dat iedereen elkaar meteen al trof. Als het theater leegliep had je meteen een massa mensen op straat. Niet zo vreemd dat autoriteiten daar een beetje nerveus van werden. Nu heb je dat alleen nog bij voetbal en dat gaat nooit ergens over.

Over de succesvolle schrijver Van Sprinkhuysen is amper iets te vinden. Behalve dan in de Theaterencyclopedie waar een uitgebreid verhaal staat en ik de meeste informatie vandaan heb die ik hier gebruik. Dan kom je er ook achter dat Van Sprinkhuysen weliswaar de ene na de andere kaskraker schreef maar dat hij er niet rijk van werd omdat zijn werk veel gepirateerd werd. Ook dat gebeurde toen al. Theatergezelschappen voerden zijn stuk op zonder er voor te betalen. Hij stuurde ingezonden brieven naar kranten om het publiek te waarschuwen als er weer ergens sprake was van een rip off. Hij stierf in 1929 op 75-jarige leeftijd in Amsterdam. Zijn roem was toen al verbleekt, blijkt uit het bericht in de krant. Alles is hetzelfde en alles gaat voorbij.

Zo was er met een simpele zoekopdracht weer een deur opengegaan. Ik stelde me voor hoe het leven in de stad indertijd was, hoorde bij wijze van spreken de rijtuigen door de straten rijden. Dat was en gebeurde hier allemaal. Het is weg maar je kunt het simpel weer tevoorschijn toveren met wat oude krantenartikelen. Een soort Netflix voor je fantasie.

Ik schreef eerder hoe ik tijdens de lockdown merkte dat theater een bijzondere rol vervult, zie hieronder. Ik hoop dat de theaters snel weer helemaal open gaan. Dat ze de verbeelding op gang brengen er er weer theatermakers zijn die hun boodschap zo gepassioneerd weten te brengen en zoveel rumoer veroorzaken dat burgemeester Aboutaleb moet tonen dat hij toch echt niet op zijn voorganger uit de 19e eeuw lijkt.

1 gedachte over “Theaterrellen in Rotterdam

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.