
Als ik me een toerist in eigen stad wil voelen dan wandel ik over de Erasmusbrug. Daar wemelt het van de medetoeristen, naar Rotterdamse begrippen dan. Een reiziger is meestal alleen maar toeristen komen slechts voor in kuddes.
Ik wilde me toerist voelen, liep over de Erasmusbrug richting Zuid en werd meteen getrakteerd op een onverwachte bezienswaardigheid. Een luxe jacht voer langs de Wilhelminapier stroomopwaarts. Zo’n schip dat alleen maar weelde uitstraalt. Een drijvend paleis. Handig om van belastingparadijs naar belastingparadijs te varen. Het zal zich in Nederland dus ook wel thuis voelen. Waarschijnlijk is het zelfs hier gebouwd. De overheid mag graag jacht maken op gewone burgers die misschien onterecht een toeslag hebben gekregen maar dat wordt anders als het om de puissant rijken gaat. Die worden ontzien. De financiële piraten worden zelfs uiterst vriendelijk geholpen bij het plegen van hun fraude, om te beginnen door het nooit zo te noemen.
Het jacht bewoog zich langzaam voort, bijna aarzelend. Binnenvaartschepen passeerden onverstoorbaar, zoals altijd hier, 365 dagen per jaar, 24 uur per dag. De Nieuwe Maas is vooral een werkrivier. Het jacht was in die zin eigenlijk een vreemde eend in de bijt. Alsof iemand in smoking of galajurk een staalfabriek binnenloopt, een rentenier tussen arbeiders.
Ik wilde mijn thuistoeristische wandeling vervolgen maar zag dat verderop nu de slagbomen waren neergedaald. De brugklep kwam langzaam omhoog. Er vormde zich al snel een rij auto’s, brommers, fietsers en een forse kluit voetgangers. Waarom ging de brug open? Toch niet voor dat jacht? Dat kon er zo te zien makkelijk onderdoor. Een binnenvaartschip dat zeker net zo hoog was voer onder ons langs, als om mijn vermoeden te bewijzen. Dank u kapitein.
Toen zag ik de twee dunne sprieten op het dak van het jacht. Antennes. Ja, die waren te hoog. Maar hadden ze die niet even kunnen demonteren? Alhoewel, ik geloof niet dat piraten zo denken.
Gaat u voor. Kan ik iets voor u doen?
Nee, niks voor hen. Die zijn van opzij, opzij.
Ik begaf me tussen de massa die door het piratenschip tot stilstand was gebracht. Er klonken vreemde talen, mensen maakten selfies. Op het fietspad stonden veel deelscooters. Hun huurtijd tikt door, bedacht ik. Flitsbezorgers staarden gespannen naar het scherm van hun smartphone. Iedere seconde telt in de gemaksrace. Deze mensen, niet bepaald de meest kapitaalkrachtigen, verloren nu geld omdat de brug geopend moest worden vanwege twee sprietantennes op een luxe jacht. Ik maande mezelf niet zo te denken. Wie denkt in veronderstellingen begaat al snel vergissingen. Meestal zonder het te beseffen want je weet immers niks.
Ik opende de app MarineTraffic om te zien wat het schip was. Voilà. De Calypso I, varend onder Maltese vlag. Vier dagen geleden vertrokken uit Marina de Vilamoura, een jachthaven in de Algarve. Ik checkte Apple Maps, satellite view. Allemaal jachten daar. Het leek wel een parkeerplaats. Naar de foto’s van TripAdvisor. Swipe, swipe, feestende mensen in een bar. Dat zag er niet erg chique uit. Misschien piraten zonder smaak. Rijk geworden met de handel in wegwerpaanstekers of haargel. Zou ik toerist willen zijn in Marina de Vilamoura? Nee, hier is het beter. Dat is het voordeel van thuistoerisme. Je kunt zo weer weg.
‘Bestemming onbekend’ zei MarineTraffic. Het zal wel naar een van de scheepswerven verderop gaan, veronderstelde ik. Waar straks ook dat jacht van Jeff Bezos vandaan komt. Waar De Hef voor gedemonteerd wordt. Niets is te gek om miljardairs te behagen.
De Calypso I was nu de brug gepasseerd. De klep daalde langzaam neer maar bleef toen plots steken. Nee, niet ook dat nog. De Erasmusbrug kampt vaak met storingen. Straks werden we allemaal omgeleid over de Willemsbrug die een kilometer verderop ligt. Daar ging mijn toeristische wandeling. Met veel fantasie lijkt het Noordereiland weliswaar op een quartier in Parijs, de bijnaam luidt volgens creatieven Montmartre aan de Maas, maar daar wilde ik nu helemaal niet heen. Ik wilde zon en water. Een wandeling over de pier.
Een deel van de wachtenden werd onrustig. Auto’s begonnen te toeteren. Om de een of andere reden denken automobilisten dat dat helpt in dergelijke situaties. Of ze doen alsof want als ze echt zouden denken dat het wachtoorzaken verhelpt dan hadden ze wel altijd een draagbare claxon bij zich. Ongeduldig in de rij bij de kassa? Tuut-tuut! Lang wachten op het spreekuur van de huisarts? Pep-pep! Geen ober te bekennen? Toooooeeet!
De Calypso I dreef langzaam verder, onaangedaan door de onrust die het veroorzaakte. Zouden de mensen aan boord zich realiseren hoeveel overlast ze iedereen hier bezorgden? Of komt dat niet bij hen op? De brug heeft zes vaste openingstijden per dag, als er tenminste een schip is, maar dat wist ik natuurlijk niet. Ik was immers toerist.
De brugklep zakte een stukje, bleef dan weer hangen. Hoe lang duurde dit al? Tien minuten? Ik telde de deelscooters 7, 8 misschien wel 9. En dat alleen aan deze kant. Kosten minstens 25 cent per minuut. Zit je zo aan de 50 euro schade.
Ik vroeg me af of ik Rijnmond moest waarschuwen. Chaos in de stad. Verkeer muurvast. Koopavond in de soep. Restauranttafels onbezet. Theaters leeg. Noodgevallen overleden in vastgeraakte ambulances. Baby’s geboren langs de weg. Nee, het was nog te vroeg.
Ik googelde. De Calypso I is een huurjacht voor de Middellandse Zee. Inderdaad gebouwd in Nederland voor 135 miljoen euro. Huurprijs 140.000 euro per week. Dat is 10.000 minuten, oftewel 14 euro per minuut. Het jacht dobberde, wachtend op de volgende brug. Dit stukje varen had hen al 140 euro gekost. Aan boord vier kamers. Dus acht personen. 17.500 euro pp. Voor een week. Geld als water, vandaar. Voor de zekerheid is er ook nog een zwembad aan boord.
Hoe zou het zijn op zo’n jacht? Ik haalde me de hemelse instagramfimpjes van de Amalfikust voor de geest. Blauwe hemel, mooie mensen, heerlijk eten. Nergens een zorg te bekennen, geen vleugje. Instagram is kauwgom voor je fantasie. Zou ik aan boord van dat schip daar willen rondvaren? Stel dat ik de loterij won. Ik twijfelde maar vroeg me af of ik daar wel eerlijk in was. Verlangen en afkeer raakten in m’n innerlijk aan het worstelen. Ik weet dat wie de loterij wint 9 van de 10 keer ongelukkig wordt. Toch zou ik willen winnen.
De klep zakte nu echt. Ik zag een man in een auto aan de overzijde, dat moest de monteur zijn die altijd stand by staat. Hij maakte zich klaar om te vertrekken. Motoren van auto’s en scooters werden gestart, de slagbomen gingen omhoog en de wachtenden stoven naar voren als postduiven die losgelaten worden. Een paar hardlopers voorop. Scooters scheurden voorbij. Fietsers stonden op hun pedalen. Het luxe schip dobberde verderop alsof het eeuwig vakantie had maar hier was de stilstand binnen een seconde naar race mode geswitcht. Iedereen en alles bewoog door en langs elkaar. Er klonk gejoel en onverstaanbaar geschreeuw. De zon scheen. De lucht was blauw. Verdomd, dit leek net Italië. In m’n hoofd klonk spontaan ‘O Sole Mio.
Pe’ ll’aria fresca pare già ‘na festa
Che bella cosa ‘na jurnata ‘e sole
Door de frisse lucht lijkt het al een feest
Wat een mooi iets, een dag in de zon
Ik lachte van binnen, mijn tred werd lichter. Vakantie. Ik ging op zoek naar een pizzeria.
Grazie Calypso I.