
De hemel is de plek die ons allemaal met elkaar verbindt. En dan niet de hemel als mythisch hiernamaals maar gewoon de lucht boven ons, het gebied waar doorheen we zoveel reizen. Alleen realiseren we ons dat amper. Als je denkt aan reizen denk je aan bergen, stranden, steden, wegen, steegjes. Niet aan de lucht. Luchtreiziger bijvoorbeeld is een woord dat je ook amper hoort.
Die gedachte werd me bezorgd door Jhumpa Lakhiri, een schrijfster die in zichzelf de wereld omvat. In Londen getogen, geboren uit Indiase ouders, vertrokken naar de VS en daar de Pullitzerprijs toegekend gekregen voor haar debuut, vervolgens naar Italië verhuisd, Italiaans geleerd en nu schrijft ze ook in die taal.
Ik stuitte op haar boek Waar ik nu ben omdat ik zin had in een Italiaanse roman, liefst een dunne. Het is weliswaar geen roman maar een verzameling zeer korte verhalen, vignetten bijna, die losjes zijn aaneengeregen tot een novelle. Kleine schetsen van het alledaagse, van wandelen met de hond van een vriendin tot het verblijf in een hotel voor een conferentie, op zo’n kamer die overal had kunnen zijn. Daar gaat het boek ook over, dat het leven dat je leidt overal had kunnen zijn. En ook weer niet. Want het zeer aardige echtpaar dat een koffiebar runt op een stationnetje en je helpt als je de trein moet halen vind je alleen daar, op die ene plek. Tussen de beschrijvingen weeft ze mooie gedachten.
“Ik kijk naar de fletse zon die alle hoop wegneemt, en de dichte hemel, dezelfde hemel die me zal wegvoeren. Een weids, wazig gebied zonder duidelijke wegen, dat ons onderhand allemaal met elkaar verbindt. Maar het neemt geen enkel spoor van ons op, in tegenstelling tot de zee houdt de hemel niet vast, de hemel houdt niets vast, we kunnen hem gestolen worden.”
Soms als ik aan het firmament de witte strepen van een vliegtuig zie, probeer ik me voor te stellen hoe het er van binnen uit ziet en welke taferelen er zich afspelen. Het is eigenlijk altijd hetzelfde. Zoals vliegreizen dat ook zijn. Van mijn allereerste vliegreis, naar New York toen ik net 18 was, tot de laatste naar Barcelona. Mensen die in zichzelf gekeerd zijn, in stoelen, op rijen. Misschien ligt het aan mij maar je hoort mensen zelden praten over hun vliegreizen.
Hoe was je vlucht? Prima.
Daar blijft het meestal bij. Een enkeling die een noodlanding of zware turbulentie meemaakt. Een paar mensen die er spontane amoureuze ontmoetingen beleefden. Nergens anders zitten mensen zo dicht op elkaar zonder enig contact. Er gebeurt niets. Titanic zou zich nooit aan boord van een vliegtuig kunnen afspelen. Murder on the Orient Express ook niet. Vliegen is eigenlijk geen vorm van reizen. Het is meer als in de lift staan.
Ik kijk naar boven, zie witte strepen en denk hé, daar vliegt een lift.
‘geboren en getogen uit Indiase ouders’ … het klinkt wat raar
Ja, heb je gelijk in. Ik pas aan.