
Ik deed er een jaar over om ‘Stad van ideeën, een biografie van Parijs’ te lezen. Niet dat ik me door de 400 pagina’s moest worstelen maar het werd me na een tijdje gewoon allemaal wat te veel. Het spreekt voor auteur Alec van der Horst dat ik het boek na een aantal maanden weer heb opgepakt en uitgelezen. Het betekent wel dat het nu lastiger voor me is het boek is te beschrijven. Veel is inmiddels weggezakt.
Van der Horst is filosoof, hij belandde in Parijs en kwam op het originele idee om rondleidingen te verzorgen waarin hij vertelt over de ideeën die in deze stad, lange tijd de hoofdstad van de filosofie, zijn ontstaan maar ook volgens welke ideeën de stad is vormgegeven. Toen in 2020 de pandemie uitbrak, het toerisme verdween en hij goeddeels werkloos raakte, begon hij aan het boek.
Uit het eerste deel is me onder meer bijgebleven hoe de Romeinen de stad hebben veranderd en die invloed tot op de dag van vandaag merkbaar is. Zij zagen de strategische waarde van het grote eiland in de Seine, nu Île de la Cité, en maakten er een machtscentrum van. In de westelijke helft werd de wereldse macht gevestigd, in de oostelijke helft de religieuze. Die indeling is nog steeds zo, met aan de ene kant het Paleis van Justitie en aan de andere kant de Notre Dame.
Zo vertelt Van der Horst ook over hoe de architect Hausmann het huidige Parijs heeft uitgevonden met zijn kenmerkende brede boulevards en imposante gebouwen met lichte gevels. Ik wist niet beter dan dat de straten zo breed waren gemaakt om troepenverplaatsingen mogelijk te maken maar er steekt nog iets anders achter. De straten zijn te breed om effectieve barricades op te werpen, die nu eenmaal noodzakelijk zijn bij opstanden. Sinds Hausmann de stad in de 19e eeuw onder handen nam heeft er nooit meer een succesvolle revolutie plaatsgevonden, schrijft Van der Horst. “De gele hesjes hebben als laatsten mogen ontdekken hoe absurd het is om een barricade te bouwen op een uitgestrekte boulevard.”
Daardoor begreep ik ook ineens beter waar al die voortdurende veldslagen met de politie vandaan komen, zoals nu rond de pensioenen. Er is gewoon geen klassieke stand off mogelijk. In mei ‘68 was dat overigens wel het geval maar die revolutie vond plaats in de studentenwijk Quartier Latin, met veel smalle straatjes. De omverwerping van de staat mislukte toen ook, al scheelde dat een haar, maar zoals Van der Horst constateert, die opstand heeft wel tot een wereldwijde culturele revolutie geleid. Net als de door hem regelmatig aangehaalde Houellebecq is hij daar niet enthousiast over.
Als je van Parijs houdt, en wie doet dat nou niet, bevat het een interessante hoeveelheid informatie maar tegen het einde wordt de auteur, geboren in 1971, meer een klassieke behoudende Gen-X man die vooral moppert en ontwikkelingen als migratie en koloniale bewustwording voornamelijk als hinderlijk ervaart. Terwijl ook in Parijs juist op dat gebied ideeën opbloeien, is daar in het boek helaas bijna geen aandacht voor. Hij legt wel uit hoe bijvoorbeeld de Amerikaanse ideeën over bijvoorbeeld intersectionaliteit voortkomen uit het werk van Parijse filosofen. Veel moet hij er niet van hebben. Over het multiculturalisme, dat in Frankrijk anders is dan hier, schrijft hij niks. Over de invloed van migratie en bijbehorende ideeën kom je niet meer te weten dan dat Houellebecq graag in de Chinese wijk woont omdat hij daar met rust gelaten wordt. De terroristische aanslag op Charlie Hebdo, toch onderdeel van een ideeënstrijd, komt niet aan bod.
Ik las het laatste deel, over de 20e eeuw met minder plezier dan het eerste stuk. Als je conservatief bent ingesteld zal vermoedelijk het omgekeerde gelden. Van der Horst laat in het tweede deel naar mijn gevoel de oorspronkelijke opzet los en bespreekt met een eigen invulling de verschillende filosofische stromingen zonder dat er direct een link met de stad wordt gelegd, of het moet zijn in welk café Sartre en De Beauvoir zaten te schrijven maar dat lees je in iedere reisgids. Het vertelplezier lijkt ook minder te worden. Over de guillotine kan hij smakelijk schrijven maar wat die studenten in 1968 wilden bereiken wordt ineens als problematisch gebracht. Ook klinkt ondanks de titel hier en daar toch de typisch Nederlandse afkeer van ideeën in door.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een wekelijkse nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.