Dodelijke stilte

Er is niets fijners dan een stiltecoupé. Het ruisen van de ramen, de cadans van de trein, de weilanden, vogels die opvliegen. Het is als een kapel die door het landschap raast. Of nee, een leeszaal. Want dan is het helemaal perfect. Lezen is de meest sympathieke manier van zwijgen.

Maar zoals Lucebert dichtte: alles van waarde is weerloos. Zeker de stiltecoupé. En daarom is de stiltecoupé tegelijkertijd de grootste marteling. Er is niets ergers.

Het is een bekende anekdote. Twee schakers streden ooit om een belangrijke titel. De hele wereld keek er naar uit. Een van de twee was allergisch voor rook en ze spraken af dat er tijdens de match niet gerookt zou worden. Op het moment dat de wedstrijd begon legde de tegenstander ineens een sigaar naast het bord. Hij stak hem niet op, raakte hem zelfs niet aan. De sigaar lag daar gewoon. Maar het pleit was beslecht. De ander raakte zijn concentratie kwijt. De wachtende sigaar verstoorde alles, louter door een mogelijkheid te zijn. Hij verloor de match.

Ik voel me vaak als die verliezer als ik in de stiltecoupé van een trein zit. Ook als het doodstil is. Stilte is het meest kwetsbare dat er is. Je weet dat er passagiers binnen kunnen komen die het concept niet kennen, zich er niet bewust van zijn of zich er gewoon niks van aantrekken. Dat laatste komt eigenlijk nooit voor maar toch deel ik als stilteliefhebber alle overtreders meteen in bij die groep van moedwillige geluidsvandalen. Dat maakt het nog erger maar dat gebeurt onbewust want de vernietiging van de stilte maakt duistere psychologische processen in me los. Als ik denk dat ze het expres doen heb ik een rechtvaardiging om hen te haten. Ik haat eigenlijk nooit, ik heb een afkeer van haat, maar dit is zo’n situatie waarin nooit volgt op nooit.

En zo zit ik dus in de stiltecoupé, lezend, overbewust genietend van een boek, terwijl het voelt alsof ik balanceer op een boomtak boven een ravijn.

Dat is niet de enige marteling. De vrees betreft niet alleen het verbreken van de heilige stilte. Nee, wat moet ik doen als er een geluidsbron binnenstapt en gaat zitten? Meteen iets zeggen? Dat klinkt zo intolerant. Wachten? Hoe lang? En wat als het iemand is die oogt alsof hij of zij agressief gaat reageren? Of nog erger: wat als de verstoorder onverstoorbaar doorgaat? Dar is geloof ik het ergste, dat iemand weigert rekening met me te houden, doet alsof ik er niet ben. Terwijl dat andersom onmogelijk is.

Daar zit ik dan met mijn boek, een heldenepos ook nog, mijn eigen lafheid te inventariseren. Ik kan als het gebeurt, als de herrie toeslaat, ook weg gaan. Dat is natuurlijk echt de letterlijke afgang. Ik weet nu wel het antwoord op de prangende vraag wat ik in de Tweede Wereldoorlog gedaan zou hebben. Ja, in gedachten maak ik ze allemaal af, die geluidsnazi’s maar in de praktijk doe ik helemaal niks. Ik zwijg en ik onderga als een bezorgde burger.

Ik moet denken aan een verhaal uit Sprookjes van de Lage Landen over een koning met slaapproblemen die op doorreis overnacht in een kasteel. De dorpelingen hebben opdracht gekregen ervoor te zorgen dat niets de nachtrust van de koning mag verstoren. Dus hebben ze zich verzameld rond de vijver naast het kasteel. Steeds als een kikker het waagt te kwaken, schieten ze hem meteen dood.

Het sprookje was natuurlijk bedoeld om te wijzen op de achterlijkheid van de dorpelingen maar in de stiltecoupé begrijp ik hen plots volkomen. Hou je kop! Pang! Had ik maar een geweer.

Zo zit ik in de stiltecoupé. Me te ergeren aan alles en iedereen maar nog het meest aan mezelf. Sartre had gelijk. Ik haat mezelf door de anderen.

Een man komt bellend binnen en gaat zitten. Ik gebaar en wijs op de letters silence. Wat zal hij doen? Wordt hij agressief, lacht hij me uit? In gedachten ontwijk ik al een vuistslag.

Hij schrikt, kijkt me indringend aan, legt zijn vinger op zijn mond, fluistert in zijn telefoon en hangt op.

Ik lees verder.

Niets herstelt zo snel als stilte.

PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.