Je suis Karl is een Duitse film over extreemrechtse machtsgreep in Europa. Toen de film in 2021 in première ging werd die overal neergesabeld als totaal ongeloofwaardig. Bij de review-site Rotten Tomatoes is de waardering slechts 14 procent, op Imdb is de score wat minder dramatisch, met 5,5 sterretjes.
En op het eerste gezicht is dat allemaal terecht. Het verhaal dat te bizar is voor woorden rammelt ook nog eens aan alle kanten, de film duurt minstens een half uur te lang omdat weinig zeggende scènes te lang uitgesponnen worden en hoewel het verhaal waarschijnlijk antifascistisch bedoeld is, sluit ik niet uit dat vooral neonazi’s er van genieten.
En toch maakte de film meer indruk op me dan je zou verwachten. Dat het verhaal ongeloofwaardig is klopt, maar wees eerlijk, is niet alles wat er nu gebeurt onwaarschijnlijk? Had je een jaar geleden gedacht dat Wilders aan de macht zou komen?
Het verhaal gaat over een typisch progressief gezin en start in 2015, op het hoogtepunt van de Syrische vluchtelingencrisis. Een vader en moeder smokkelen een jonge vluchteling de grens over en nemen hem in hun huis in Berlijn.
Datzelfde jaar kwam de oorlog van islamistische terroristen tegen Westerse samenlevingen op gang. De redactie van Charlie Hebdo werd uitgemoord. De aanslag op concertzaal Bataclan. De massamoord in Nice weer een paar maanden later. De aanslag op de kerstmarkt van Berlijn. Om er maar een paar te noemen.
De film, die zich in verschillende Europese landen afspeelt, zet die twee ontwikkelingen recht op elkaar. Een deken van onzekerheid wordt over de samenleving getrokken. En dan slaat de terreur dichtbij huis toe. Een extreemrechtse groepering tracht vervolgens de dochter – vertolkt door de intrigerende Luna Wedler – uit het getroffen gezin voor hun karretje te spannen.
Het is een thriller dus ik ga verder niks over het verhaal vertellen, al is de verleiding groot dat wel te doen omdat het zo absurd en over the top is. De film bevat realistische elementen, emoties en analyses maar verbindt die op een nogal grotesque manier met elkaar. Maar wel goed en aantrekkelijk in beeld gebracht.
Bijzonder aan de film is dat, op de vader na, alle rollen worden vervuld door jonge mensen. Je herkent zo de types als Thierry B. van 10 jaar geleden, of Eva V. Misschien dat de film daardoor toch realistischer overkomt dan je zou wensen.
Maar er is vooral het gevoel van onrust. Zoals dat er in 2015 was met de terreur van IS. Die angst verdween, tegen alle verwachtingen in, even snel als die gekomen was. In 2019 tijd was de terreurorganisatie officieel verslagen. Voor zo ver de dreiging er nog is, is die onderdeel van het dagelijks leven geworden. Niemand kijkt meer op van tassencontroles of antiterreur-paaltjes.
Nu is er inderdaad de onrust over een dreigende extreemrechtse machtsovername in Europa. Ook lijkt het alsof die vrees niet snel gaat verdampen. Het angstaanjagende besef dringt zich op dat de film wel eens realistischer zou kunnen blijken dan we ons voor kunnen stellen. Het is een soort Europese versie van Civil War die nu in de bioscopen draait. Dat ongemakkelijke gevoel maakt de film toch interessant.
Je suis Karl is te zien op Netflix.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.