Een succesvolle reclamemaker zit met zijn team in een bespreking met een klant, een zuivelfabrikant. Aan de muur prijkt een Lion d’Or, de Oscar van de reclamewereld. De zuivelman is ontevreden over de bedachte slogan voor een potje yoghurt. Die vindt hij te droog. Het creatieve brein in het gezelschap doet wat suggesties terwijl je de irritatie voelt oplopen.
De ontevreden zuivelfabrikant wijst het ene na het andere alternatief resoluut af. Dan is de reclamemaker het zat. “Zal ik je eens vertellen wat er echt mis is? Hè.. hè? Die yoghurt van jou is niet te vreten.” Of woorden van gelijke strekking. Verbijstering dondert de kamer binnen en zal de hele film voortduren.
Hij steekt een tirade af over de stompzinnigheid van de situatie. Het beeld kantelt. Zie ze daar. Een kamer vol volwassenen die uren discussiëren over een potje yoghurt dat waarschijnlijk inderdaad niet te vreten is. Het deed me denken aan de horrorverhalen van een vriendin die in de marketing werkte, lucratieve maar zinloze inspanningen moest leveren en op een dag besloot dat het tijd werd dat ze iets zinnigs met haar leven ging doen. Ze nam ontslag.
Dat gebeurt hier ook. De reclamemaker is er helemaal klaar mee. Hij verlaat het bedrijf, dat hij nota bene zelf heeft opgericht.
Het is de openingsscène van Deux Jours à Tuer uit 2008 die ik op Netflix bekeek en me echt verraste. Het bleek een van de beste films die ik zag.
Antoine, zoals de hoofdpersoon heet, is een kerel van 42 die in een midlifecrisis terecht is gekomen of iets wat er op lijkt. Hij wordt opstandig. Als een puber die er van doordrongen raakt dat de heilige wereld van volwassenen een hypocriete bende is, gaat hij tekeer.
Hij stopt niet bij de yoghurtfabrikant. Iedereen die hij op zijn weg tegenkomt vertelt hij eens flink de waarheid. Ook zijn aantrekkelijke vrouw en de twee schatten van kinderen die hij met haar heeft.
Antoine is succesvol maar ontevreden met de leegte van het bestaan. Alle luxe die hij heeft weten te vergaren helpt daar niet tegen. Hij voelt zich opgesloten. “Het is alsof we leven in de toiletten van het paleis,” stiet hij uit tegen zijn vrouw die daardoor meteen weer valt voor zijn poëtische karakter, ook al heeft ze net ontdekt dat hij er een minnares op nahoudt. Maar Antoine wil niks goed maken, alles maar dan ook alles moet kapot, zoals een wild dier in een kooi het speeltuig sloopt.
Deux jours à tuer is een zeldzame film over mannelijke emoties en het onvermogen daar mee om te gaan. Tegelijkertijd gaat de film over het najagen van geluk, de waardeloosheid van het materialisme. Maar niet op de gemakzuchtige manier. Een vriend die opmerkt dat geld niet gelukkig maakt, wordt tot de grond toe afgebrand. Dat kunnen immers alleen maar mensen zeggen die geld hebben.
In een cruciale scène van de film klinkt het nummer van Johnny Hallyday: ik ben vergeten te leven.
De acteurs schitteren, de dialogen zijn messcherp. De taferelen snijden door je ziel en zijn tegelijkertijd hoogst vermakelijk. Antoine overschrijdt alle grenzen die je kunt bedenken. Het antwoord op de waarom-vraag komt maar daar ga ik niks over zeggen.
Deux jours à tuer is gemaakt door Jean Becker. Achteraf zag ik dat hij eerder L’été meurtrier (een dodelijke zomer) uit 1983 maakte, waarin Isabelle Adjani schittert als 19-jarige vamp. Die film ben ik nooit vergeten. En ik ben niet de enige.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.
Net begonnen kijken 2jours a tuer.
Magnifique! Merci!