‘Straten worden tuinen’ belooft een affiche van de stad Parijs. En verdomd het is waar. Overal zie je bloemenperken, plantenbakken, plantsoentjes. De natuur voelt zich weer zo welkom dat in de smalste spleten planten groeien. Eerder al deelde de stad gratis planten uit aan bewoners. Dat is niet alleen vanwege de gezelligheid of een liefde voor groen maar ook uit pure noodzaak om te overleven.
De klimaatcrisis kan in de stad hard gaan toeslaan met zomerse temperaturen die boven de 40 graden reiken. Groen, planten, struiken en bomen, zorgt voor een afkoeling die je op geen andere manier kunt bereiken. Het is bedoeld om Parijs niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk leefbaar te houden.
Dat groen kan er komen omdat het grootste obstakel ervoor, auto’s, drastisch wordt teruggedrongen. In de vorige eeuw leek het onmogelijk maar inmiddels verplaatsen Parijzenaars zich meer per fiets dan per auto. Dat was ook noodzakelijk omdat de luchtvervuiling zo ernstig was dat al in de jaren ‘80 en ‘90 op sommige dagen het autoverkeer – gedeeltelijk – stilgelegd moest worden.
Een andere reden was dat de auto onevenredig veel beslag legt op de openbare ruimte. Ze staan het grootste deel van de tijd stil en claimen een enorm deel van de straat dat nergens anders meer voor gebruikt kan worden. We zijn dat allemaal gewoon gaan vinden omdat de auto geleidelijk is opgerukt en vervolgens heilig werd verklaard.
Ik liep door Parijs en hoorde de vogels fluiten. Niet eentje, nee, heel veel. Had ik dat ooit eerder gehoord? Waarschijnlijk niet. Waar auto’s zijn, is herrie. Nog zoiets dat we normaal zijn gaan vinden. Als ze weg zijn, is er voldoende stilte om vogels te horen. Het gezang van vogels heeft een kalmerend effect op mensen. Auto’s daarentegen maken mensen opgefokt.
Een voordeel van minder auto’s is ook dat je met elkaar al wandelend een gesprek kunt voeren zonder dat je voortdurend hoeft te pauzeren omdat het door het autoverkeer onverstaanbaar wordt. Het wordt ook fijner om op een terrasje langs de straat te zitten.
Een ander voordeel is dat er minder stoplichten nodig zijn. Die zijn er alleen voor auto’s. Met alleen voetgangers en fietsers heb je ze niet nodig en hoef je er dus ook niet meer steeds op te wachten.
Daarnaast is de lucht schoner, mensen leven langer, ze slapen beter en de gevels blijven schoner. Los nog van het feit dat auto’s levensgevaarlijk zijn. Waar auto’s zijn kunnen geen kinderen meer komen. Dat zie je nu ook weer in de Parijse straten: kinderspeelplaatsen.
Deze stad heeft wel vaker de weg gewezen, alleen met de Franse revolutie die er voor gezorgd heeft dat we als vrije mensen kunnen leven. Met deze verandering om de stad weer van bewoners te maken loopt Parijs opnieuw vooruit.
De auto in de stad is een Amerikaanse manier van denken. Ik zie op Instagram wel eens filmpjes van Amerikanen in Parijs die aan hun landgenoten vertellen hoe het leven er anders is. Terugkerende verbazing: Parijzenaars verplaatsen zich te voet. “Lopen is hier echt heel normaal,” hoorde ik er pas een uitleggen. Daarna zag ik een clipje van een Amerikaan die met de auto naar z’n werk ging, precies een straat verderop.
Ze denken dat dat vrijheid is. Arme mensen.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Doe net als meer dan tweeduizend andere lezers en abonneer je hier gratis.
En we zien opeens weer blauwe luchten in Parijs. En fietsen is een zegen, met alle ruimte. Vroeger moest je suïcidaal zijn om op een fiets te stappen.
nu nog de rolstoelers de ruimte geven, ook bij stations.