De onverfilmbare bestseller is nu eindelijk te zien

De twee populairste Franse boeken van de belangrijkste uitgeverij Gallimard werden tijdens de Tweede Wereldoorlog kort na elkaar geschreven, zijn beide even dun in omvang als zwaar van betekenis en staan in inhoud recht tegenover elkaar. Tenminste zo lijkt het op het eerste gezicht. Over de vraag of het echt zo is kun je een geweldig debat organiseren. Dat is niet voor niets de favoriete hobby van de Fransen, die het liefst ieder onderwerp in voor of tegen opdelen.

Het ene boek is De Kleine Prins uit 1942 van de omgekomen oorlogsheld Antoine de Saint-Exupéry, het heerlijk vertederende sprookje over de herontdekking van de wereld door overal, en vooral aan elkaar, een diepere, mooie betekenis te geven. Over niet zonder elkaar kunnen in het universum.

Het andere is De Vreemdeling uit 1943, van de journalistieke verzetsstrijder en Nobelprijs-winnaar Albert Camus, dat een wereld schetst waarin werkelijk niets enige betekenis heeft en alles van iedere emotie is ontdaan. Is het eerste boek een droom en het tweede de werkelijkheid? 

De Vreemdeling, oorspronkelijke titel  L’Étranger, gaat over een man die nergens door geraakt wordt. Niet door de dood van zijn moeder, noch de liefde van zijn vriendin en zelfs niet door de moord die hij pleegt. Een ‘het is zoals het is’-houding tot in het extreme doorgetrokken. Het verhaal, dat zich afspeelt in Algerije dat toen een Franse kolonie was, werd altijd onverfilmbaar geacht. De beroemde Visconti deed ooit een mislukte poging. François Ozon, een van mijn favoriete regisseurs, laat nu zien dat hij het wel kan, al is dat natuurlijk onderwerp van discussie. Want discussie maakt de film onmiskenbaar los. Het verhaal is discussie. De film ook. Het sluit perfect aan bij de onzekerheid en wreedheid van de tijd waar we nu in leven.

De hoofdpersoon, de kantoorklerk Meursault,   wordt gespeeld door Benjamin Voisin, een acteur met de schoonheid van een dressman. Je zit je onvermijdelijk te vergapen aan zijn fysieke voorkomen dat je in al zijn naaktheid te zien krijgt. Een kritiek luidt dat die Michelangelo-achtige benadering de ruwheid van het personage juist in de weg zit. Hetzelfde kun je zeggen van zijn tegenspeelster Rebecca Marder die zijn geliefde Marie Cardona vertolkt. In een scène zonnebaden de minnaars op een boei in zee en lijken ze het perfecte koppel uit een sjieke modereclame. In werkelijkheid zijn ze dat verre van. Zit die tegenstelling je beleving in de weg of is die juist waar het om draait?

Het heerlijke aan de film is dat je overal betekenis in kunt zoeken. L’Étranger is in zwart-wit gefilmd, de vriendin met wie ik de film zag vroeg zich na afloop hardop af waarom en ik probeerde de redenen te verzinnen. Dat het je meezuigt in de tijd, dat het de tegenstelling in het verhaal scherper neerzet, de kilheid van de wereld, de authenticiteit, dat Ozons beste film Frantz – ook een aanrader – eveneens in zwart-wit gefilmd is en zo bedacht ik ter plekke nog tal van andere verklaringen die er allemaal diepere betekenis aan geven. De een klonk nog beter dan de ander. Later las ik dat de regisseur gewoon te weinig budget had voor een kleurenversie. 

François Ozon heeft veel moeite moeten doen om van de dochter van Camus toestemming te krijgen voor de verfilming. Dat lukte maar vervolgens zag hij zich geconfronteerd met een probleem. Het verhaal speelt zich af in een diep racistische wereld. Voor de Franse kolonialen zijn de Algerijnen geen volwaardige mensen. Ze worden op denigrerende wijze Arabieren genoemd, net als de zionisten dat nu nog doen met Palestijnen. Meursault schiet een van hen dood en als hij gearresteerd wordt, is meteen duidelijk dat het niet als een echte moord wordt beschouwd, meer als vandalisme. Het slachtoffer heeft in het verhaal zelfs geen naam. Dat onrecht maakt Ozon in de film duidelijk door de vermoorde man in de slotscène alsnog een naam en een graf te geven. Het is een briljante, aangrijpende vondst maar de dochter van Camus is er niet gelukkig mee. Dat is op zich weer ook te begrijpen, het voegt een menselijkheid en rechtvaardigheid aan het verhaal toe, terwijl dat juist draait om de afwezigheid daarvan. Het is alsof aan het slot plots De Kleine Prins verschijnt. Ik vond het mooi.

Het gebeurt niet vaak dat een goed boek – ik schreef er hier eerder over – tot een goede film leidt. De veelzijdige meesterverteller Ozon is er zeker wel in geslaagd.

L’Étranger is komende dagen te zien op het IFFR, waar alle voorstellingen zijn uitverkocht, maar gaat eind februari in de bioscoop draaien.

Iedere zondagavond verstuur ik In de WeekAbonneer je hier gratis.

Gepubliceerd door

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.