Vermorzelde vrijheid

Ik zag maandag The Arab, een Algerijnse film die werd aangekondigd als het verhaal van het naamloze slachtoffer uit L’Étranger. Oftewel de wereldberoemde roman van Camus gezien vanuit een ander perspectief. Dacht ik. De wereldpremière pakte anders uit.

Het slachtoffer speelt amper een rol in de film die meer het verhaal van de nabestaanden vertelt en de geschiedenis van Algerije doortrekt. Een aanzienlijk deel van de film speelt in de jaren negentig, bekend als de ‘Zwarte Jaren’, als islamisten in Algerije de macht proberen te grijpen om een religieuze dictatuur te vestigen. Dat gaat gepaard met bloedige terreur en die wordt in de film vergeleken met het koloniale geweld en de terreur van OAS, een extreemrechtse terreurgroep die begin jaren ‘60 actief was in zowel Algerije als Frankrijk. Geen enkele andere Europese terreurbeweging heeft zoveel doden op zijn naam staan. Dat wordt in de film bekend geacht maar er zijn bijvoorbeeld maar weinig Nederlanders die dit weten.

Ik realiseerde me als kijker dat ik te weinig weet van de Algerijnse geschiedenis om de film goed te kunnen begrijpen. We zijn steeds de klos van extremisten, dat kwam wel over.

Pas dagen later realiseerde ik me dat een centrale figuur in de film de moeder van het slachtoffer is. Zij is uit op wraak voor de moord op haar zoon en zet daarmee een eindeloze spiraal van geweld in werking. Wraak klinkt stoer maar betekent in de praktijk meestal dat alles zich blijft herhalen. Wie vrede wil moet afzien van wraak.

Tijdens de Q&A na afloop van de vertoning begon de host over L’Etranger, een verfilming van François Ozon die een paar dagen eerder in première was gegaan. Dat bleek geen goed idee. Regisseur Malek Bensmail antwoordde korzelig dat hij die niet had gezien en hij in Rotterdam was voor zijn eigen film. Ik bedacht dat de twee films en hun verschillende benaderingen een mooie aanleiding waren voor een heftig debat maar het IFFR lijkt niet meer de plek waar dat gebeurt. Je kunt de films zien en je mag het verder zelf uitzoeken.

Terwijl er iets fascinerends in zit. In L’Étranger wil de hoofdpersoon, een zogeheten pied noir, een Franse koloniaal die zich in Algerije gevestigd heeft, niets meer weten van Frankrijk. Als zijn vriendin hem vol verlangen vraagt hoe Parijs is, antwoordt hij kortaf dat het een smerige stad is. 

In The Arab daarentegen lijken de hoofdpersonen die lijden onder de terreur van de islamisten juist een soort verlangen te koesteren naar een Europese levensstijl. De vrouwelijke hoofdpersonen kleden zich als Françaises en de held uit de film, een journalist, zit graag in de kroeg. Cafés zijn doelwit van de religieus extremisten die iedereen willen onderwerpen aan hun regels.

Je kunt dat doortrekken naar nu. De haat van extremisten tegen een vrije manier van leven voor iedereen, zeg maar tegen mensenrechten. Op de een of andere manier lijkt het debat daar niet meer over te gaan. Ze worden vermorzeld tussen extremisten zoals Trump die ze willen afschaffen en critici die universele mensenrechten zien als een Westers bedenksel dat symbool staat voor hypocrisie.

Je kunt extremisten er altijd aan herkennen: ze kennen geen twijfel en doen alsof dilemma’s niet bestaan.

L’Étranger kun je straks in de bioscoop of online bekijken. Of dat ook voor de aanzienlijk minder sterke The Arab geldt, weet ik niet. Een trailer kon ik niet vinden. Zo werkt kolonialisme ook na.

Iedere zondagavond verstuur ik In de WeekAbonneer je hier gratis

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.