Zoekend naar een boek over Parijs stuitte ik in de digitale bibliotheek van Kobo Plus op een thriller van bestsellerauteur Kiki van Dijk over een Rotterdamse die naar de Franse hoofdstad verhuist. Het verhaal speelt ook nog eens in de winter, precies de verkoeling die ik zocht tijdens deze hittegolf.
Het was alsof ik voorzichtig een teen in het water stak en meteen meegesleurd werd door de stroomversnelling. Zoals ik een zak chips pas weg kan leggen als die leeg, zo kan ik in een thriller pas stoppen als ik die uit heb.
Het verhaal begint in De Pijp, een legendarische Rotterdamse horecagelegenheid. Althans dat vermoed ik want ik moet tot mijn schaamte moet bekennen dat ik er nog nooit een voet binnen heb gezet. Maar de zaak is zo beroemd dat ik toch weet hoe het er daarbinnen uit ziet. Dat Van Dijk, die drie boeken per jaar schrijft, de zaak niet bij naam noemt is slim, ik schoot meteen in speurdersmodus. Zou het zijn dat… En dan was ik nog maar op de eerste bladzijde.
Het verhaal gaat over onafscheidelijke tweelingzussen, waarvan er een naar Parijs verhuist. Dagelijks staan ze met elkaar in contact totdat vlak voor Kerst de Rotterdamse Mika plotseling niets meer hoort van de Parijse Abby en haar niet meer kan bereiken. Je begrijpt, dat is verdacht…. Spoorslags neemt ze de trein om uit te vinden wat er aan de hand is.
Verder vertel ik niks over het verhaal, het is immers een thriller. Iedere wending moet een verrassing blijven. Het is ook zo geschreven. Puur op de spanning en meer niet. Na een paar pagina’s hield ik daarom halt om toch even te checken waar ik eigenlijk in begonnen was. Was dit boek mijn tijd waard of zou het een afknapper blijken? Ik googelde de titel en auteur en zag toen niet alleen laaiende recensies maar ook dat het boek werd betiteld als ‘vrouwenthriller’. Ik wist niet dat het genre bestond.
Vrouwenthriller, gelukkig geen damesthriller. Als ergens dames- van wordt gemaakt dan wordt het meestal ook verkleind. Damesromannetje, damesautootje, damesdrankje, dameshondje, dameskransje, damesmaatje. Nooit herenhuisje, herendasje, herenakkoordje. Het patriarchaat weet wel hoe ze de vrouwtjes klein moeten houden.
Dus gelukkig was het geen vrouwenthrillertje maar ik raakte toch spontaan verontrust van de term. Als man leerde ik van kinds af aan dat zaken die als van of voor vrouwen gezien worden, gemeden moeten worden. Niet dat ik me daar ooit veel van aantrok maar de reflex is er kennelijk nog steeds.
Ja, het verhaal is geschreven door een vrouw en gaat over twee vrouwen. De mannen die er in voorkomen lijken uit een aftershave reclame weggelopen maar hoezo zou dat een probleem zijn?
Ineens realiseerde ik me dat de term wellicht meer bedoeld is als ingrediëntenaanduiding. Dat de lezeressen weten dat ze zich geen weg hoeven te banen door seksistische nonsens. Zoals ik het fijn vind als op een verpakking staat ‘geschikt voor vegetariërs’ (terwijl eigenlijk op alle andere producten zou moeten staan ‘bevat resten van dode dieren’).
Snel las ik verder. Binnen een paar uur had ik het boek uit en me prima vermaakt. Ik vond het wel jammer dat er in het boek veel gerookt wordt en die verslavende gewoonte wordt aangeprezen volgens de beproefde recepten van de tabaksindustrie:
‘Nou, het staat je anders erg sexy. Zo nonchalant rokend,’ zei hij met een brede glimlach, terwijl hij nog steeds over haar rug wreef.
Om maar een voorbeeld te noemen. Ik wil niet mierenneuken maar kijk op straat en je ziet dat vooral jonge vrouwen weer gaan roken, dankzij uitgekiende campagnes op sociale media waar iedere onzekerheid aangewakkerd en geëxploiteerd wordt. Idem voor de filmindustrie. Er is bijna geen film waar niet in gerookt wordt.
De tabaksindustrie financiert films in het geheim. Ineens vroeg ik me af of die praktijk nu ook voor boeken geldt… Product placement in boeken bestaat immers al langer. In de jeugdboeken die ik las kwam altijd een bepaald merk frisdrank voor, veel later vernam ik dat de schrijver er een passende vergoeding voor ontving.
Vervolgens stuitte ik op een heel ander soort thriller. In het verhaal komt de chanson Mourir d’aimer van Charles Aznavour voor. Ik kende dat nummer niet, luisterde er naar en vernam via Google dat het een heel beroemd lied is over een dodelijke liefde. Waarom is het eigenlijk zo beroemd? Er bleek een schokkend verhaal achter te zitten dat in Frankrijk en daarbuiten veel los maakte.
De linkse Gabrielle Russier, die rondreed in een flower power 2CV, was een 33-jarige getrouwde lerares, moeder, die een liefdesrelatie begon met een 16-jarige leerling, de zoon van vrienden. Die jongen zag er uit als een kerel van 25, met een volle baard. Zij oogde meer als een tiener. Ze namen onder meer samen deel aan de studentenrevolte van mei ‘68 in Parijs.
Zijn ouders, communisten, eisten dat de relatie beëindigd zou worden maar dat werkte niet. Ze stapten naar de politie en lieten de jongen opsluiten in een psychiatrische inrichting. Justitie startte een onderzoek. Gabrielle kreeg brede steun, zelfs Nobelprijswinnaars zetten zich in voor haar zaak. Dat mocht niet baten. Ze moest voor de rechter verschijnen en werd veroordeeld tot een een jaar voorwaardelijk.
Daar zou nu misschien niet meer van opgekeken worden maar het werd indertijd gezien als een anti-feministisch vonnis. Immers, als ze een man was geweest was het zelfs niet tot een rechtszaak gekomen. Bovendien was zij zorgzamer voor de jongen dan menig mannelijke dader voor zijn slachtoffers.
Justitie nam echter geen genoegen met het vonnis en wilde haar opnieuw voor de rechter brengen om haar zwaarder te straffen. Voordat die zaak begon maakte Gabrielle een einde aan haar leven.
De geschiedenis is verfilmd en meerdere malen bezongen. En ook nog steeds actueel. Lees er hier meer over. Het doet denken aan president Macron die als 15-jarige les kreeg van de 39-jarige Brigitte, die nadien zijn echtgenote werd.
Zo komt er ook een schilderij van Eugéne Delacroix in de thriller voor dat hangt in de Saint-Paul-Saint-Louis kerk in de wijk Le Marais. Ik zocht er wat informatie over op en belandde al snel in verhalen over de Franse revolutie en realiseerde me weer eens hoe weinig ik daarvan weet. Terwijl die volksopstand, nu de ongelijkheid drastisch toeneemt en de autocratie oprukt, steeds actueler wordt. Ik zag dat de Belgische auteur en journalist Johan Op de Beeck over de Franse revolutie een toegankelijke tweedelige serie heeft gepubliceerd: bij elkaar ruim duizend pagina’s. Ga ik daar aan beginnen? Ja, in ieder geval proberen.
Merci Kiki van Dijk.
Parijs door Kiki van Dijk, uitgeverij Xander.
Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.