In mijn schoenen

Zonder dat ik begreep waarom, lukte het me de afgelopen twee weken maar niet om te gaan hardlopen. Met ‘niet lukken’ bedoel ik dat ik wel mijn outfit aantrok, schoenen aandeed, naar buiten ging, stopwatch startte en van start ging om 5 kilometer te gaan hardlopen. Ik sprak mezelf moed in, zei dat het lekker ging, dat ik over een half uur weer klaar zou zijn. Je moet het de eerste acht minuten volhouden, daarna gaat het vanzelf, probeerde ik mezelf in te prenten. Dat advies had ik ooit in een podcast gehoord. Ik ben dol op dat soort adviezen: als je dit doet, lukt dat. Het had tot nu toe altijd gewerkt. Nu niet meer.

Tot drie keer toe was ik na zo’n start al na een paar honderd meter afgehaakt. Niet omdat ik moe was, buiten adem raakte, pijn had of iets anders duidelijks maar gewoon omdat ik, om met een bekende Nederlandse opiniemaker te spreken “er de kracht niet meer voor had”. 

Ik kon mezelf gewoon niet overtuigen door te gaan. Niet een gebrek aan wilskracht speelde me parten maar het tegenovergestelde van wilskracht. Een innerlijke kracht die me weerhoudt te doen wat ik wil doen. Ik zeg kracht maar bedoel meer zoiets als drijfzand. Ik zocht op wat het tegenovergestelde is van wilskracht maar daar blijkt geen woord voor te zijn. Het is niet willoos, ook niet futloos. Gebrek aan ruggengraat, zegt Google. Zo hard wil ik nu ook niet voor mezelf zijn.

Misschien is het prestatieangst. Komende zondag moet ik in Parijs 10 kilometer gaan rennen. Het is het grootste hardloop event van Europa met ik meen iets van 40.000 deelnemers. Dwars door het centrum van de stad. 

Ik kijk er erg naar uit en had me natuurlijk weer voorgenomen me dit keer wél goed voor te bereiden zodat ik eindelijk eens het parcours binnen het uur zal voltooien, maar zoals altijd kwam er van alles tussen. Slecht weer, werk, ziekte, hittegolf. Als het me wel lukte om te rennen, de laatste keer was twee weken geleden, viel het me zwaar.

Ik pakte ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ van Haruki Murakami uit de kast en begon te lezen. Het was een feest van herkenning, al die afwijkende gedrags- en denkpatronen. Dat heb ik ook allemaal! Ik dacht zelfs dat ik misschien ook maar romans moet gaan schrijven. Maar na enkele tientallen bladzijden veranderde dat toen hij begon uit te wijden over zijn discipline. Iedere dag 10 kilometer hardlopen… Mijn zelfhaat zwol met iedere bladzijde aan. Een roman zal ik ook nooit meer schrijven.

Toen de moed niet verder kon zinken en ik me voelde als de miezerige atleet uit Asterix en de Olympische Spelen die van ellende maar straten ging vegen, appte uit het niets een renmaatje van vroeger met de vraag of ik misschien deze zondagochtend met haar wilde gaan rennen. Ja! Ja! Ja! Een rondje van 5km rond de Kralingse Plas. Precies wat ik nodig had. Ik waarschuwde haar wel dat ik wellicht op rollatorsnelheid zou lopen maar dat vond ze geen bezwaar. “Wandelen is ook gewoon langzaam hardlopen”. Kijk, zo kun je ook in het leven staan.

Ik nam een resoluut besluit: als ik de 5 kilometer dit keer weer niet volbracht, zou ik de trip naar Parijs annuleren en mijn startnummer van de hand doen.

We gingen van start en het viel meteen tegen maar stoppen kwam nu niet in me op. Mijn tegensputterende geest kreeg geen greep op mijn lichaam. Na een minuut of acht werd het lopen een automatisme, een handeling waar je verder niet bij nadenkt. We spraken onderwijl over hardlopen, en een reeks andere onderwerpen, van vakantieplannen tot mediteren.

In het Kralingse Bos zijn veel hardlopers, dat is fijn want die houden je op de been vanwege de natuurlijke neiging van mensen om ook te doen wat anderen doen. Zien rennen, doet rennen, Ik bedacht dat mijn motivatie misschien was verminderd doordat ik al de hele maand deelneem aan #meisocialvrij. Ik heb alle apps als Instagram en Facebook van mijn telefoon verwijderd. Dat voelt op zich goed maar ik mis de talloze clips van hardlopers die ik volg en die me altijd aansporen te gaan rennen.

Dankzij de gedeelde motivatielast ging het in het Kralingse Bos inderdaad wel goed. Tot het niet meer goed ging. Na 3,5 kilometer flapte ik er uit ‘mijn schoenen doen pijn’. Ineens viel het kwartje. Een paar maanden terug heb ik nieuwe hardloopschoenen aangeschaft. Hetzelfde model en dezelfde maat die ik had. Ze waren bovendien bijna de helft goedkoper, want een aanbieding. In de winkel zaten ze al niet zo lekker als de oude maar ik maakte mezelf wijs dat het een kwestie was van inlopen. Ik mocht dit koopje immers niet laten lopen.

Bij hardlopen speelt niet alleen je fysieke conditie maar ook psychologie een grote rol. Daarbij kunnen de kleinste zaken mijn geesteskracht verstoren. Zo heb ik liever niet dat er auto’s in de buurt zijn want daar moet je altijd voor oppassen. Bovendien maken ze herrie, ze overstemmen de muziek in je oortjes. Ik loop ook liever niet meer over een fietspad nu daar veel fatbikes op rijden waarvan de bestuurders de gewoonte hebben op hun telefoon te kijken. Ik noem deze twee voorbeelden maar ook de spinsels in mijn eigen hoofd spelen een rol, gedachten die me trachten pootje te lichten. Het duiveltje op je schouder dat voortdurend in je oor fluistert. Zoals dat ik verkeerde schoenen heb gekocht omdat ik dacht een fors bedrag te kunnen besparen. Dat ik weer eens benadeeld werd door mijn eigen gebrek aan inzicht. Achter mijn economisch handelen zit verder geen logica. Ik kan met gemak een boek van 40 euro kopen waarvan ik al weet dat ik het nooit ga lezen en vervolgens bij een andere aankoop lang aarzelen en uiteindelijk kiezen voor veel mindere kwaliteit omdat ik daar 10 euro mee bespaar.

Zo vraten de zelfkritische gedachten zich nu weer een weg door mijn wilskracht. Dat ik een loser ben omdat ik niet eens in staat ben een paar hardloopschoenen aan te schaffen. Weliswaar verkondig ik, in een poging dit soort onzekerheden te bezweren, altijd met een zekere stoerheid dat mislukken het enige is waar ik écht goed in ben maar dat helpt maar gedeeltelijk.

Omdat ik niet alleen liep hield ik toch vol. Mijn horloge piepte. 5 kilometer. 37 minuten en 51 seconden. Een belachelijke tijd maar ik had het tenminste volbracht.

Nu Parijs nog.

Een paar uur later stond ik in een dure hardloopwinkel. Ik had de vrek in mij thuis in de berging opgesloten. Ik moest en zou goede schoenen hebben, het maakte me niet meer uit hoeveel ze kosten. Nou ja, bij wijze van spreken. 

De verkoper was even kundig als geduldig. Hij informeerde naar mijn ervaring als loper. In de winkel is een klein parcours waar je overheen moet rennen. Vervolgens wordt de video van je lichaamsbeweging geanalyseerd. Zo wordt mede bepaald welke schoen geschikt is. Dat bleek geen eenvoudige klus. Geen van de schoenen zat echt lekker. Ze voelden alsof mijn voeten ingezwachteld waren terwijl je een goede hardloopschoen juist niet of amper voelt.

De verkoper begreep er niets van maar bleef begripvol terwijl ik in zijn plaats mezelf al lang de winkel uit had gewerkt. We spraken over de psychologie achter de schoen, ik begon het wat beter te begrijpen en misschien kwam het daardoor maar ineens was er een paar dat paste. Ze voelden alsof ik op wolken liep. 

Ik bedankte de verkoper, die inmiddels overkwam als een goede vriend en nu ook overweegt in Parijs te gaan rennen, en rekende af met af met mijn kaken stijf op elkaar en gezicht afgewend van de pinautomaat. Ik heb al zoveel uitgegeven om de prijsverhoging van de kwart marathon in Rotterdam te omzeilen, dan kan dit er ook nog wel bij.

Ik liep de winkel uit en appte een vriendin met de vraag of ze me wil leren hoe ik oude schoenen op Vinted kan verkopen.

Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.