Hardlopen met Sydney Sweeney

Ik heb het weer eens gedaan. Toen ik begin juni de 10km van Parijs had gerend leek het me een goed idee me op te geven voor een andere race. Ergens in september, zodat ik de hele zomer gemotiveerd zou zijn om te trainen. Serieus…

Na al die jaren dat ik met mezelf leef weet ik kennelijk nog steeds niet dat het bij mij zo niet werkt. Ik kan het wel steeds willen maar ik ben in de praktijk gewoon niet van de roosters, schema’s. Ik ben niet studieus of trainingsgericht. Ik leef impulsief, liefst met een gebrek aan impulsen.

Maar goed, ik heb me indertijd dus in een vlaag van bekende zelfoverschatting opgegeven voor de Rotterdam Urban Trail. Dat is niet zo maar een gewone loop maar een speciale run die voert door tal van zorgvuldig geselecteerde gebouwen. Het is een trail, zoals je dat door een bos hebt. Alleen zijn de gebouwen nu de jungle. Het trail voert bijvoorbeeld door het Depot van Boijmans. Klinkt leuk maar het betekent dat je via de trappen naar boven moet rennen. Het is alsof je een berg op gaat.

Ik heb heel lang geleden al eens zo’n run gedaan, te laat herinnerde ik me dat ik me daarna had voorgenomen nooit meer zoiets te doen. Veel te zwaar. En dan had ik indertijd nog een conditie en iets wat op spieren leek. Nu niet. Ik ben net zo sportief als een goudvis die al zeven jaar in een kom gevangen zit. 

Ik checkte wat de afstanden van de Urban Traill zijn. 7 en 12 km. OMG. Ik zal toch niet… ik groef in mijn mailbox de inschrijving op. Ja hoor. “Lange afstand.” Ook dat nog. Terwijl ik twee weken terug met moeite maar net de Rijnmond Run volbracht. Dat was 5km. Over een vlak terrein. Met veel niet-sportende deelnemers. Die laatsten zullen bij de Urban Trail ontbreken. Daar doen alleen mensen aan mee die zes marathons per jaar lopen en iedere dag anderhalf uur hyroxen. Er wacht mij zo’n afgang.

Nadat ik me de laatste twee weken iedere dag had voorgenomen om te gaan rennen en vervolgens ‘s avonds badend in verstikkend schuldgevoel de slaap probeerde te vatten, omdat ik het weer niet gedaan had, was er vandaag geen ontkomen aan. Ik moest en ik zou. Ik besloot mijn verlammende faalangst te bestrijden door me voor te nemen dat falen geen optie was. Ik zou de 5km hoe dan ook volmaken. Al was het strompelend op m’n tandvlees. 

Na mijn werk trok ik mijn hardloopkleding aan en na nog een uurtje professioneel treuzelen liep ik de straat op. Met maar één doel: niet opgeven. Ik ging daarom niet rennen maar joggen, het tempo voor mensen die niet willen wandelen maar ook niet kunnen hardlopen. Dit moest ik vol kunnen houden dacht ik, maar nog voor het einde van de straat werd ik besprongen door de twijfelgeest die schaterend in zijn handen wreef. Hij schetste hoe ik straks zou moeten opgeven en teleurgesteld naar huis lopen. Dan kun je beter nu al stoppen, bespaar jezelf die vernedering, grijnsde hij. Ik probeerde hem af te schudden alsof het een Aziatische hoornaar was.

Een kilometer, dat moet ik vol kunnen houden, prentte ik me in stilte in. Dat is immers zoiets als naar de trein rennen. Dat kan ik wel. En als die eerste kilometer erop zit dan werk ik toe naar de tweede. Niet verder vooruitdenken, maande ik mezelf. Ik zou deze loop gaan volbrengen met de benadering van een duurbetaalde consultant: het grote probleem opknippen in kleine vraagstukken en die een voor een afwerken. Voilà! 

Natuurlijk verscheen er al snel een onverwachte beer op de weg. Het was te warm. Aan de lucht te zien had ik vanachter mijn bureau gedacht dat het een graad of 18 was maar het bleken er wel 24. Tel daar 10 graden bij op voor als je hardloopt. Het zweet gutste over mijn gezicht en lijf. Ik kreeg zin mijn shirt uit te trekken en in mijn blote bast te rennen. Heerlijk leek me dat. Maar de hit ‘I’m too sexy for my shirt’ is al van te lang geleden. Bovendien hoorde ik een tijd terug een voorbijganger iets opmerken tegen een jonge gespierde halfgod die zo voorbij rende. Ik weet niet meer wat het was maar wel dat ik dacht ‘o, dat moet je dus niet doen, zonder shirt rennen’. Ik heb er zelf geen moeite mee, ik heb er niet eens een oordeel over. Ik ben niet zo normatief ingesteld als het om dit soort zaken gaat. Maar geen shirt is dus een no go als het om sporten gaat. Behalve bij zwemmen. En boksen. Of vergat ik nog wat?

Zo kwam ik onwillekeurig te denken over de rel die Sydney Sweeney weer heeft weten los te maken. Een paar dagen terug las ik dat ze een ‘raunchy’ commercial had gemaakt voor een gokbedrijf waar ze zelf aandeelhouder van is. Ik ben journalist dus ik moest het checken. Ik zag een naakte Sydney Sweeney suggestieve opmerkingen maken, over allerlei sporten waar op gewed kan worden, allemaal duidelijk bedoeld om de kijker hitsig te maken. Dat leek me logisch. Gokken is een extra belastingheffing voor mensen die slecht zijn in wiskunde. Dat kan iedereen met een beetje hersens bedenken. Dus hoe voorkom je dat mannen van wie je het geld wilt bemachtigen gaan nadenken en daarachter komen? Door ze op seks te trakteren, zoals bekend het effectiefste middel om mannelijke hersenen uit te schakelen. 

Ik had geen oordeel over de commercial, behalve dan dat gokken niks voor mij is omdat ik nu eenmaal nooit iets win en gokbedrijven voor mij thuishoren in hetzelfde segment als de tabaksindustrie: perverse manieren om geld te ‘verdienen’. Dat soort slechtheid lijkt een bewust trekje van Sweeney. En ze slaagt er in daar een zekere aantrekkingskracht aan te koppelen. Verboden zaken zijn wel vaker verleidelijk, weten we sinds Adam en Eva.

Totdat ik vanochtend op Instagram een boze reactie zag van Lisa Migliorini, alias The Fashion Jogger, een van de vele atleten die ik volg om me te motiveren iedere dag te sporten. Ja, ik weet het, de beste motivatie is natuurlijk niet op een scherm kijken. Maar ja, ratio en wilskracht zijn twee verschillende zaken.

Lisa was verbolgen. “Ik haat die Sydney Sweeney video echt,” schreef ze. “Celebreer wat vrouwen kunnen, niet hoe ze eruit zien.” Ja, daar heeft ze natuurlijk gelijk in. In de loop van de dag zag ik nog wat andere sportsters die zich boos maakten omdat de sport door Sweeney geseksualiseerd wordt. Zij hebben daar veel last van. Zoals wel vaker bederven lompe mannen de levensvreugde van vrouwen.

Ik voelde wat ambivalentie. Niet vanwege de kritiek want die vond ik begrijpelijk en deel ik maar daar was het die verdorven Sweeney natuurlijk allemaal om begonnen. Een rel bedoel ik. Het is immers een reclame gericht op mannelijke gokkers met als doel zoveel mogelijk naamsbekendheid te genereren. Geen betere reclame voor dat soort types dan feministen op de kast jagen. En niet alleen zij worden daardoor gelokt, ik heb niet voor niks haar naam in de titel van dit verhaal gezet en een foto van Sweeney toegevoegd. Sorry.

Gek genoeg werd ik niet boos op Sweeney. Net zo min als ik dat ooit op Brigitte Bardot werd, ondanks de smerige extreemrechtse opvattingen die ze op latere leeftijd rondstrooide. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de aantrekkelijkheid die deze vrouwen uitstralen. Op de een of andere manier neutraliseert dat kennelijk de verontwaardiging. Of worden toch ook bij mij de hersenen uitgeschakeld? Ik heb al eens eerder beschreven hoe Sweeney me overhaalde tot gedrag dat ik anders niet wil vertonen. 

Dat liep ik allemaal te bedenken terwijl ik langs de rivier aan het joggen was. Ik werd ondertussen ingehaald door vrouwen in van die strakke shorts die nu in de mode zijn, die naadloos aansluiten op de vorm van hun billen. Of nou ja, dus juist niet naadloos. Dat ziet er heel sexy uit maar nu sloeg de twijfel toe. Is het ook zo bedoeld, of is dat net als met schoonheid “in the eye of the beholder”? Ik dacht nog na over de vraag of je dat soort gedachten moet wegdrukken, net als je hebzucht moet onderdrukken als je een goed gevulde portemonnee op straat vindt. En over het verschil tussen sexy en schoonheid en of daarbij sprake is van een venndiagram. 

Dat zijn geen vraagstukken waar ik dagelijks over nadenk maar nu dus wel tijdens deze 5km joggen. Een goede manier ook om te ontsnappen aan het defaitisme dat me nog steeds iedere paar honderd meter toesiste. Stop dan. Geef op. Je maakt je zelf nog belachelijker dan je al bent. 

Ik liep en ik liep. Bij het passeren van een openbare waterkraan twijfelde ik even. Ik had zo’n enorme dorst. Ik zou even kunnen stoppen en drinken. Koel, helder water. Maar ik wist dat ik daarna niet meer op gang zou komen. Ik ben zo monomaan ingesteld dat ik door moet blijven gaan wil ik de finish halen. Stoppen is opgeven. Ik realiseerde me ook dat ik eigenlijk helemaal niet zo’n dorst had. Voordat ik van huis ging had ik nog een glas water gedronken. Het was de twijfelgeest die dat gevoel van dorst uitvergrootte. Die wilde me overhalen te stoppen. 

Het is niet alleen lust die je ratio bedreigt, angst doet dat net zo goed, bedacht ik. Het leven draait erom je voorgenomen koers aan te houden ondanks je driften die je een andere kant op willen sleuren. Ik dacht aan Odysseus die langs het eiland met Sirenen voer en gek werd van hun verlokkingen. Zo zie je maar, ga ik tijdens het lopen zelfs de oude Grieken beter begrijpen. En dat met mijn MAVO-3.

Ik was inmiddels in het Park. Het standbeeld van de dichter Tollens. Ik kende hem alleen van het omstreden in 1816 geschreven oude volkslied “Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, Van vreemde smetten vrij.” Dat sloeg op de Franse bezetting maar werd later als racistisch aangemerkt. De destijds populairste volksdichter is die vreemde smet nooit meer te boven gekomen. Pas recent veranderde mijn beeld toen ik lovende woorden van de vermaarde socialist Wibaut over hem las. Zo kan het gaan.

Ik keek op mijn horloge. Nog even volhouden. Weer kijken. Weer nog even doorbijten. Nog 4 minuten misschien. Weer kijken. Nog 3. 2. 1. Piep. 5km. Ik klokte af en wandelde naar huis. Misschien vanavond lekker lui een film kijken. Ik opende JustWatch om te zien wat er nieuw was in het streamingaanbod. Hé Americana, met… Sydney Sweeney. Nou zeg. Zal ik? 

Ik stapte mijn huis binnen, plofte op de bank, las een column over Sweeney die ik erg goed vond maar niet na zou kunnen vertellen en begon dit allemaal op te schrijven. Nu is het inmiddels te laat geworden om nog een film te kijken. Beter zo.

Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Ja, ook speciaal voor jou. Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.