Een van mijn favoriete ergernissen belandde deze week in het publieke debat. Het is geen ergernis in de zin van ‘ha, ff me lekker ergeren’, zoals mensen bijvoorbeeld iedere avond VI of een ander laag IQ-programma aanzetten ‘heerlijk hoef ik even niet na te denken’. (Als nadenken je moeite kost, moet je je afvragen of je het juist niet te weinig doet).
O wacht, zie je? Zie je? Daar begint het gedonder al. Dit is precies de reden waarom ik dit stuk niet wilde gaan schrijven. Alleen al de gedachte aan de ergernis verandert me in een wild om zich heen slaande proleet. In werkelijkheid wil ik natuurlijk helemaal niet afgeven op mensen met een laag IQ. Ik vind ze heel aardig. Ik heb zelfs veel ex-vrienden met een laag IQ. Niks mis mee.
Het is de razernij die me zo maakt. Dat is het kenmerk van de ware ergernis. Het verandert je in iemand die je niet wilt zijn. Van een zachtaardig, goed geluimd en ontspannen persoon word je in een mum van tijd een doorgeslagen, bloeddorstige maniak. Als wapenbezit hier vrij was, net als in de VS stond ik niet voor mezelf in.
Ik heb het dan natuurlijk over mobiel telefoongebruik, met name in het openbaar vervoer. De trein om precies te zijn. Je stapt in een coupé, er heerst stilte of hooguit wat geroezemoes van converserende reizigers, iedereen respecteert elkaar. Je pakt een boek om lekker te lezen. En dan, dan gaat er een zitten bellen. Of TikTok clipjes bekijken met het geluid op de speaker. Weg. Alles weg. Het is alsof iemand met modderige laarzen over de witte vloer loopt. Nee, dat is een te milde vergelijking. Het is alsof iemand met een sloopkogel door Madurodam gaat. En ik? Ik verander in een denkbeeldige moordenaar. “You talking to me?” schreeuw ik in stilte tegen het vensterglas terwijl ik verbeten naar buiten staar in een poging mijn woede onder controle te krijgen.
Ik ben natuurlijk niet de enige. Verre van. De prangende kwestie werd in het publieke debat geïnjecteerd door Andy Burnham, de nieuwe Britse premier. Die man heeft wereldproblemen op te lossen dus dat hij dit meteen na zijn aantreden aankaart zegt wel iets over hoe erg het is. “We hebben allemaal wel eens in de trein gezeten terwijl iemand keihard muziek of video’s op zijn telefoon afspeelde. Dat werkt op je zenuwen en kan de reis al snel verpesten,” zei hij in een verklaring. Hij komt met een campagne met als leuze “deel de coupé, niet de herrie”, compleet met forse boetes. Al zou ik zelf liever celstraffen zien, inclusief sensorische deprivatie. Ik ben weliswaar principieel tegen martelen maar… nou ja, je snapt het wel.
De Volkskrant wijdde daarop een artikel aan het nijpende maatschappelijke probleem met daarin deze veelzeggende alinea die me helemaal de haren uit mijn hoofd deed trekken:
De NS krijgt weinig meldingen over soortgelijke overlast, volgens een woordvoerder. En mochten reizigers dergelijke hinder ervaren, dan doen ze er volgens de NS goed aan zelf de desbetreffende persoon aan te spreken. ‘Als je het vriendelijk vraagt, passen mensen zich negen van de tien keer aan.’
Het bevestigt mijn beeld dat mensen die bij de NS werken – of daar in ieder geval iets doen waar ze voor betaald krijgen – zelf nooit met de trein reizen. Daar ga ik van uit omdat ik zelfs in het geval van de NS nog geloof in de goedheid van de mens. Ze zullen dus niet beter weten, want anders is hun beleid puur sadisme.
Als gevolg van deze wereldvreemdheid hebben de NS inmiddels drie(!) verschillende soorten aanduidingen voor stiltecoupés. Er zijn treinen waar met grote letters Stilte op de ramen staat. Dan hebben ze ook andere treinstellen waar drie verschillende coupés zijn: stilte, werk en klets. Het onderscheid worden aangegeven met pictogrammen op de deuren die een studie hiëroglyfen vereisen om te begrijpen wat ze betekenen. In de nieuwste treinen hebben ze dat weer veranderd. Nu is de aanduiding voor de stiltecoupés verstopt in een klein pictogram boven de deur. Alleen ervaren reizigers weten dat.
Oftewel, de NS wijzigt dus keer op keer de aanduiding, zodat die nooit ingeburgerd raakt. Stel je voor dat de overheid dat zou doen met verkeersborden. Dat je om de 5 jaar een nieuwe aanduiding hebt voor voorrangsweg. Alleen al d verzekeringsmaatschappijen zouden meteen protesteren en dat is zo’n deel van de samenleving waar de VVD wel naar luistert.
De NS laat de handhaving van de regels over aan de reizigers. ‘Als je het vriendelijk vraagt…’ Ik doe dat, vaak zelfs, maar dat werkt alleen bij iemand die tegenover je zit of vlak naast je. Anders moet je steeds opstaan – bij ieder station kan er een nieuwe kletser instappen – om het vriendelijk te vragen. “Sorry dat het bordje zo klein is maar….”
De reacties variëren. De een schrikt en schaamt zich – ‘excuus, wist ik niet’ – de ander wordt boos – ‘waar staat dat dan?’ Ik heb voor beiden begrip, maar het betekent dat alle reizigers opgezadeld zitten met een vervelende situatie. Een probleem dat wordt gecreéerd door de leeghoofdige marketingmalloten van de NS die reizigers alleen kennen uit hun gelikte powerpoint presentaties en excel sheets. Ik vermoed dat het Gen X-ers zijn, met een kinderachtige afkeer van ‘betutteling’. Producten van het liberalisme dat door Rutte c.s. is uitgewoond tot louter individualisme. Maar laat ik niet afdwalen. Tijdens de treinreis die ik deze zomer door Europa maakte viel op dat in andere landen het bellen in de trein verboden is, dan wel ontmoedigd wordt. ‘Telefoongesprekken kunt u op het balkon voeren’ stond met grote letters in de TGV. Hoe verzinnen ze het hè?
Telefoongesprekken zijn sowieso al vervelend, tenzij ze op fluistertoon gevoerd worden maar die modus blijken maar weinigen te kennen. Dat is allemaal nog erger geworden met de komst van de draadloze oortjes. Daarbij moet de beller voor zich uitschreeuwen omdat de verborgen microfoons het stemgeluid anders niet oppikken. Het is niet alleen een achterlijk gezicht, iemand die in het niets voor zich uit kletst, maar het is ook bloedirritant. Die draadloze oortjes zijn komen overwaaien uit de VS, een land waar iedereen in de auto zit en ze gewend zijn tegen de vooruit te schreeuwen. In het land van het asocialisme is het geen probleem. In Europa weten we dat niet maar de VS kent amper zogeheten third spaces, plekken die niet privé of werk zijn en waar je socialiseert met vreemden. De Texaanse Avery Arnett legt dat in onderstaande video goed uit.
Daarom denk ik dat draadloze oortjes typisch Amerikaans zijn. Niet om ermee te luisteren maar als je ermee communiceert. Dat kan namelijk alleen maar op een asociale manier. Je moet je dan niets aantrekken van de mensen om je heen, als die er zijn. Dat kan natuurlijk ook onbewust gaan. Het kenmerk van een telefoonscherm is immers dat het je meteen uit je omgeving haalt. Je bent dan als het ware niet meer aanwezig waar je bent. De Volkskrant nog een keer:
Socioloog Guido Dirven verwijst naar een onderzoek van de beroemde socioloog Manuel Castells. Die sprak over space of places en space of flows. Dirven: ‘Die eerste gaat over de fysieke ruimte waarin je met anderen bent, bijvoorbeeld de trein. Dat is een gezamenlijke plek.’ De space of flows staat los van de fysieke ruimte, aldus Dirven. Het gaat dan om de onlinewereld, zoals apps als TikTok of Spotify. ‘Een aparte wereld die alleen toegankelijk is voor het individu.’
Ik heb in mijn rugzak altijd een koptelefoon met noise cancelling om me in noodgevallen tegen telefoonterreur te beschermen. Het is natuurlijk raar, dat je een koptelefoon moet opzetten om geen geluidsoverlast te ervaren. Dat ik me moet afsluiten voor mijn omgeving omdat er een aso zit te bellen. Daarom kies ik meestal voor aanspreken maar dat betekent wel iedere keer weer kans op een conflict waar ik niet op zit te wachten. Zo maakt de NS de trein tot een onveilige omgeving. Denk daar aan als ze weer eens klagen over het gedrag van reizigers.
Soms als het me weer eens overkomt realiseer ik me waar het allemaal mee begon. De reclamecampagnes uit begin deze eeuw om reizigers te lokken. ‘Hier rijdt een kantoor’ stond er bij foto’s van een treincoupé. Het leest nu als het recept voor een burn out. Een enkele keer als ik ongewild in een zakelijke meeting beland waarbij degene tegenover me het tegen onzichtbaren heeft over targets, schedules en andere kantoortaal wil ik nog wel eens mee gaan brainstormen. “Sorry, dat ik je even onderbreek maar ik las laatst…” Sadisme is kennelijk ook besmettelijk. Wat ook wel wil helpen als stil verzet is nadrukkelijk blijven aanstaren, Ze eisen immers als je aandacht op. Voor de goede orde, ik raad dit soort methodes af. Het is de Kevin in mij die ze toepast.
Ik heb intussen mijn hoop gevestigd op Gen Z, de generatie die met tal van kapitalistische uitwassen afrekent. Niet alleen hebben ze een afkeer van bellen, ze willen ook van de draadloze oortjes af want te duur en weer een apparaat dat je moet opladen. Als je oplet zie je steeds vaker weer oortjes met draadjes. Het begint een nieuw statussymbool voor coolness te worden. Aan dat draadje zit een microfoon die je in handpalm kunt houden en zo fluisterend een gesprek voeren als je in de trein zit. Een eenvoudige oplossing voor een wereldprobleem.
Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Ja, ook speciaal voor jou. Abonneer je nu gratis.