Twin Peaks revival

Op weg naar de zon heerste louter duisternis. Dat klinkt wat filosofisch maar het was gewoon elf uur ‘s avonds. Alles was zwart, het asfalt, het dashboard en m’n gedachten. In de omgeving staken tegen de donkere hemel de toppen af van de lang uitgedoofde vulkanen in de Auvergne. Zesduizend jaar geleden voor het laatst tot uitbarsting gekomen. En verder was ook alles uitgedoofd. Of zou het diep daaronder nog rommelen? Als een slapend monster dat op een dag weer ontwaakt?

Plots doken op de autoroute richting Clermont-Ferrand in de verte blauwe lichtjes op. Zwaailichten. Twee voertuigen, ontwaarde ik na een tijdje. Ik hield me aan de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur, deze twee auto’s reden langzamer. Dat overkomt je eigenlijk nooit, dat je voertuigen inhaalt die blauwe zwaailichten voeren. Ze rijden altijd harder, vandaar ook die zwaailichten. Opzij, opzij. Enorme balken op het dak met nerveus flitsende lampen. Ze gilden alarm in een verder lege omgeving. Het leken wel kermisattracties. Een epilepticus zou er de macht over het stuur door kunnen verliezen. Als ze zo’n haast hadden waarom reden ze dan niet harder? Raadselachtig.

Vrijwel automatisch wilde ik naar mijn telefoon grijpen om het beeld vast te leggen. Nee, niet doen. Niet tijdens het rijden maar ook omdat deze magie niet vast te leggen viel. Vreemd, want de magie bestond louter uit beeld. Vermengd met mijn stemming. Het filmen zou het moment verstoren omdat de handeling mijn concentratie verlegt. Het gedeelte van mijn hersens dat in staat is tot verwondering kan niet tegelijk een camera bedienen.

Uit de boxen klonk Bloom At Night van Lump. Vreemde, mysterieuze muziek. Ineens voelde het alsof ik in een aflevering van Twin Peaks was beland. Hoe kon dat? Was het de nacht, de silhouetten van bergen en bomen, het licht van de koplampen?

Die legendarische serie van David Lynch zag ik ruim dertig jaar geleden maar nu pas realiseerde ik me ineens wat de kracht er van was: alles wat je daarin te zien kreeg was mysterieus gemaakt. Van de cherry pie tot ja, wat was er nog meer? Audrey Horne gespeeld door Sherilyn Fenn die met haar tong een knoop in een kersensteeltje kon leggen. Was dat werkelijk het enige dat ik me er nog van kon herinneren? Terwijl de stemming van Twin Peaks toch zo duidelijk in mijn geheugen vertoefde.

Ik passeerde de auto’s. De eerste bleek een soort stationcar met daarop het woord infirmerie. De tweede een ambulance zonder het woord ambulance. Ze reden ver uit elkaar. Alsof ze nergens naar op weg waren en alleen maar sfeer aan wilden brengen in de nacht. In gedachten zag ik op de brancard in de ambulance een stuk boomstam liggen. Een verpleegkundige staarde er naar.

De zwaailichten doofden in de achteruitkijkspiegel langzaam zoals ze opgekomen waren. Nooit zal ik weten waarom ze er reden.

Maar dit verbaasde me nog het meest: ik denk vrijwel nooit aan Twin Peaks en nu 30 jaar later intens. Het brein een is jungle waar ik zelf voortdurend in verdwaal. Hopelijk is dat normaal.

Ik schrijf dit de volgende ochtend in een onooglijke bar in een volkswijk van Barcelona. Naast me staat een man op een gokkast te rammen. De Chinese eigenares serveert een kop koffie, op de suikerzakjes staat Gelukkig Nieuwjaar. A damn fine cup of coffee, zou special agent Dale Cooper zeggen. Ik heb die cherry pie nog wel eens gemaakt, herinnerde ik me nu. De smaak was niet wat ik ervan verwacht had.

Een groot deel van mijn geheugen wordt in beslag genomen door het fictieve leven van anderen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.