Samen schrijven tegen de leegte

Ik liep de trap af, de metro in. Dat voelt in Parijs altijd als de toegang naar een andere wereld, met eindeloze gangen, winkeltjes, muzikanten, gehaaste reizigers en mensen op weg naar nergens. Het was zaterdagochtend 9 uur. Nu heerste vooral de leegte. Ik volgde nauwkeurig de bordjes voor de juiste lijn omdat ik eerder deze week per ongeluk in een verkeerde metro was gestapt met dezelfde eindbestemming. In Parijs houden ze wel van een beetje dollen.

Bij een volgende trap die verder de diepte in voerde stonden drie mannen bij een rolstoel met daarin een oude man. Hij moest de trap af maar hoe? Of ik mee wilde tillen. De oude man in de rolstoel keek me aan met een versleten gezicht waar wanhoop in vast leek gegroeid. Ik had spijt van alle keren dat ik deze zomer niet naar de sportschool was geweest. “Natuurlijk” zei ik en probeerde uit te vinden waar ik de rolstoel moest vastpakken. Ik zag dat zijn broek was afgezakt, zijn blote billen op het kussen. Ok.

1, 2, 3. Het lukte tot mijn verrassing amper om de rolstoel op te tillen. Dat ding woog enorm zwaar. Was de man van lood? Ik keek achterom, naar beneden liep een lange steile trap. Dit was veel te gevaarlijk. Ik liet los. We waren geen centimeter van de plaats gekomen. Een van de mannen stelde voor de rolstoel trede voor trede naar beneden te rijden en kantelde die alvast achterover. Ik keek nog eens naar beneden. Dat leek me geen goed idee. De rolstoel was al te zwaar om te tillen en waarschijnlijk ook om tegen te houden als de zwaartekracht hem eenmaal te pakken kreeg. Je zou morsdood te pletter kunnen vallen. De man in de rolstoel reageerde panisch toen hij besefte wat het plan was. Hij maakte geluiden waar ik non! non! in kon horen. 

Dit ging niet werken, mijn Frans is ook te slecht om hulp te organiseren, als ik al zou weten hoe dat hier moet. Ik ging in ieder geval niet meewerken aan verdere experimenten. Bovendien moest ik naar een afspraak. Ik wees op mijn horloge en zei sorry. Een van de hulpmannen keek me aan met een voorzichtige blik van verwijt. Niemand heeft tijd natuurlijk. Maar wat moet deze man dan? Helaas, ik liep weg met de kilte zoals je een bedelaar passeert die vergeefs om geld vraagt.

Ik versnelde mijn pas naar het perron in een poging het achtervolgende schuldgevoel voor te blijven. De tijd begon ook te dringen, ik moest naar een bijeenkomst aan de andere kant van de stad en wilde niet te laat aankomen.

De Offline Club Paris organiseerde een silent writing party. In stilte collectief lezen had ik al eens gedaan maar schrijven nog niet. Het bleek een serieuze zaak, bij de entree moest je je mobiele telefoon inleveren. Geen foto’s dus. En omdat de Franse culturele omroep TV5 opnames maakte ook verplicht een contract tekenen. Of op een plek buiten beeld gaan zitten. Ik tekende en liep naar een grote tafel. Aan de kop zat een man met allemaal papieren voor zich. Manspreading kan je kennelijk ook met andere zaken dan je benen doen. Ik vroeg aan drie vrouwen aan de andere kant of ik mocht gaan zitten. Ze wezen me er op dat deze tafel francofoon was, dat er ook tafels waren waar Engels gesproken wordt. Ik vertelde dat ik Frans aan het leren ben en graag wil oefenen. Er werd meteen plaatsgemaakt. 

Er waren in totaal zo’n 50 deelnemers, zo’n 90 procent vrouwelijk. Mannen doen niet meer aan lezen en schrijven, die zijn te druk bezig met terugkeren naar de prehistorie. We namen door wat voor boeken we hadden meegenomen want er zou ook een leespauze zijn. Een vrouw had een werk van Marcus Aurelius bij zich. “Dat is een bijbel voor masculinisten” merkte een ander droogjes op. Oeps. Ik liet het boek van Adriaan van Dis zien, Stadsliefde, scènes in Parijs, en vertelde dat hij een beroemd schrijver is die heel lang een geheime verhouding had met de echtgenote van een net zo beroemd kunstenaar en dat hij en zijn minnares elkaar altijd troffen in Parijs. “Ach ja, Parijs, natuurlijk, stad van de liefde” luidde de enige reactie. Van de juicy rest keken ze geen moment op.

Een organisatrice nam het woord en legde uit hoe een en ander in het werk ging. Dat de Offline Club een van oorsprong Nederlands initiatief is dat zich steeds verder over de wereld verspreidt. Dat er tips waren voor deelnemers die geen idee hadden wat ze moesten schrijven. “Schrijf een brief aan jezelf, voor later. Er zijn enveloppes waar je ze in kunt stoppen en de datum van opening er op schrijven.”

Ik begon te schrijven. Een brief aan een Deense penvriendin met wie ik in het Frans correspondeer. Maar dit keer zonder woordenboek onder handbereik, dat zit immers in mijn telefoon. Ging dat lukken?

Er begon muziek te klinken, het soort muzak dat wel meditatief wordt genoemd. Ook hier heerste kennelijk de angst voor de stilte. Ik sloot me af met mentale noise cancelling – concentratie heette dat toen het nog bestond – en schreef verder, het ging wonderwel goed.

De vrouw naast me, een deftige dame van ik schat ver in de 70, vertelde me in de pauze dat ze bezig was een korte roman te schrijven. “Heel kort”. Toen ze begon te vertellen waar die over ging liet mijn Frans me in de steek. Over een vrouw die beland was in een ouderencomplex en daar… ja, dat ontging me dus. Ik vroeg er ook niet naar, zo ik al staat zou zijn geweest haar te onderbreken. Ze had een roman meegenomen, die was geschreven door een vrouw die ze kende en ze vertelde hoe bijzonder het boek was. En belangrijk. Les Désarmantes. De titel begreep ik al niet. Iets met ontwapenend gokte ik.

Ik zeur er nu wat op los maar dat is onterecht want het was een geweldige bijeenkomst. Goed georganiseerd ook. Dat laatste blijkt toch een belangrijke voorwaarde voor succes. Twee dagen eerder was ik naar een silent reading event geweest georganiseerd door een instituut. De man bij de receptie vertelde zonder veel belangstelling dat het de eerste keer was dat zoiets gehouden werd. “En in welke ruimte vindt het plaats? In de kantine of leeszaal?” “O gewoon overal.” Na een tijd in m’n eentje in de leeszaal gezeten te hebben ging ik naar de kantine. Daar zat één persoon te lezen. Of dat in het kader van het event was, bleef me onduidelijk. Ik sluit niet uit dat ik de enige deelnemer was. Dan kun je net zo goed thuisblijven.

Het klinkt natuurlijk gek, collectief lezen maar het is een goede manier om de concentratie te behouden. En het geeft een gevoel van vertrouwen in een wereld waarin menselijke kennis en intelligentie steeds minder gewaardeerd lijken te worden. Als boeken wapens zijn, dan zijn dit legeroefeningen.

Na de pauze volgde het sociale gedeelte. Er werden aan de tafels opdrachten uitgereikt die je gezamenlijk kon uitvoeren. Wij kregen ‘neem een woord en schrijf daar samen een verhaal over zonder het woord te noemen’. Op goed geluk werd een woord uit een boek geprikt: baron. Er volgde overleg. Wanneer moest het zich afspelen? En waar? In de 19e eeuw werd besloten. “In Amerika” stelde ik voor. De vrouwen keken me aan. “In Noord-Amerika bedoel je?” Ok. In een bowling hall stelde een ander voor. Toen barstten de suggesties los. Zin voor zin. Dit kon ik niet meer volgen. Ik doe wel de slotzin, zei ik in een poging me er uit te redden. Ze overlegden voort. Over een man die een mysterieus briefje had met een adres en ontdekte dat daar een bowling hall gevestigd was. Ah, het was misschien een drugsbaron.

Tot slot keken ze mijn kant uit. “En?” Ik was trots op mijn vondst: “En ze leefden nog lang en ongelukkig!”

Er volgde een stilte die zelfs niet door een spoor van een glimlach bevrijd werd. “Zo werkt het niet.”

Het was een party maar wel een heel serieuze.

Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Ja, ook speciaal voor jou. Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.