Januari

De hemel was grijs als een zinken dak, de regen hing twijfelend aan de wolken en de lucht was op zijn beurt koud als metaal. Het was kennelijk ook nog eens metaforenmaandag. Ik trok de deur van de koffiezaak waar ik de ochtend vermalen had achter me dicht. Ik moest nu echt iets gaan doen, mezelf nuttig maken.

Begin januari, de moeilijkste dagen van het jaar, als alles nieuw hoort te zijn maar in werkelijkheid alleen maar afgetrapt is. Een maand als een onbetrouwbare tweedehandsauto. Startproblemen iedere ochtend. De Romeinen lieten het nieuwe jaar beginnen in maart. Zoveel slimmer. Het is me ook daarom een raadsel waarom dat rijk ooit ten onder is gegaan.

Op het trottoir pikte een duif naar een stuk karton. Een troosteloos gezicht. Toen hij, of zij dat was me niet duidelijk, doorkreeg dat het niet eetbaar was richtte hij zich op. Hij leek teleurgesteld. Dat klinkt als projectie of nog erger als antropomorfie, maar hoezo zou de duif niet teleurgesteld zijn. Omdat hij geen verwachtingen heeft? Waarom pikt hij dan op het karton en niet willekeurig op de straatstenen die net zo min eetbaar zijn? Misschien is het juist wel projectie om te denken dat een duif geen verwachtingen heeft, geen verlangens, dat maakt de wereld immers een stuk overzichtelijker als verlangens zijn voorbehouden aan mensen.

Een duif weet feilloos zijn nest terug te vinden over honderden kilometers afstand maar verlangens gunnen we hem niet. We moeten immers koste wat kost voorkomen dat de duif op ons gaat lijken, of erger: wij op de duif.

Antropomorfie, de neiging om aan dieren menselijke eigenschappen toe te kennen is in serieuze kringen taboe. Natuurlijk moet je daarmee oppassen, voor je het weet geloof je in fabeltjes. De tegenovergestelde neiging, niets menselijks aan dieren toe te schrijven, is echter net zo kwalijk. In ieder geval voor de dieren. Wie meer mens ziet in een varken, het boerderijdier dat het meest op ons lijkt, springt er wellicht anders mee om.

Dat klinkt misschien interessant maar maakt het vraagstuk rond de duif niet minder groot. Want als de duif echt teleurgesteld was, rijst er een heel ander probleem. Waarom zou hij dan verlangend naar het karton pikken? Het zal toch niet de eerste keer zijn dat hij een stuk karton tegenkomt.

Hij zou beter moeten weten. En toch proberen. Kijken of het geen smakelijk hapje is. Een gelukje. Een beetje zoals hele volksstammen ieder jaar een Oudejaarslot kopen. Ik doe dat niet, want ik speel mee in de Postcodeloterij. Nou ja, meespelen… ik heb ooit geprobeerd dat stop te zetten. Daar moet je een speciaal nummer voor bellen en dan krijg je een heel aardig iemand aan de lijn. Sindsdien speel ik met dubbele loten. Je begrijpt dat ik niet nog een keer durf te bellen.

Weer niks gewonnen trouwens. Ik krijg wel ieder jaar zo’n dikke kartonnen agenda met voor duizenden euro’s kortingsbonnen die ik nooit benut. Waar ik me dan nog loseriger over voel. De postcodeloterij maakt van ons allemaal verliezers. Daarom hebben ze het ook steeds over hun goede doelen, de farizeeërs.

De duif stapte verder, speurend naar de grond of er ergens eten lag, of een stukje karton natuurlijk. Ik keek hem na en realiseerde me hoezeer we op elkaar leken. Het begon nu echt te regenen. Januari, wat een kutmaand.

cc-foto: Mira Pangkey

Wat er overbleef van m’n goede voornemens voor 2018

Ik zocht het lijstje goede voornemens op dat ik begin 2018 opstelde. Eigenlijk wist ik dat ik dat niet moest doen. Maar ach, 2018 was toch al een algeheel kutjaar dus dat kon er ook nog wel bij. Natuurlijk had ik ook geen idee meer van wat ik me precies allemaal had voorgenomen maar het lijstje bleek gelukkig kort en opvallend doelgericht. Geen vage voornemens als ‘gezonder leven’ of ‘meer genieten’. 

Dit waren ze:

1. Een boek per week lezen. Dat heb ik een tijd redelijk volgehouden maar de tijdvretende verleiding van social media bleek te sterk. Of ik te zwak. Dus ik ben niet verder gekomen dan dertig boeken. Als je wilt weten welke het waren, vind je hier het overzicht.

2. De kwart marathon van Rotterdam binnen een uur rennen. Haha! Om te huilen. Ik ‘vergat’ te trainen, verscheen onvoorbereid aan de start. Dat bleef niet onbestraft: 1:16. “Het was de hel maar het was het waard,” noteerde ik op Instagram. Dat laatste was social media bluf, denk ik nu.

3. Niets kopen. Ik wilde meer burger worden en minder consument. Dat is wel enigszins gelukt. Natuurlijk niet helemaal ‘niets’ gekocht maar wel drastisch verminderd. Voor mij geen retail-therapy meer. Als ik kleding wil kopen vraag ik me eerst af welk kledingstuk uit m’n garderobe ik dan in ruil niet meer zal dragen. Resultaat: ik kom niet meer in kledingwinkels, ook niet online. Wat ook helpt: alle nieuwsbrieven opzeggen die je aanzetten tot kopen.

4. Geen wegwerpbekertjes meer gebruiken. Dat geldt vooral voor m’n werk. Ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik het me had voorgenomen. Dus helaas.

5. De 40 kilometer van de Nacht van de Vluchteling binnen 9 uur lopen. De tocht ging om 00:00 bij de Erasmusbrug van start en ik finishte om 09:24 in Den Haag. Ik kan als excuus gebruiken dat ik onderweg m’n blaren moest laten behandelen door het Rode Kruis. Dat vergde enig oponthoud. En ja, ook die tocht was de hel. Heb me voorgenomen het nooit meer te doen. Tineke Ceelen denkt daar trouwens anders over.

6. Wijnglazen alleen bij de steel vasthouden. Ik weet dat ik er nog vaak aan gedacht heb maar het is me bij geen enkel glas gelukt. Ik heb wel veel geoefend maar het is zo’n gedragsverandering die maar niet wil lukken. Dus dat wordt een andere tactiek voor 2019: minder wijnglazen vasthouden.

Dat waren mijn goede voornemens voor 2018. Geen enkele heb ik volbracht.

Er zijn theorieën dat je geen goede voornemens moet maken omdat je er ongelukkig van wordt. De meeste mensen slagen er immers niet in zich er aan te houden en dan frustreert het alleen maar. Toen ik dat voor het eerst las nam ik me prompt voor nooit meer goede voornemens op te stellen. En verdomd: dat lukte niet.

Als ik zie dat ik geen enkele van mijn goede voornemens volledig gerealiseerd heb, stemt dat inderdaad mismoedig. Maar ik weet ook dat als ik ze niet gemaakt had, ik misschien helemaal geen boeken had gelezen of maar een stuk of vier, ik de 1/4 marathon niet had gelopen, m’n dierbare sponsors misschien geen 1600 euro hadden gedoneerd voor de vluchtelingen en ik in m’n vrije tijd nog steeds gedachtenloos door winkels liep te dolen om m’n kooplust te bevredigen. Zo bezien viel 2018 nog mee. En het voordeel van een slecht jaar is dat de kans groter is dat het volgend jaar beter wordt.

Kortom: wat zal ik me eens voor 2019 voornemen? Voor de 1/4 marathon heb ik me al opgegeven.

cc-foto: anataman

Wat ik zag, hoorde, las en herinnerde van 2018

Persoonlijke keuze van films, muziek, boeken, kunst en theater uit 2018.

Ik ben niet zo van de beste dit of de beste dat, behalve dan de beste wensen, maar dit zijn de films, boeken, theater, kunst en muziek waar ik zo van genoot en door geraakt werd in 2018 dat ik ze niet snel zal vergeten. Van iedere categorie een.

Speelfilm: Den Skyldige

Een van de indrukwekkendste films die ik de afgelopen 10 jaar zag. Aangrijpend. Het overkomt me niet vaak dat ik in de bioscoop een traan moet laten maar Gustav Möller weet het met deze verpletterende debuutfilm voor elkaar te krijgen. Een agent in een Deense alarmcentrale krijgt een telefoontje over een ontvoering en wat er dan gebeurt… Een thriller, drama en zonder dat het benoemd wordt ook een scherpe politieke kritiek.

Documentaire: Fahrenheit 11/9

Michael Moore op z’n best schetst op de hem eigen wijze een even komisch als verontrustend beeld van de politieke situatie in de Verenigde Staten. Democratie of dictatuur, dat is de keuze waar het land voor staat.

Roman: Geschiedenis van geweld

Ik moest er twee keer in beginnen, in deze roman van Edouard Louis. De eerste keer kreeg het verhaal over een man die een onbekende van straat in huis haalt geen vat op me. De tweede keer liet het me niet meer los. Het is een verhaal dat onder je huid kruipt, je bent met hen in de kamer, bekropen door eenzaamheid en angst, de leidende gevoelens van deze tijd.

Non-fictie: Uit de puinhopen

Niet eerder las ik zo’n heldere beschrijving van de wereld waarin we ons bevinden en hoe we daar verandering in kunnen brengen. Het is een messcherpe analyse van maatschappelijke misstanden en de dominantie van het neoliberale denken, een systeem dat volgens bioloog en journalist George Monbiot veel beter is toegesneden op chimpansees dan mensen. Het alternatief dat hij schetst, doet veel meer denken aan bonobo’s, je weet wel de apen die alles oplossen met liefde en seks.

Muziek: La même

Een duet van m’n twee favoriete Franse zangers, Maître Gims en Vianney, de een met een stem diep als een scheepshoorn, de ander die fragiel klinkt alsof hij door een plastic koffiebekertje zingt. Over het niet in hokjes gestopt willen worden. ‘Het is mij hetzelfde’. Voor op repeat.

Theater: Para

Het stuk dateert uit 2017 maar ik zag het dit jaar voor het eerst. Bruno Vanden Broecke die eerder al zalen platspeelde met de solovoorstelling Missie over een pater in Congo, is in Para een Belgische militair die terugkeert van een vredesmissie in Somalië. Hij kegelt ons zelfbeeld in een langzaam ontrollende strike helemaal omver. Meeleven met de militair en compleet geschokt raken door wat er wordt aangericht. Ik verliet de zaal in totale verwarring.

Kunst: The London Mastaba

Een puntloze piramide opgebouwd uit ruim 7500 olievaten die deze zomer dreef in de vijver van Hyde Park. Dit gigantische kunstwerk van Christo en Jeanne-Claude omvat de geschiedenis en – hopelijk – toekomst van de klimaatcrisis. Het doet onwillekeurig denken aan het Egyptische rijk, groots maar toch ten ondergegaan, uit de woestijn waar de olie vandaan gehaald wordt die een ongekende rijkdom heeft gebracht maar ook de totale verwoesting. Drijvend, niet in staat zelf koers te houden. Nadat de mastaba werd afgebroken, werd alles recycled en kreeg het park een ecologische opknapbeurt. Laat ook dat een voorbeeld zijn.

Iedereen een mooie Kerst en een goed 2019 gewenst, dank voor je aandacht en interesse.

Het recht van de sterkste

Mijn vader, die al oud was toen ik geboren werd en deze maand 107 geworden zou zijn, was een sterke man. En dan bedoel ik echt heel sterk. Afkomstig uit een arm gezin verdiende hij naast zijn werk extra geld door deel te nemen aan bokswedstrijden en vooral met catch as catch can, een vechtsport waar hij zeer bedreven in was. Bedreven als in: ongeslagen.

Catch as catch can werd indertijd, voor de Tweede Wereldoorlog, gezien als de meest wrede vechtsport die er bestond. Het was een combinatie van worstelen en andere gevechtstechnieken. Alles was geoorloofd, tot en met het breken van de botten van je tegenstander aan toe. Het nu populaire MMA (Mixed Martial Arts) is er deels uit vootgekomen, evenals die bizarre Amerikaanse worstelwedstrijden waarbij toneel gespeeld wordt. In de tijd van mijn vader was het geen nep. Wel is hij een keer gediskwalificeerd omdat hij een conflict kreeg met een onrechtvaardige scheidsrechter, de man oppakte en in het publiek smeet. Dat was wel theater maar geen toneel. Hij was, zoals ik al zei, erg sterk.

Als je sterk bent, of sterk overkomt, zijn er altijd mannen die met je willen vechten. Mijn vader had daar regelmatig last van. Lui die hem kenden of herkenden en uitdaagden als hij op straat liep of uitging. “Ik had daar nooit zin in,” vertrouwde hij me ooit toe, laat op de avond tijdens een van de zeldzame momenten dat hij over zijn eigen leven vertelde. “Je kleding wordt vies, een overhemd is zo gescheurd, je slaat iemand makkelijk een bloedneus en voor je het weet zit je onder het bloed van zo’n kerel. Dan is je avond voorbij.” 

Maar de belangrijkste reden om dat soort confrontaties te mijden was het gevaar van een ongeluk. “Met één welgemikte klap kun je iemand doodslaan. Zonder dat het je bedoeling is. En dan beland je in de gevangenis, dat risico wilde ik niet lopen. Ik had een zieke moeder die ik moest verzorgen. Zij kon niet zonder mij.”

Hij vertelde het vrij nuchter, niet als stoere praat en al helemaal niet als opschepperij.  Maar wat doe je als iemand wil vechten en je hebt daar geen zin in? Je kunt wel wegrennen maar dat is weer niet best voor je reputatie en bovendien in strijd met zijn aard. Als mijn vader iets niet wilde zijn dan was het wel laf.

Op een avond zat hij in een café en was er een groepje van drie mannen dat hem herkende en begon uit te dagen. Hier had hij geen trek in. Hij keek het even aan, rekende af en liep naar buiten. De mannen volgden hem. Eenmaal op straat versperden ze hem de weg. Drie mannen. “Het was niet dat ik ze niet aan zou kunnen, maar wat heb je er aan? Je krijgt er alleen maar problemen door.”

Wat te doen? Hoe los je zo’n penibele situatie op. Je kunt niks zeggen want ieder woord kan een excuus zijn om de zaak te laten escaleren.

In de straat stond een jonge boom. Geen sprietje maar een met een stam zo dik als een onderarm. Hij liep er op af, keek de mannen aan en trok de boom met wortel en al uit de grond om duidelijk te maken wat hen te wachten stond. Zijn belagers schrokken, deinsden terug en vertrokken zonder een woord te zeggen. 

Als je echt sterk bent, win je een gevecht niet maar voorkom je het.

Bohemian Rhapsody

In Bohemian Rhapsody, die ik zaterdag zag, zit een scene waarin Freddie Mercury liggend op bed zijn handen uitstrekt naar de pianotoetsen en de eerste noten speelt van het nummer waarmee de band wereldfaam verwierf. De scene maakt duidelijk dat de song niet louter het product is van een groep die de studio als laboratorium gebruikte maar echt een persoonlijk werk van Mercury. Al zal het voorval bedacht zijn voor het script waarin het legendarische nummer een soort leidraad vormt voor het leven van de artiest. Aan het slot klinkt het tijdens het Live Aid concert in Wembley als een aankondiging van de naderbij sluipende dood.

Too late, my time has come
Sends shivers down my spine, body’s aching all the time
Goodbye, everybody, I’ve got to go
Gotta leave you all behind and face the truth

De blik vervuld van het naderende einde. Rami Malek overtuigt als Freddie Mercury. Gesnik in de bioscoop. Eenmaal weer thuis het echte optreden nog eens teruggekeken. Dat zag er toch anders uit, al is iedere beweging hetzelfde. In de film is het een zwanenzang, in de concertregistratie een nieuw hoogtepunt van een artiest die genoeg energie heeft om een heel stadion te verlichten.

Er is discussie over of de hiv-diagnose in het echt toen al gesteld was of dat Freddie Mercury die pas in de jaren na het concert te horen kreeg. De vraag is wat droeviger stemt, de filmartiest die bewust afscheid neemt van zijn publiek of de echte Mercury die schittert op het podium, nog onwetend van het lot dat hem te wachten staat.

Ik wist niet dat Mercury een migrantenkind was, lid van een vervolgde bevolkingsgroep die duizend jaar geleden van Perzië door oprukkende islamisten naar India werd verdreven. Zijn ouders waren vanuit India naar Engeland geëmigreerd. Vandaar ook al die onbekende woorden in het lied. Bismillah. De Arabische spreuk die gebruikt wordt voor het verrichten van een goede daad.

Nummers als Bohemian Rhapsody behoren onbewust tot wat de soundtrack van je leven wordt genoemd. Het heeft iets onsterfelijks. De eeuwen daarvoor bestond die voor gewone stervelingen uit het Kyrie en Gloria. Je hoort die niet meer terug in de Top 2000.

Middenin de nacht werd ik wakker, de slaap was uit bed verdwenen. Op Twitter was het stil. Ik pakte het boek Asymmetrie van Lisa Halliday waar ik al dagen niet meer in gelezen had, ging verder in het verhaal Waanzin waar ik gebleven was en daar stond het meteen op de eerste bladzijde: Sami, een jongen in Bagdad, hoort de eerste tonen van Bohemian Rhapsody en gaat prompt piano leren spelen op het instrument dat al tijden op zijn kamer staat. De kamer is zo klein dat hij liggend op zijn matras de toetsen kan bespelen. Zelfde scene, zelfde soundtrack, ander leven.

Ik legde het boek neer en staarde naar het plafond. Zou Sami een nieuwe Freddy Mercury worden of loopt zijn levensweg ergens anders heen? Ineens zie ik allemaal levens voor me met Bohemian Rhapsody in de soundtrack. Een kleine jongen in Bagdad, vrachtwagenchauffeurs, soldaten, Top 2000 families. Niemand die begrijpt waar de tekst over gaat maar het lied geeft ze allemaal het gevoel mens te zijn. Kyrie eleison.

Wat ik nog weet

De jongste herinnering die ik heb dateert van dat ik 2,5 jaar oud was. Dat weet ik zo precies omdat toen mijn wijsvinger tussen een dichtslaande deur kwam en mijn moeder me naar de plaatselijke verpleegpost bracht.

Vage beelden natuurlijk, als flarden mist waar wat op geprojecteerd wordt. De gehaaste tocht door de straten, huilend. De bezorgde verpleegster met verbandmiddelen, in uniform en kap op haar hoofd. Gek genoeg geen enkel besef van pijn maar misschien was die zo groot dat die zichzelf verdoofde. Je lichaam zit vol trucjes om je te redden uit noodsituaties. Met de vingertop is het nooit meer goed gekomen.

Ik heb ook herinneringen van nog eerder, althans dat denk ik omdat het ongeluk met de deur gebeurde tijdens de verhuizing naar een ander huis. Er staan me gebeurtenissen bij uit het oude huis, aan de voet van een dijk. Een blik in de keuken, het voeren van de kippen. Maar misschien dat we later nog wel eens in dat huis op visite zijn geweest en de opnames in m’n geheugen gewoon verkeerd gedateerd zijn.

Toen mijn vader oud werd, vertelde hij me dat er steeds meer herinneringen aan zijn jeugd naar boven kwamen maar hij soms niets meer van gisteren wist. Je hersens als een biografisch museum waar je steeds verder in afdwaalt.

Ik kijk naar m’n wijsvinger en probeer me zoveel mogelijk van gisteren te herinneren.