Spring naar inhoud

Een loom stadje in de Vogezen waar, op het passeren van de seizoenen na, nooit iets gebeurt. Behalve dan de guerrilla-acties van een groep anarchistische nudisten die auto’s stelen en nietsvermoedende voetgangers van hun kleding beroven. Dat is de setting van de Franse film Perdrix.

Je zou denken dat de film gaat over de geradicaliseerde naaktlopers maar hun rol heeft, ik kan het niet anders formuleren, weinig om het lijf. Ze zijn er af en toe, zonder verdere verklaring. Net zoals de moeder van de hoofdpersoon iedere nacht met een andere man in bed ligt. Het is allemaal net zo vanzelfsprekend als het vallen van de blaadjes.

Die hoofdpersoon is een kleurloze politieofficier, overtuigend gespeeld door Swann Arlaud, die geen enkele ambitie in het leven heeft. Zijn bestaan is net zo boeiend als dat van een draaideur van de Bijenkorf: wat er ook passeert, hij gaat nergens heen. Totdat er een jonge vrouw, Maud Wyler, arriveert die zijn hart zo doet kloppen dat z'n leven begint te trillen op z'n grondvesten. Ze noteert obsessief in dagboeken wat ze allemaal meemaakt en is tegelijk de rust zelve. Rust als in een slapende vulkaan.

Ik zou nu kunnen zeggen dat ik het verhaal verder niet wil verklappen, en dat zou dan niet gelogen zijn, maar de naakte waarheid - ja, dat nudisme blijkt aanstekelijk - is dat ik het gewoon niet na kan vertellen. Ik heb er geen hout van begrepen en toch vond ik Perdrix een heel fijne, vermakelijke en mooie film. Wat dat betreft is het net als de liefde en verdomd: daar gaat de film ook over. Zoals vrijwel alle Franse films dat thema eindeloos weten te behandelen. Wat het getal pi is voor de wiskunde, dat is liefde voor de Franse cinema: een oneindig element in iedere formule, van drama tot horror. Franse filmmakers zijn ontdekkingsreizigers van het hart en het lukt ze nooit echt dat in kaart te brengen omdat ze altijd navigeren met hun hoofd. Bij iedere dialoog vraag je je af op welke filosoof die nu weer gebaseerd is. Ook bij Perdrix.

Ik las wat recensies en begreep er nog steeds niks van totdat ik de naam van de dichter googelde die de hoofdpersoon noemde als zijn grote favoriet. Novalis, een Duitse romanticus uit de 18e eeuw die maar heel weinig werk heeft nagelaten maar die een enorme invloed heeft gehad op anderen. In Nederland schreven zowel Nijhoff als Slauerhoff een gedicht over hem, meer dan honderd jaar na zijn dood.

Hij wist met kalme angst hoe alles moest
Leven: voortleven, zalig of verdoemd.
Niets wordt vernietigd, spoorloos verwoest;
Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

Iets blijft - hoe ook verijld, versteend, verbloemd,
Leven moet alles tot in eeuwigheid.
Geen sluimring, geen min, geen dood verzoent
De kruistooht redeloos door ruimte en tijd.

Fragment van het gedicht Novalis; J. Slauerhoff (1898-1936)

Ineens viel het kwartje, of liever gezegd de centime. Ik begon de film te begrijpen. Bij wijze van spreken dan. Het ging over de onvermijdelijke zoektocht naar liefde, die in absurdheid en onbegrijpelijkheid veelal niet onderdoet voor het gedrag van ongrijpbare radicale nudisten. Liefde kan niet zonder romantiek maar als de romantiek zich eenmaal meester van je maakt dan wordt de liefde ook steeds onbereikbaarder.

Ik moest denken aan een chanson van Albin de la Simone, Le Grand Amour, waarin hij een ideale liefdesrelatie bezingt:

We spraken niet over de liefde
De liefde
Wat is dat?
We hebben nooit over de liefde gesproken
De grote liefde
Die bestond niet

De grote liefde dat is voor romantici wat de oerknal is voor astronomen en de Heilige Graal voor mystici, als je die eenmaal vindt dan begrijp je alles. Maar je weet uit Indiana Jones wat er met je gebeurt als je de hand weet te leggen op de Heilige Graal en de oerknal overleef je evenmin. Zo is het ook met de grote liefde.

Toen bedacht ik het dat het in deze tijd van lockdown en duisternis goed zou zijn om een online festival van films over de liefde te organiseren. Met alleen maar Franse films natuurlijk. Er was een tijd dat je bij zo’n idee kon wegdromen maar nu is er Google, het machtigste wapen tegen romantiek. Alles is al eens bedacht door een ander.

Het festival van films over de liefde blijkt al meer dan 35 jaar te bestaan in de Belgische plaats Mons (Bergen) waar het in 1984 opgericht werd door Elio di Rupio, de latere premier van België. De volgende editie is gepland voor de tweede week van maart in 2021. Ik vermoed dat het wel eens een online editie kan gaan worden.

Perdrix is een goede voorbereiding daartoe.

Ik zag Perdrix via Vitamine, de streamingdienst voor Cineville-abonnees. Hier andere mogelijkheden om de film te zien

Er bestaat echt zoiets als de stem van de onderdrukte vrouw. Mijn moeder kon die soms laten klinken, mijn tantes ook. Ik hoor het geluid nog wel eens op straat in het voorbijgaan: een plots hoge stem die praat als een kind. Letterlijk klein gemaakt. Meestal wordt de stem opgezet als de vrouw in kwestie positief in de belangstelling staat, zich opgelaten voelt door alle aandacht, over het feit dat ze gezien wordt. Het zijn vrouwen die zichzelf tot kind reduceren omdat ze niet gewend zijn serieus genomen te worden. Ze moeten zogezegd altijd alles slikken.

Swallow gaat over zo’n onderdrukte vrouw die dat letterlijk neemt en van de ene op de andere dag voorwerpen begint in te slikken. Allerlei voorwerpen, het eerste is een glazen kraal, al snel volgt een batterij en allemaal andere zaken waarvan je niet moet denken dat ze je slokdarm passeren.

Anders dan voor de hand ligt is Swallow geen gore film. Integendeel, de film is zo mooi gestileerd dat het een lust voor het oog is. Lange tijd had ik het idee dat ik naar een Scandinavische film zat te kijken. Ook al vanwege de onderhuidse spanning die vanaf het eerste begin zit in dit portret van wat een perfect leven zou moeten zijn. Swallow is ook een thriller.

Hunter Conrad, schitterend gespeeld door Haley Bennett, heeft een relatie met de zoon van een succesvolle zakenman. Ze wonen afgelegen in een perfecte, moderne villa waar ze haar dagen doorbrengt met niets doen, in de gaten gehouden door haar dominante schoonouders die weggelopen lijken uit Rosemary’s Baby. Dan wordt ze zwanger en begint ze voorwerpen te eten, een stoornis die bekend staat als pica.

Wat eerst nog louter komisch lijkt, begint steeds ernstiger vormen aan te nemen. En langzamerhand wordt voor de kijker duidelijk wat er aan de hand is. Niemand is echt geïnteresseerd in Hunter. De vrouw is louter een object, een voorwerp dat geconsumeerd wordt. Naarmate de film vordert wordt duidelijk welk een groot drama er achter schuilt.

Zoals ik meende dat Swallow een Scandinavische film was maar Amerikaans bleek, zo dacht ik ook dat de film was gemaakt door een vrouw. Maar de onmiskenbaar feministische film is het debuut van regisseur Carlo Mirabella-Davis. Het verhaal is geïnspireerd door het leven van zijn grootmoeder, vertelde hij aan Het Parool. Het patriarchaat dat haar letterlijk gek maakte, is nog niet verdwenen, wil hij duidelijk maken. Eat that.

Check Film.nl om te zien waar je Swallow kunt bekijken.

1

Je moet niet altijd alles willen weten
De tweede kop koffie

Ik neem nog een kop koffie. Dat klinkt alsof ik er al 14 op heb maar het is de tweede vandaag. Toch twijfelde ik voordat ik de knop van de zelfzettende machine indrukte want het is vijf over twaalf en iets in me zegt me dat je ‘s middags geen koffie moet drinken. Dat je dan verkeerd bezig bent. Ik heb geen idee waarom ik dat denk. Ik zou nu kunnen gaan graven of het iets is dat ik ooit ergens heb gelezen. Want dingen die ik lees neem ik verbluffend snel over.

Water is inderdaad lekkerder met een beetje citroen, zei C. vanochtend, als reactie op mijn advies van een paar dagen terug. Godzijdank gaat niet alles snel in deze tijd.

Ja, en je valt er vanaf.

Hoe werkt dat dan?

Geen idee, dat heb ik ooit ergens gelezen. Vast op een onbetrouwbare site. Supermodellen doen het om slank te blijven.

Goh, dat jij weet wat supermodellen doen.

Ik stond er zelf ook van te kijken nu ik dat zo hoorde. En toen dacht ik aan instagram, waar door citroenwater eeuwig slank blijvende supermodellen ronddobberen als kroos in een sloot. Verslavend mooi, maar je ziet nooit meer de diepte.

Ik wil er mee stoppen, zeg ik iedere keer als ik de app afsluit. Dat is gemiddeld 17 keer per dag. Ik heb ergens gelezen dat het slecht voor je is maar dat heeft gek genoeg dan weer net zo weinig effect als de waarschuwingen op pakjes voor rokers. Ik zou eens moeten opzoeken hoe dat komt.

Instagram is de eerste app die aantoont dat je van schoonheid depressief kan worden. Die ons collectief opzadelt met het Stendhal-syndroom. Ik zou nu kunnen uitleggen wat dat is maar Google kan dat vast beter. Google kan alles beter.

Ik dacht ooit dat Google verlossing zou bieden omdat je nooit meer iets hoeft te onthouden, nu ben ik bang dat ik alles vergeet. Dat mijn hersens verpulveren. Om dat te bestrijden heb ik een abonnement genomen op de New York Times. Niet om de artikelen te lezen maar voor de kruiswoordpuzzel. De dagelijkse mini-puzzel met een stuk of tien woorden. Ik heb ooit ergens gelezen dat je daar de mentale aftakeling mee kunt bestrijden. Iedere ochtend als ik wakker word, los ik die als eerste op. Mijn doel is dat binnen 90 seconden te doen. Dat lukt me ongeveer anderhalf keer per week. M’n record is net onder de minuut. Ik dacht dat het goed was tot Google me op mensen wees die er 14 seconden over doen. Een mens moet ook niet alles willen weten, dat is geloof ik het adagium van deze tijd.

De tweede kop koffie dronk ik niet helemaal op want die werd koud omdat ik dit begon op te schrijven. Dat deed ik omdat ik ooit ergens las dat je ingevingen meteen moet noteren. Natuurlijk weet ik niet meer waar ik dat las. Een Google voor mn eigen hoofd, dat is wat ik nodig heb.

Op het moment dat de lockdown begon dacht ik, net als zovele anderen die verder niet direct bedreigd werden door de gevolgen, dat ik zou gaan schrijven, lezen, leren. Of in een andere volgorde. Ik begon in een ebook uitgave van Decamerone zonder er op te letten dat het boek bijna 900 pagina’s telt. Ik bedacht het begin van een geniaal plot voor een sf novelle. Ik zocht zowel een cursus Frans als Spaans uit. Ik ging op zoek naar een trainingsschema om binnen drie maanden mijn bicepsomvang te verdubbelen. Ik accepteerde een 50 km per maand hardloop challenge.

Er kwam uiteindelijk allemaal helemaal niets van terecht. Gelukkig ben ik zwaar getraind in onuitgevoerde plannen dus ik ben niet teleurgesteld maar wel verbaasd. Op de een of andere manier raakte ik verloren op een zee van tijd. Geen afspraken meer, niet meer naar de bios, niet meer uit eten, de lege uren strekten zich uit tot in het oneindige en het was me toch elke avond een raadsel waar ze gebleven waren.

Geen stip op de horizon. Geen kompas. Zelfs mijn voorstellingsvermogen schoot tekort. Ik weet dat ik op een ochtend wakker werd, het was nog voor het virus zijn piek had bereikt, en het besef doordrong dat de toekomst voor mijn ogen verdampt was. Hoe zou de wereld en het leven er over een week uitzien? Ik had geen idee. Geen enkel.

Het was ook op een ochtend dat ik me realiseerde hoe kalm ik geworden was. Zoiets had ik nooit eerder meegemaakt. Ja, een keer. Op een lange vakantie van een week of drie. Dat er zich een geheel lege dag aandiende en ik dat niet erg vond, er zelfs van genoot. Ik weet nog hoe verbaasd ik daar toen over was. Misschien kwam het doordat de toekomst zich verstopt had.

Hetzelfde gold voor de sociale druk. Die ging ook met de lockdown achter slot en grendel. Ik zag nog slechts een paar mensen en nooit meer vreemden. Niemand van wie ik me afvroeg wat die wel niet van me moest denken, niemand op wie ik indruk wilde maken. Mijn god, wat een rust.

Ik vertelde er een beetje over in mn Instastories en kreeg instemmende reacties. Ik was niet de enige. Er waren lotgenoten en het waren er veel meer dan ik dacht. Ze leefden op door de lockdown, doordat de wereld stilstond.

Een goede kennis bekende me dat hij zich tijdens de lockdown herboren voelde. Door de rust leefde hij intenser dan ooit tevoren. Omdat alles wegviel. Zoals je een gerecht beter proeft naarmate er minder ingrediënten in zitten, ook al is Ottolenghi het daar niet mee eens.

Terwijl de tijd verstreek ging ik zijn observatie steeds meer waarderen. Het was alsof ik een ander leven was binnen gestapt, een soort slow motion versie van mijn eerdere bestaan. We hadden het in de oude pre-corona tijd over slow food, over slow journalism, als pareltjes van het bestaan, zonder ons te realiseren dat het gaat om slow living.

Al was het leven helemaal niet slow, het was alleen geen race meer. In zoveel opzichten. Ook letterlijk. Op weg naar Hilversum zette ik de cruise control op 100 km per uur. Niemand haalde me in.

En toen was de lockdown plots weer voorbij. De straten liepen weer vol, het verkeer werd druk, er verschenen weer nerveuze koplampen van jakkeraars in de achteruitkijkspiegel. Ik merkte dat ik er last van had. Niet heel erg maar voldoende om het op te merken, zoals je op een terras last kan hebben van sigarettenrook afkomstig van drie tafels verderop.

Ik probeer het slow living vast te houden maar er begint steeds meer te denderen. Alsof je op een perron staat en een trein zo hard voorbij raast dat je geneigd bent een stap achteruit te doen. Dat je vreest meegezogen te worden. Maar dat je ook weet dat je straks zelf in een trein stapt en gaat razen. Razen, razen naar stippen op de horizon die nooit dichterbij komen.

Vandaag ben ik begonnen met schrijven, morgen ga ik weer lezen, van de week opnieuw hardlopen.

Het is de toekomst die je aan het werk zet.

2

De truc met goede voornemens schijnt te zijn dat je ze beperkt, er niet meer dan twee of drie maakt, waar je je dan ook echt aan houdt. Natuurlijk werkt dat niet bij mij, dus ik besloot het anders te doen. Ik maakte 14 goede voornemens. Dat is al bespottelijk en omdat goede voornemens ook laten zien waar je vindt dat je in tekortschiet, ben ik misschien nog wel meer beschroomd ze te vertellen dan te onthullen hoe ik faalde. Dat laatste kan ik immers nog wel wegrationaliseren, zoals ik nu zal demonstreren.

De eerste op de rij was ‘20 klassieke werken leren’. Daar bedoelde ik mee klassieke muziekstukken zo goed beluisteren dat ik ze kan herkennen en benoemen als ik ze ergens hoor. Geen idee waarom ik dat wilde, misschien omdat de eindeloze steeds anoniemer wordende spotify-brij me begon tegen te staan. Alsof je je hele leven in de lift staat en pleasende muziek onafgebroken in je oren sijpelt. Een verlangen naar muziek die je voelt met je hersens.
Ik maakte een playlist, voegde 9 preludes van Szymanowski toe en daar bleef het bij. De ambitie verdampte nog voordat er maar een druppel was gevallen. Waarschijnlijk omdat ik “er de tijd niet voor had”, die zwaarwichtige, volwassen variant op het kinderachtige “geen zin in”.

De tweede was 50 boeken lezen. Voor 2018 waren dat er 52 geweest en was ik blijven steken op 30. Dit jaar blijf ik steken op 22 maar eigenlijk is het nog erger want ik las veel dunne en ultradunne uitgaven, zoals We Should All Be Feminists van Chimamanda Ngozi Adichie, 64 pagina’s met een bladspiegel die het betoog langer doet lijken dan het is. Wat niet erg is, want voor feminisme heb je maar een paar letters nodig: v/m.

Voor die magere score qua lezen geef ik straks een verklaring, hier faalde ik omdat ik elders ook faalde. De kunst van het mislukken, zou dat geen aardige titel zijn voor mijn autobiografie van pakweg 50 pagina’s? Of die is vast al door iemand anders bedacht, maar dan als grap.

Op 3 staat 50 films zien, daar ben ik ruimschoots in geslaagd, vooral dankzij de Cineville-pas. Ik moet minstens twee films per maand zien anders heb ik die 20 euro abonnementsgeld weggegooid. Dus ga ik vaak al in het eerste weekend naar twee films, soms op dezelfde dag. Dat tikt lekker aan. Inmiddels is naar de bioscoop gaan een nieuwe gewoonte geworden. Ik zag 63 films en besprak ze bijna allemaal op Letterboxd.

Op 4 de kwart marathon rennen. Dat heb ik gedaan maar te langzaam. Zoals ieder jaar. Ik deed er dit jaar ook nog de Dam tot Damloop bij, dat werd helemaal een deceptie, uitgewandeld terwijl de sirenes klonken, de ambulances opraakten, net nadat ik finishte werd de loop stilgelegd. Het was te warm.

Maximaal zes uur schermtijd per dag op m’n iPhone, was de vijfde. Hahahahaha! Natuurlijk lukt dat niet. Hoewel ik zie dat ik de laatste weken op een gemiddelde van 6 uur en 35 minuten zat. Er is misschien toch hoop.

De cursus Frans van Duolingo completeren, stond op 6. Dat had ik al eens gedaan. Wilde het opnieuw doen maar hoewel ik dankzij Duolingo inmiddels redelijk het Franse nieuws kan volgen, vond ik de cursus te beperkt en ben ik overgestapt op LingQ die iets van een tientje per maand kost. Dat zorgt meteen voor het magische sportschooleffect: ik heb een abonnement maar maak er dus amper gebruik van. Ook al is dat bij Cineville gek genoeg juist niet zo. Bedenk nu dat een bioscoop in de sportschool of andersom misschien wel zou werken.

7 lag in het verlengde daarvan: ik wilde Le Petit Prince in het Frans lezen. Die klassieker maakt deel uit van LingQ en ik ben aardig op weg. De vos heeft net uitgelegd dat liefde een kwestie is van getemd willen worden, een van de mooiste lessen die ik ooit leerde.

8 Spaans leren. Nada. Volgend jaar in de herkansing.

9 10.000 stappen per dag. Dat is 8 km. Mijn gemiddelde is nu 6,5 km per dag. Maar ik ben de laatste maanden veel meer gaan lopen nadat ik besloot mijn auto zo min mogelijk te gebruiken.

10 was 5 kilo afvallen tot 87 kilo. Dat is wonderwel gelukt. Ik weeg nu 83, ofwel ben 9 kilo lichter. Methode: minder eten (je verzint het niet). Maar echt. 1 boterham voor ontbijt in plaats van 2. Zo ook bij de lunch. Minder opscheppen bij het avondeten. En nooit snoepen. Nooit.

11 Een essay schrijven van 100 pagina’s. Daar ben ik mee begonnen en inmiddels ver voorbij de 100 pagina’s geraakt. Het is geen essay meer maar een verzameling essays met als werktitel ‘Over de wereld en alles’. Door omstandigheden - werk - moest ik in november het schrijven pauzeren. Hoop het in 2020 direct weer op te pakken. En dat het me uiteindelijk zal lukken er iets van te maken. Al twijfel ik daar over. Anderen schrijven omdat ze veel weten, ik om te ontdekken hoe weinig ik weet.

12 Een novelle schrijven. Tja, eerst maar eens dat andere werk (11) af. Deze kan er nog wel een paar jaar op blijven staan. Ik schreef lang geleden ooit twee boeken tegelijk, een roman en een essaybundel, dat was zo verwoestend dat het bijna twintig jaar duurde eer ik opnieuw durfde beginnen. Ook nu sloopt het schrijven me weer. Ik ga daar verder niet over klagen want ik doe het mezelf aan maar soms denk dat ik beter alcoholist of zoiets had kunnen worden om mn behoeften te bevredigen.

13 Mezelf op kunnen trekken. Psychisch lukt dat net maar fysiek nog steeds niet. Komend jaar in de herkansing en hard nodig. Anders moet ik toch echt weer naar de sportschool.

14 Dagboek bijhouden. Mee begonnen, niet volgehouden. Het is heel stom: Ik kan niet schrijven zonder publiek. Dus dank dat je dit leest.

Kortom, drie van de 14 echt gehaald maar toch meer bereikt dan als ik het lijstje tot 3 doelen had beperkt.

Voor volgend jaar maak ik 52 goede voornemens.

2

Een van de meest fascinerende vragen die ik ooit van mijn leven kreeg voorgelegd luidde niet ‘waartoe zijn wij hier op aard’, ‘ben je werkelijk gelukkig’, ‘is de mens van nature goed of slecht’, ‘bestaat ware liefde’ of ‘zacht of hard gekookt’ maar ‘ken jij ook maar één Nederlandse badplaats die je mooi zou noemen?’

De vraag werd me gesteld op een buurtbarbecue door een buurman die ik verder niet ken toen ik, om het kabbelende gesprek een beetje gaande te houden, had opgemerkt dat Hoek van Holland helaas zo spuuglelijk is. In plaats van ruiterlijk in te stemmen met mijn observatie zodat we, als onderdeel van een male bonding ritueel, gezamenlijk even zouden dooremmeren over de afschuwelijkheid van Hoek van Holland, kwam hij dus met zijn vraag.

Seconden, minuten, het leek urenlang, bleef ik stil. Nee, eigenlijk jarenlang want het voorval vond zeker vier jaar geleden plaats en ik heb nog steeds het antwoord niet gevonden. Een Nederlandse badplaats die mooi is.

De namen raasden natuurlijk voorbij maar het werd me alleen maar duidelijker hoe troosteloos het allemaal is. Scheveningen, de badplaats die na de oorlog alsnog totaal verwoest is, Noordwijk waar een hotel is neergezet dat oogt als een verticale Atlantikwall, Zandvoort waar ze het concept bermtoerisme op de kust hebben losgelaten, Renesse, tja Renesse. En zo ging het voort. Van Cadzand tot Den Helder, een soort mentale strandzesdaagse, ploeterend langs de kust. Alleen maar lelijkheid en mislukking, afgewisseld met vlekken saaiheid.

Nee, dan Knokke.

Ik dacht na een tijd dat het aan Nederland lag. Dat het land nog steeds zucht onder de calvinistische cultuur en zich eigenlijk geen raad weet met vermaak en ontspanning. Hoe anders zou het zijn geweest als Limburg aan de kust had gelegen. Dan had Nederland zijn eigen Sainte-Maxime gekend met een stijlvolle boulevard om te flaneren, fijne restaurants en een aanlokkelijke zee die verleidt tot romances en andere avonturen.

Ik moest aan de kwellende vraag terugdenken omdat ik Cornwall bezocht, een stuk Engeland dat alleen maar uit kust bestaat. Iedere badplaats of poging daartoe oogt er als een soort kruising tussen een kermis en een meubelboulevard. Dat de mensen die er met lege blikken ronddolen de indruk wekken dat ze ieder moment kunnen veranderen in zombie’s of buitenaardse hagedissen helpt ook niet. Alsof ik op het vrijgezellenfeestje van de Dood was beland. Dat laatste gevoel bekroop me omdat de dood er nogal pontificaal aanwezig is, overal monumenten met lange namenlijsten van wie er zijn omgekomen in oorlogen of scheepsrampen. Gezellig.

Al slenterend drong zich dit besef op: het woord badplaats roept prettige associaties op met ontspanning, grandeur, eindeloze zomers maar in werkelijkheid is daar slechts zelden sprake van. De legendarische badplaatsen die ervoor zorgen dat die verwachtingen zich aandienen zijn eigenlijk de grote uitzonderingen. Het woord badplaats is daarmee een soort psychisch fata morgana.

Terwijl ik dwaalde door zo’n teleurstelling, temidden van de teleurgestelden, peinsde ik over de vraag of dat alleen voor badplaatsen geldt. Is alle verwachting in het leven niet gebaseerd op concepten die aan uitzonderingen zijn opgehangen, zoals de grote liefde, het ultieme geluk, het perfect zachtgekookte ei.

Zo bleek die ene opmerking van een buurman jaren geleden, zonder dat ik het had kunnen voorzien, alsnog te leiden tot een existentiële levensvraag die me in urenlange vertwijfeling bracht over de zin van alles wat ik ooit deed omdat beleving kennelijk opgehangen wordt aan wat zeldzaam is. Het zijn de noten in de ruis die de muziek vormen.

Was Hoek van Holland maar Limburgs geweest.