Wat een stad, wat een land

Koningsdag in Rotterdam. Dat klonk mij altijd in de oren als carnaval op Nova Zembla. De dag is hier nooit zo memorabel, om het voorzichtig uit te drukken. Geen vrijmarkt-gekte, geen hordes uit de buitenstedelijke gebieden die zich eindelijk eens kunnen onderdompelen in een zee van anonimiteit. Het wordt ieder jaar gepast gevierd met drank, snacks en de laatste jaren festivals als Oranjebitter. Meer niet. Voor de rest ga je maar naar de hoofdstad. Zou het anders zijn nu de koning zelf kwam? Er stond me nog een bezoek bij van Beatrix waar amper iemand kwam opdagen. Maar dat is heel lang geleden.

Ik ging op de fiets naar het republikeins feest op het Leuvehoofd, het stuk eiland bij de Erasmusbrug waar het gezelschap voorbij zou komen met de watertaxi. De socialisten en dierenvrienden (koning Willem schiet graag dieren dood op zijn Veluwse landgoed) die het feest organiseerden benadrukten het milde karakter. De eis luidde weliswaar Willem de Laatste maar “Geen protest, wel feestje. BYO (Beer, Friends) zwart of oranje dragen, allemaal prima. We verwachten niet meer dan 250 mensen.” Rotterdammers zijn altijd zo bescheiden.

Aangekomen aan de voet van de Erasmusbrug zag ik dat de politie weer eens een typisch Rotterdamse aanpak had. De brug naar het Leuvehoofd was opengezet. Dat ze dat deden terwijl het koninklijk gezelschap er onder door voer leek me billijk maar agenten maakten duidelijk dat de brug gewoon niet meer gesloten zou worden. De republikeinse manifestatie op het Leuvehoofd was daardoor alleen nog via grote omwegen te bereiken. Ik haakte af. Leve de republiek maar het moet niet teveel moeite kosten.

De oproep van het protest tegen het dure feest in de armste stad was #draagzwart. Dat vond ik een briljante actie. Op weg naar de Binnenrotte zag ik dat enorm veel mensen inderdaad zwart droegen. Alleen meestal wel met iets oranjes. En zo werd het protest onderdeel van de viering en andersom, terwijl het eigenlijk niemand iets kon schelen. De zon scheen, de stralen masseerden alle zielen. Zelfs in de chagrijnige koppen van een paar wappies, die met omgekeerde vlaggen en bordjes met kutfeest liepen, kon ik enige tevredenheid bespeuren.

De stad liet zich verder van haar beste kant zien. Broederliefde op het podium, gevolgd door Lee Towers. De straten gevuld met de enorme mengeling die Rotterdam rijk is. De prettige mix die me altijd zo thuis doet voelen omdat je die bijna nergens anders treft. Dit is echt de wereld. Alle kleuren en iedereen oranje. Wat een stad.

Dat kwam ook tot uitdrukking in de geniale aankleding die bedacht is door de Rotterdammers van de inventieve Studio Vollaerszwart. Het 10-jarig jubileum van de koning werd gecombineerd met 010, en oranje met het groen-wit van de stad. Toeval of niet, rood en blauw werden weggelaten, waarmee niet alleen het nationalisme verdween maar ook het plattelandspopulisme van de omgekeerde kleuren.

Ik ben natuurlijk in principe republikein maar oranje vind ik een geweldig concept. Het rood-wit-blauw krijgt gemakkelijk een nationalistisch uitsluitingstrekje, oranje doet het tegenovergestelde, het is van iedereen. Een soort inclusief nationalisme, dat net zo paradoxaal is als het klinkt maar daarom juist zo aantrekkelijk. Dit land is op z’n best ook erg goed in het laten samengaan van tegenstellingen. We werken zo goed samen omdat we allemaal individualisten zijn, of zoiets. Polderen heet dat en het heeft natuurlijk een slechte naam maar het is best wel een slim systeem en beter dan elkaar de tent uitvechten als er maar één tent is.

Zo sta ik ook ambivalent tegenover het koningshuis. Principieel vind ik het niet kunnen en de koning wekt vaak de indruk dat hij is veroordeeld tot een levenslange taakstraf maar een nieuw systeem bungelt onderaan het prioriteitenlijstje. Er is niet eens behoefte om er over na te denken. ‘Lekker makkelijk’ luidt de geheime wapenspreuk van dit land.

Ik zag dat mijn favoriete indeling van het stadscentrum nog steeds redelijk op gaat. Ten oosten van de Coolsingel overheerst de burgerlijkheid en ballerigheid, ten westen is vooral het alternatief en multiculti. Het is – gelukkig – geen strakke of ijzeren scheiding en valt alleen op als je er op let.

De sfeer was goed, veel lachende gezichten. Dat komt ook door de kraampjes. Het werkt niet om met een onsympathieke houding spullen te verkopen. Je moet aardig zijn. Johan Fretz twitterde: “Toch wel schitterende symboliek dat onze beroemdste nationale feestdag om handel draait.”

Ook dat is de paradox, alles draait om handel, want dat is de nationale hobby, maar het zorgt tegelijkertijd voor een goede sfeer. Ik zag zelfs een dichter die een kans greep.

Op de vrijmarkt is alles goedkoop en verdient iedereen geld. Het is bovendien een soort recycling, wat goed past in een land dat verslaafd is aan efficiëntie. Eigenlijk vieren we de nationale feestdag het liefst samen op een goed georganiseerde vuilnisbelt.

Wat een land.

PS: Iedere zondagavond verstuur ik mijn persoonlijke nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Abonneer je nu hier. Gratis.

3 gedachten over “Wat een stad, wat een land

  1. Republikeinen hebben altijd een utopisch beeld van hoe Nederland er uit zal zien zonder koningshuis. Maar niemand is het er echt over eens, dus dat gaat betekenen dat het een monster gaat worden. In de waan van de dag wordt dan waarschijnlijk Wilders of zo iemand verkozen tot president met veel meer macht dan iedereen had gewild. Dan maar liever Willem

  2. Het is oneerlijk dat ik vanaf mijn geboorte geen enkele kans had om staatshoofd van dit land te worden, maar ik troost me met de gedachte dat dat ook voor jou geldt.
    We kunnen beter een koning zonder macht hebben (dat geeft stabiliteit zonder politieke impact) dan een president met een eigen agenda en de wil om met prestigeprojecten zijn stempel op de geschiedenis te drukken.

Laat een antwoord achter aan Qaz Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.