
Ik doe veelal mijn best als een verstandig mens te leven. Niet vanuit een moralistische overtuiging maar gewoon omdat het me gewoon… nou ja, het verstandigst lijkt. Wellicht omdat het begrip verstandig altijd met een zekere mate van respect wordt gebruikt. Het is de geestelijke vorm van schoonheid. En bij gebrek aan schoonheid moet ik toch wat. Al moet ik bekennen dat ik ook een zekere afgunst voel ten opzichte van mensen die onverstandig leven. Ze lijken door niets gehinderd te worden. Die luxe ken ik niet en mijn enige troost is dat het meestal slecht met ze afloopt. Ik ben niet de enige. Als je er op gaat letten is de halve wereldliteratuur en entertainmentindustrie er op gebaseerd.
Ik kom daar op omdat ik al een tijdje worstel met een probleem. Of beter gezegd een zeker ongemak. Een dilemma waar ik niet uit kom, al lijkt het nog zo banaal.
Ondanks dat ik probeer verstandig te zijn, realiseer ik me dat veel van mijn gedrag is ingegeven door terloopse opmerkingen of adviezen, die ik ooit op de een of andere manier ergens heb opgevangen. Of de keren dat ik indringend werd aangesproken op het een of het ander. Reclame werkt ook zo. In een paar seconden of met een enkele leus weten ze je gedrag te beïnvloeden. Meestal gebeurt dat ongemerkt. We kunnen smalen over Make America Great Again maar in die vier woorden wordt een zeer aantrekkelijke belofte in de geest van kiezers geïnjecteerd. Daar helpen geen statistische waarheden tegen.
Soms weet ik het moment van zo’n beïnvloeding nog precies. Zo las ik als jongvolwassene ooit de volgende anekdote. Tijdens een loopgravenoorlog ergens in Europa stuurde een Engelse soldaat brieven naar fabrikanten waarin hij hun producten prees en met in dankbaarheid gedrenkt taalgebruik verklaarde hoe waardevol ze waren om te overleven aan het front. Als reactie kreeg hij dan steevast een warm antwoord en een hele lading gratis producten. Zo stuurde hij ook een bericht aan scheermesjesfabrikant Wilkinson Sword waarin hij de kwaliteit van hun product prees. “Ik doe met een enkel mesje wel drie maanden. Het blijft zo scherp dat hier in de loopgraven zelfs scheren met koud water geen probleem is.” Wilkinson Sword reageerde met een beleefd antwoord, dat ze blij waren dat hun product zo bijdroeg aan de verdediging van het land. “Als blijk van erkentelijkheid sturen we u hierbij een voorraad voor de komende drie maanden.” In de brief zat één scheermesje.
Ik vond dat zo grappig dat ik vanaf dat moment alleen nog Wilkinson Sword scheermesjes gebruikte. Tot volle tevredenheid, alleen al omdat ik een hekel heb aan keuzes maken. Ik doe daarom het liefst altijd alles op dezelfde manier en blijf ook graag trouw aan merken. Dat scheelt een hoop wikken en wegen en zoals je gaat merken ben ik daar zeer bedreven in.
Ik dacht verder niet meer na bij het scheren totdat ik in de jaren ‘90 een abonnement nam op The New Yorker. Dat blad staat hoog aangeschreven vanwege de literaire kwaliteiten maar was in die tijd ook de aanjager van een bepaalde manier van denken. Voor het gemak noem ik het maar de Malcolm Gladwell-methode, naar de journalist die er beroemd mee werd. Je neemt een werkelijkheid en komt dan op de proppen met verrassend wetenschappelijk onderzoek of iets anders indrukwekkends dat aan zou tonen dat het eigenlijk allemaal heel anders in elkaar zit dan je dacht. Het is een stijl die zowel verbazing opwekt als relativering oproept. Een combinatie die weldenkende mensen al snel bekoort. “Goh, interessant zeg.” In Nederland is de methode populair bij De Correspondent. Een voorbeeld is ‘wisdom of the crowds’, het idee dat massa’s veel beter inschattingen maken dan individuele experts. Dit zogenaamde inzicht werd vervolgens politiek benut om massaal experts aan de kant te schuiven. De gevolgen zijn bekend. Ja, verandering zit soms in onverwachte hoeken. QED.
In The New Yorker dus stond een artikel met de constatering dat kwalitatief de beste producten nooit het populairst zijn. En andersom. Dus de beste auto is niet de populairste. Behalve, en nu komt het, bij scheermesjes. Gillette is het populairste merk scheermesjes en ook het beste, constateerde de journalist. Er werd beschreven hoeveel onderzoek het bedrijf stak in het gebruik van weer een nieuw soort metaal, wat leidde tot een spekgladde huid, zonder risico op sneden.
Ik probeerde die kennis te negeren. Ik wil immers nooit het populairste. Waarom zou je doen wat iedereen doet? Ik hield vast aan Wilkinson Sword dat er voor zorgde dat ik me iedere ochtend voor de spiegel toch even een frontsoldaat voelde.
Scheren is misschien wel het meest mannelijke dat er bestaat. Tenzij je zegt dat dat ook geldt voor de baard. Maar die is het gevolg van niet-scheren dus dan klopt de stelling nog. Afwezigheid is immers alleen mogelijk bij de gratie van bestaan. Wellicht dat het daardoor kwam dat het enkele zinnetje uit The New Yorker al die jaren op de een of andere manier bleef knagen. Hoezo gebruikte ik niet de beste? Was het wel verstandig om het op een na beste merk te gebruiken?
Ik huldig de overtuiging dat alle mannen onzeker zijn. Als ze dat ontkennen komt het omdat ze zich er nog niet bewust van zijn. Dat voedde het geknaag ook. Het besef dat ik misschien iets deed dat niet goed is. Maar daar tegenover stond dus mijn karakter. Geheel in de geest van het dualisme tussen kwaliteit en populariteit hield ik vast aan Wilkinson Sword.
Scheermesjes hebben de afgelopen decennia een opvallende ontwikkeling doorgemaakt. Eerst had je één scheermesje, toen kwam er een met dubbele mesjes uitgeruste versie. Toen met drie mesjes, met vier en nu zitten we aan de Hydro 5, een scheerapparaat telt inmiddels vijf mesjes. 5! Dat scheert weliswaar heel veilig en glad maar het probleem is dat ik door de omvang van het apparaat niet meer makkelijk bij de haartjes direct onder mijn neus kan komen. Dan moest ik met mijn andere hand mijn neus helemaal omhoog duwen. Anders kreeg ik een soort mini-Hitlersnor.
Dus ik begon te twijfelen of ik niet over moest stappen op een ander apparaat. Misschien moest ik zelfs echt vintage gaan. Zo’n scheerding nemen met een enkel mesje, dat je er zelf in schroeft. Zoals mijn vader dat had. Na wat zoeken in de schappen van diverse winkels vond ik een dergelijk exemplaar in retro-uitvoering. Het leek me bij nader inzien toch te gevaarlijk. Ik keek naar het mesje en hoorde in gedachten de muziek uit Psycho. Ik zou mezelf gegarandeerd snijden.
Scheermesjes zijn duur. In veel winkels zitten ze daarom zelfs achter slot en grendel. Ik snuffelde verder rond en zag toen een aantrekkelijke aanbieding van Gillette voor een apparaat met slechts 3 mesjes. Nu begon de twijfel zwaar over te hellen. Was dit het moment om toch over te stappen? Ik bestudeerde de aanbieding. Die was zeer voordelig en ik zou minstens twee jaar vooruit kunnen met deze voorraad.
Maar wat als de mesjes niet zouden bevallen? Moest ik ze niet eerst testen? Daar had ik geen tijd voor. De aanbieding zou dan verlopen zijn. Bovendien waren het toch de beste. Wie ben ik om The New Yorker tegen te spreken? Ik kocht in een opwelling van daadkracht de scheermesjes. Twee pakken zelfs. Als WO III uit zou breken, kon ik me in ieder geval glad blijven scheren.
Dat was driekwart jaar geleden. Ik kan met het smalle mesje inderdaad de opkomende snorharen net onder mijn neus de kop afsnijden maar sindsdien loop ik regelmatig met een pleister op mijn wang. En anders zie ik in de loop van de dag dat er nog allemaal stoppels zitten op bepaalde plekken. Het scheren is plots een gevaarlijke aangelegenheid geworden.
Ik wilde er nog niet meteen aan om Gillette de schuld geven dat ik me snij en maar half scheer. Misschien deed ik het gewoon verkeerd. Ik bekeek scheerfilmpjes, zelfs een van Gillette die oogt als een plastische chirurgieoperatie, maar kon niks ontdekken dat ik verkeerd deed.
En zo ben ik dus via een oplossing in een nieuw probleem beland. Moet ik gewoon weer teruggaan naar de oude mesjes? Daarmee had ik juist last van het Hitler-effect. Daar kun je misschien wel de rijkste man ter wereld mee worden, of president van de VS, maar daar heb ik toch geen trek in. Ik heb een elektrisch scheerapparaat maar dat bewaar ik voor noodgevallen. Ik wil niemand voor het hoofd stoten maar elektrisch scheren vind ik toch meer iets voor hondentrimsalons.
En dan? Deze mesjes weggooien? Dat voelt als verspilling. Zonde van het geld ook.
Zo word ik iedere ochtend geconfronteerd met de gevolgen van een verkeerde keuze. Ik gebruik het voorlopig maar als cursus om impulsief gedrag af te leren. Want daar snij je uiteindelijk jezelf mee, zo niet in de vingers dan wel ergens anders.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.
Als het niet bevalt gooi het weg !
Weet je wat Fransisco?
Stuur mij die Mach3 mesjes, eventueel met houder, en ga jij gewoon terug naar Wilkinson Sword.
Hoef je niks weg te gooien en maak je er iemand blij mee.
Win-win-win!
Bert
Volgende keer gewoon naar het Kruidvat!
Geen idee welk merk de scheermesjes daar hebben, maar één mesje gebruik ik 25 keer. En er zitten er 20 in, denk ik.
Voordelig!
Wat een genereus aanbod Léon. Merci, ik hou het in beraad.
Zo ben ik ook eens overgestapt naar scheren met een suïcidaal enkel mesje. Jeweetwel, in zo’n klassieke houder, uitgekozen na zorgvuldig onderzoek. Waarom meer mesjes als het ook met één kan? Je bezemt toch ook niet met meerdere bezems achter elkaar? Of wist met meerdere wissers?
Dat was dus ook een verkeerde keuze, achteraf. Zowel bloed als stoppels op de kin en/of in de hals. Toch maar terug naar GII. Tegenwoordig ook als klassiek op te vatten.
Ik overweeg weer terug te keren naar W&S. Weet nog niet of het 5, 4 of 3 mesjes worden.
Ik heb een tijd geleden voor de hondentrimsalon-methode van Braun 3 gekozen. Alleen als ik me tijdens vakanties me meer dan een week niet geschoren heb pak ik het Gilette-scheermesje. Net zoals je de zeis pakt als het gras te lang is voor grasmaaimachine.
Begrijpelijk maar ik vind een stoppelbaard een beetje als ongeknipte nagels of ongepoetste schoenen.