Toen James Baldwin (1924-1987) in 1948 Parijs arriveerde merkte de jonge schrijver dat hij voor het eerst van zijn leven werd gezien als Amerikaan. Hij ontvluchtte de VS vanwege het racisme waar hij nooit meer kon zijn dan zijn huidskleur. In de Franse hoofdstad ontmoette hij zowel kunstenaars uit Afrika als uit (ex-)koloniën op andere continenten en ging er een wereld voor hem open.
Ik kwam daar achter tijdens een bezoek aan Paris Noir, een grote tentoonstelling in het Centre Pompidou over, zoals de titel al aangeeft, zwarte kunstenaars in Parijs, een verschijnsel dat – het zal je niet verbazen – lang door de witte wereld niet op z’n waarde is geschat. Als je de tentoonstelling, die een enorm succes is, wilt zien moet je snel zijn want maandag 30 juni is de laatste dag. En ook een van de laatste tentoonstellingen. In september gaat het beroemde museum voor 5 jaar dicht wegens renovatie.
Het is een Franse tentoonstelling dus zoals gebruikelijk is Parijs het middelpunt van de wereld en de bron van alle ontwikkelingen maar ondanks het korreltje zout dat ik hier altijd onder handbereik heb, begon ik in te zien dat er er in deze stad iets bijzonders gebeurde omdat hier van alles samenkwam. Amerikaanse strijders tegen racisme, zoals Baldwin, kwamen er in contact met de anti-kolonialistische denkers en de culturele bewustzijnsbeweging Négritude. Bovendien werd onder meer dankzij Picasso die er zijn inspiratie uit haalde de Afrikaanse kunst herontdekt. Parijs was zo bezien een soort delta van allerlei culturele en politieke stromingen.

Paris Noir toont kunst in allerlei vormen. Het is een vreemde ervaring omdat ik als leek wel de stijlen herken maar van de meeste kunstenaars nog nooit gehoord had. Alsof je in een oud huis het behang van de muur haalt en ziet dat er een ander behang onder zit en beseft dat er in dezelfde kamer een leven is geweest dat je nooit gezien hebt.
Paris Noir is ook interessant omdat het racismedebat in Nederland lange tijd is gerelateerd aan de Amerikaanse situatie. Van Martin Luther King tot Black Lives Matter. Voor Franse denkers als Aimée Cesaire is minder aandacht terwijl die relevante verbanden legt en bijvoorbeeld de vraag opriep hoe het kon dat witte Europeanen geschokt waren door de praktijken van de nazi’s maar er na WO II zelf mee doorgingen in de koloniën, een met de genocide in Gaza helaas nog steeds actuele vraag.
De tentoonstelling loopt door de decennia heen, van de jaren ‘50 tot nu. Het is als kijker soms lastig te bepalen waar het precies om gaat. Gaat het om de kunstenaars, zoals de nadrukkelijk aanwezige Amerikaanse schilder Beauford Delaney die de invloedrijkste vriend van Baldwin was, de verschillende stijlen of de politiek? Van dat laatste weet ik iets meer dan van kunst maar ik werd me er toch pas op de tentoonstelling bewust van hoe de anti-koloniale bewegingen – zoals die tegen de Vietnam-oorlog – eind jaren zeventig overgingen in de strijd tegen racisme vanwege de heropleving van extreemrechts. In het huidige debat zie je dat antiracisme en antikolonialisme onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zo leerde ik door Paris Noir onverwacht ook wat over mijn eigen denken en waar dat vandaan komt.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Doe net als meer dan tweeduizend andere lezers en abonneer je hier gratis.
Dank voor deze tip! Het is helaas te laat om nu nog even
op en neer naar Parijs te gaan om ‘m te zien maar
er is vast een catalogus.
Een prachtig boek in dit kader is:
Allison Blakely, Blacks in the Dutch world,
Indiana University Press, ISBN 0-253-31191-8
Zeer levendige en belangwekkende geschiedschrijving met vele copieën van relevante kunstwerken.