Op de Franse televisie, waar ze in tegenstelling tot de Nederlandse graag over ideeën praten, vertelde politicologe Chloé Morin dat er behoefte is aan nieuw leiderschap. Ze liet een clip zien van de 23-jarige Billie Eilish, de eerste echt grote popster die in de 21e eeuw geboren is.
“Zij heeft fenomenaal succes en ik probeer vanuit mijn werk te begrijpen hoe ze wordt gezien door haar publiek. Ze vertegenwoordigt een soort leiderschap dat niet overweldigd, dat twijfel en kwetsbaarheid aanvaardt. Het levert een bijzonder gezag op. Ik denk dat we in de politiek het einde mee gaan maken van het verticale leiderschap, van lui die de indruk wekken dat ze alles weten, dat ze nooit twijfelen. Die als ze zich vergissen dat nooit toe zullen geven. En die alles in hun eentje beslissen. In de publieke opinie werkt dat duidelijk niet langer. Mensen willen het niet meer. In de kunst vind je wel alternatieven voor dergelijk leiderschap maar het is natuurlijk heel moeilijk die naar de politiek te vertalen.”
Het fragment zette me aan het denken. Ik ben er nog niet helemaal uit maar schrijf de onaffe gedachten toch maar op voor ze weer zijn verdampt. Is dit bijvoorbeeld het leiderschap dat links nodig heeft om uit het dal te klimmen? Een jonge vrouw die de twijfel niet vreest? Of iemand die dat kan uitdragen?
Kijk naar de linkse partijen in Europa en je ziet het tegenovergestelde. Keir Starmer, Frans Timmerman, Olaf Scholz, Jean-Luc Mélenchon. Stuk voor stuk oude mannen van het verticale model. Niet echt het progressieve ideaal. De nieuwe leiders Klaver en Dijk stralen dat weliswaar wat minder uit maar zijn, om het voorzichtig uit te drukken, ook geen Billie Eilish.
Morin was te gast bij Quotidienne, een DWDD-achtige talkshow, vanwege haar nieuwe boek waarvan ik de titel vrij vertaal als ‘Ontregeld. Masculinisme, polarisatie, versplintering, laffe politiek. Hoe het feminisme de driften van onze tijd kan genezen’.
Ik heb het boek – nog – niet gelezen maar bedacht me dat opvallend genoeg je vrouwelijke leiders vooral aan de andere kant van het spectrum vindt. Meloni in Italië, Weidel in Duitsland, Le Pen in Frankrijk, waar Sara Knafo de nieuwe rijzende ster van extreemrechts is, Yesilgöz in Nederland terwijl iedereen ook weet dat de 9 zetels van JA21 niet zijn binnengehaald door Eerdmans maar door Coenradie.
Ter linkerzijde zijn er natuurlijk de voorbeelden van Jacinda Ardern, Sanne Marin en vooruit Sigrid Kaag, maar zij werden slachtoffer van ongekende pesterijen, persoonlijke aanvallen en verlieten de politiek al na een termijn.
Dat roept de vraag op of er op links überhaupt ruimte is voor het leiderschap dat Morin voorstaat. Of de verslaggeving er ruimte aan zou bieden. In de politieke media heerst een cultuur die van alles een bokswedstrijd wil maken. Twijfel is er zwakte, kwetsbaarheid een garantie voor een knock out.
Het zou wel een verklaring kunnen zijn voor de malaise: links heeft het soort leider nodig dat geen schijn van kans maakt. Tenzij de omstandigheden worden veranderd. Misschien kunnen de fans van Billie Eilish dat voor elkaar krijgen.
Morin beschrijft het onderliggende probleem van platformisme. Daarmee bedoelt ze de dominantie van sociale media. “Die laten gebruikers geen vrije keuze meer maar dragen dat over aan algoritmes. Het is een systeem dat beloont en bestraft om zo het eigen doel te dienen. In de VS zie je dat de groeiende populariteit van schermen gepaard gaat met een toename van analfabetisme.” Het is een wereld waarin de domme mannelijkheid bloeit, compleet met tradwives.
Ze beschrijft zichzelf als toekomstnostalgicus. Dat wil zeggen dat ze terug wil naar de tijd dat er nog een toekomst was. Dat is wel een voordeel van de toekomst, die kun je zelf bouwen. Als je maar verteld wordt hoe.
Iedere zondagavond verstuur ik In de Week. Abonneer je hier gratis.