The Housemaid is een film in het voor mij eerlijk gezegd tot nu toe onbekende genre ‘suburban mom thriller’. Hoewel die omschrijving een understatement is omdat de suburb in dit geval een enorme villawijk is. Om over de definitie van mom nog maar te zwijgen. Maar thrillen doet het als vanouds.
Millie is een jonge, dakloze vrouw, gespeeld door Sydney Sweeney, die wanhopig op zoek is naar werk. Ze solliciteert bij de geforceerd ontspannen en altijd in het wit geklede Nina Winchester, een rol van Amanda Seyfried, naar de functie van hulp in de huishouding. ‘Inwonend’ benadrukt de vanaf de eerste seconde angstaanjagende Nina en als kijker denk je dan al ‘doe het niet’ terwijl je weet dat Millie het de komende twee uur natuurlijk juist wel gaat doen. Zo’n film is het. Lekker graaien in de bak met popcorn.
Het huis is een enorme mansion met een tuin die onderhouden wordt door een verdacht zwijgzame tuinman. De talloze kamers zijn super de luxe ingericht, behalve het onderkomen van Millie, dat is een kale zolderkamer waar een torenhoge wenteltrap naartoe voert. Bedenk de muziek er zelf bij.
Dan is er ook nog de echtgenoot, een gefortuneerde gladjakker die aan zijn fysiek te zien zijn hele leven in de sportschool heeft gewoond in plaats van leiding te geven aan het IT-bedrijf waar hij zijn vermogen aan dankt. Zijn spierbundels zijn noodzakelijk want het is dankzij dat lichaam en de sensualiteit van Millie namelijk ook nog een steamy thriller.
Ik las het gelijknamige boek waarop The Housemaid is gebaseerd twee weken terug, een zogeheten pageturner die je van de ene plotwending naar de andere sleurt. De film blijft redelijk trouw aan het verhaal – voor zover me dat nog bijstaat – maar valt om het razende tempo bij te houden wel terug op de gemakkelijke vorm waarbij een innerlijke stem nu en dan gewoon uitlegt wat er aan de hand is. Dat werkt maar daar is dan ook alles mee gezegd. In het begin van de film zit een verwijzing naar een klassieker van Stanley Kubrick, helaas bij dat psychologische en cinematografische niveau komt de film nooit in de buurt.
Omdat ik bekend was met het verhaal – en ja, natuurlijk is het boek ‘beter’ – ging een groot deel van de op verrassingen gebaseerde spanning verloren maar ik heb me toch wel vermaakt in de op zaterdagmiddag goed gevulde bioscoop waarvan een deel van de bezoekers een aantal malen duidelijk hoorbaar de stuipen op het lijf werd gejaagd. Clichés bereiken immers ook hun vervloekte status omdat ze zo goed werken. Zo komt af en toe een griezelig poppenhuis in beeld waarvan de opstelling alvast een schaduw vooruit werpt op wat er gaat komen. Lekker makkelijk maar wel spannend.
Het is zo’n film waarvan ik me al kijkende afvroeg wat ik er in hemelsnaam over zou moeten schrijven. Een beetje zoals een dropje lekker is maar je er toch geen bespreking aan kunt wijden. Of althans ik niet. Dat is ook het geval omdat de film weliswaar op adequate wijze een actuele maatschappelijke discussie over een afschuwelijke misstand aanroert maar ik daar alleen op in kan gaan door het plot te verraden. Dus dat doe ik niet.
Daarom een ander aspect: de film is zoals gezegd griezelig maar het echte griezelige is geen bewust onderdeel van het verhaal. Ik merkte het zelf alleen maar op omdat ik momenteel een heel ander boek lees, Limitarisme van Ingrid Robeyns over het maatschappelijk probleem van de superrijken en hoe die de wereld naar de sodemieter helpen. Dat zit ook in deze film maar alleen als je als kijker heel ver uitzoomt want voor de makers en kijkers lijkt het niet meer dan een vanzelfsprekendheid. Dan merk je dat het verhaal er op gebaseerd is dat in de Amerikaanse samenleving rijke mensen alles kunnen doen wat ze willen met hun weerloze noodlijdende medeburgers. Je ziet dat onder miljardair Trump ook dagelijks terug in het nieuws. Kort gezegd: slavernij is in de VS wel afgeschaft maar nooit uitgeroeid. Dat is pas macaber.
Iedere zondagavond verstuur ik In de Week. Abonneer je hier gratis.