Met Murakami rennen in Parijs

“De echt waardevolle dingen kun je vaak alleen maar verwerven via onrendabele bezigheden.” Kijk, deze uitspraak van de Japanse literaire grootmeester Haruki Murakami is me uit het hart gegrepen. Al moet ik meteen bekennen dat het me er niet om gaat waardevolle dingen te verwerven. Ik heb allang geaccepteerd dat die permanent buiten mijn bereik liggen. Nee, het gaat me om de rechtvaardiging van de onrendabele bezigheden. Daar ben ik namelijk heel erg goed. 

De wijsheid staat vermeld in de bijna 20 jaar oude essaybundel ‘Waarover ik praat als over hardlopen praat’. Verhalen waarin hij het onder meer heeft over zijn MD-speler. Ja, ik moest ook even denken. Toen wist ik het weer. Verdomd, die zijn er ook nog geweest: minidisc spelers. 

Ik had het boek uit de kast gepakt om, zoals dat genoemd wordt, ‘inspiratie op te doen’, een prachtig verwoorde uitdrukking om een gebrek aan eigen ideeën te maskeren. Ik was dan ook ten einde raad. Zondag neem ik met 44.000 anderen deel aan de adidas 10K Paris, een parcours dwars door het centrum van de stad. Maanden geleden heb ik me daar al voor ingeschreven maar iedere poging tot voorbereiding werd steeds verdrongen door ‘onrendabele bezigheden’, met name lui op de bank liggen. In mijn wereld is dat een bezigheid. Ik tik dit in precies die positie op mijn iPhone.

Ik zocht ook troost bij Murakami, die zo mooi kan schrijven over zijn tekortschieten en daarmee waarschijnlijk een route naar de Nobelprijs uitzet. Hij loopt ieder jaar minstens één marathon, als uitdaging aan zichzelf. Ha, ik loop ieder jaar minstens één keer de 10 kilometer, om dezelfde reden. Maar dan lees ik hoe hij schrijft over dat het hem een keer niet lukte de marathon binnen de door hem nagestreefde tijd te rennen. Iets dat mij keer op keer overkomt.

“De redenen voor mijn falen waren duidelijk: onvoldoende voorbereiding, onvoldoende voorbereiding, en onvoldoende voorbereiding. Daarmee is alles gezegd. Ik had niet genoeg kilometers in de benen en ik was niet genoeg afgevallen. Onbewust was de hoogmoedige gedachte binnengeslopen dat ik ook zonder degelijke training die tweeënveertig kilometer wel even zou kunnen afwerken. Er is een heel dunne scheidslijn tussen gezond zelfvertrouwen en ongezonde overmoed.” 

O, wat is dit allemaal herkenbaar. Al twee maanden heb ik een tot anderhalve kilo overgewicht, die ik er zo af zou kunnen rennen. Maar dan moet ik wel rennen. Hoogmoed, ja dat zal het zijn. Hoogmoed vermomd als angst. Nu werd die angst pas echt. Daar, op het papier, beschreef Murakami zwart op wit mijn tekortschieten: onvoldoende voorbereiding. Mijn falen is nu al onvermijdelijk. Misschien, heel misschien, slaag ik er in de 10 kilometer te volbrengen zonder door de bezemwagen opgeveegd te worden. 

Wat schreef ik daarentegen in januari met mijn grote bek? “Nu maar in juni een toptijd halen. Ik heb nog zes maanden om te trainen. Dat is gelukkig gratis.” Ik heb sindsdien 14 keer 5km gerend. Nog geen 4 keer per maand. Eind januari deed ik daar 34:34 over, eind mei 37:51. Ik ben dus langzamer gaan lopen. Ik train mezelf achteruit.

Gelukkig troost Murakami ook met het inzicht “dat kwaliteit van leven niet afhangt van vaste gegevens zoals resultaten en cijfers en rangschikkingen, maar als een veranderlijk iets vervat zit in de actie op zich.” En hij leert me dat ik er vooral plezier in moet hebben: “Een marathon heeft pas zin als je ervan geniet. Waarom zouden tienduizenden mensen tweeënveertig kilometer lopen als ze het niet leuk vonden?”

Ik moet het dus gewoon leuk vinden zondag. In Le Parisien lees ik een enthousiasmerend artikel. Nooit eerder waren er zoveel deelnemers aan de 10k van Parijs. 48 procent van hen is vrouw. 133 nationaliteiten nemen deel. Voor 66 procent van de renners is dit de eerste keer dat ze deze race lopen. Ruim een kwart van heeft zelfs nooit eerder 10k gelopen. Het stelt me een beetje gerust. 

Ik lees dat het parcours van het Trocadéro langs de Seine voert en dan door het centrum naar de Arc de Triomphe gaat. “Het terrein is vlak tot de 9e kilometer en de ingang van de Champs-Élysées, waar de enige klim van de dag tot aan de finish zich bevindt.” O nee! Net als ik uitgeput ben wacht me dus een hoogteverschil van wel 25 meter. Dat is tien verdiepingen…

Ik zou het liefst thuisblijven maar ik kan niet meer terug zonder zoveel gezichtsverlies te lijden dat ik maandagochtend in een lege spiegel zal kijken. Ook daarin steunt Murakami me met zijn ervaring bij het volbrengen van de originele marathon: 

“Toen ik daadwerkelijk in Athene arriveerde en die extreme hitte voelde, schrok ik me een ongeluk. Ik begon te beseffen dat het wellicht echt geen normale zaak was. Maar ja, ik had met veel fanfare aangekondigd dat ik in hoogsteigen persoon het originele marathonparcours ging afleggen en daarover een stuk zou schrijven, en om die reden was ik helemaal naar Griekenland gekomen. Nu kon ik niet meer terugkrabbelen.”

Ik kan niet meer terugkrabbelen. Dat is het. Ik moet naar Parijs en de bezemwagen zien voor te blijven. Lezers die me al langer volgen, weten dat het niet voor het eerst is dat het zo gaat. Ook dat abonnement op falen keert terug bij Murakami:

“Ook nu nog maak ik bij elke marathon die ik loop ongeveer hetzelfde mentale proces door als wat ik hier beschreven heb. Tot kilometer dertig denk ik dat me deze keer een goede tijd gaat lukken, maar voorbij kilometer vijfendertig raakt mijn brandstof op en begin ik me om van alles en nog wat kwaad te maken. En op het laatst krijg ik dat gevoel dat ik een auto ben die voortrijdt met een lege benzinetank. Maar een poosje later vergeet ik al die pijn en die ellendige gedachten volkomen, en neem ik me vast voor om ‘het de volgende keer beter te doen’. Hoeveel ervaring ik ook opdoe, hoeveel ouder ik ook word, uiteindelijk herhaalt alles zich weer.”

Deel alles door 5 en je komt op mijn parcours.  Tot 6 kilometer zal het waarschijnlijk nog gaan want dan word ik meegesleurd in de stroom van duizenden renners, ook al halen die me allemaal in. Totdat ik helemaal achteraan loop, of beter gezegd snelsjok. Daarna voel ik de vlammetjes van de hel opflakkeren en begint het lijden. Ik vrees de dorst. In Parijs doen ze niet aan wegwerpbekers. Je moet zelf een bidon meenemen die je onderweg een keer kan bijvullen. Dat betekent dat ik stil moet gaan staan. De ervaring leert dat ik dan niet meer op gang kom.

Ik heb me voorgenomen niet te gaan wandelen. Ik hoop dat me dat lukt. Door Murakami realiseer ik me ook nog iets anders. Hij schrijft dat hij nog nooit heeft opgegeven en altijd de finish haalde. Ik kan geloof ik hetzelfde zeggen. Ik strompelde zelfs in 2019 over de eindstreep van de Dam tot Damloop die even later stilgelegd moest worden omdat vanwege de hitte de ambulances op waren. Al moet ik aantekenen dat ik vorig jaar bij een 10k run voor Oekraïne tijdens het lopen wel overschakelde naar de 5k variant door geen tweede rondje te maken. Die uitvlucht van inkorten is er zondag niet. Dus ik ben er niet gerust op. 

Ik moet zondag om 11:30 aan de start verschijnen. Vorig jaar liep ik in Parijs een 10km parcours in 1 uur en 12 minuten.

Zo’n tijd zal me nu niet lukken. De bezemwagen passeert om 13:00 uur de finish. Ik ben al blij als ik daar niet in zit. Duim voor me svp. Ik ga het nodig hebben.

Haruki Murakami; Waarover ik praat als ik over hardlopen praat; vertaling Luk van Haute; uitgeverij Atlas; 2009.

Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Abonneer je nu gratis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.