
Vorig weekend was ik in Parijs, toen de lichtstad nog niet in lichterlaaie stond. Ik begon maandag bij terugkomst wat gedachten op te tikken over op terrasjes zitten, mensen kijken en wat me daarbij opviel. Op dinsdag schoot vervolgens een agent in een Parijse voorstad een tiener, Nahel, dood. Het was een aangekondigde dood want hij zei ‘ik schiet je door je kop’. De politie loog eerst nog dat Nahel op hen was ingereden. Een video toonde het tegendeel. De gevolgen lieten zich raden. Afgelopen nacht voor de vijfde dag op rij rellen, brandstichtingen, protesten.
Ik moest denken aan Les Misérables uit 2019, de film van Ladj Ly, die zelf opgroeide in een banlieue. En aan Athena van Roman Costa Gavras. De eerste laat de context goed zien, de tweede de onvoorstelbare hoeveelheid geweld. Het zijn heftige films maar als ik de verhalen lees en de beelden zie, denk ik dat de werkelijkheid de fictie overtreft. Alsof er een revolutie losbarst.
Het valt me op dat er relatief weinig aandacht voor is. De woede wordt hier kennelijk niet gevoeld, we begrijpen er te weinig van. Of het is gewoon de taalbarrière. De afstand kan het niet zijn. Er werd ook gereld in Lille, 75 kilometer van de grens met Nederland. De rellen sloegen ook even over naar Brussel, wat toch ook redelijk dichtbij is. We zouden er meer mee bezig zijn geweest als het Los Angeles was.
Misschien dat we denken dat het bij Frankrijk hoort. Bij de protesten van de gele hesjes was er ook veel geweld. En pas nog bij de demonstraties tegen de pensioenverslechtering. Denk aan de beelden van mensen die drinken op een terras terwijl de straat brandt.
Ik zat dus ook op een terras in Parijs. Toen het nog rustig was. Dat is een heerlijke ervaring. Op een terras willen zitten is op zich al voldoende reden om erheen te gaan. Parijs heeft natuurlijk zijn musea, boulevards, restaurants en parken en dat is allemaal prachtig maar de stad heeft vooral ook zijn mensen. Niet zo maar mensen maar een bijzondere soort. Ik bedoel louter om te zien, want als toerist heb je nu eenmaal geen gewoon contact met de plaatselijke bevolking. Ze kleden zich met zorg en bewust en lopen vaak ook zo rechtop dat het lijkt of ze jarenlang geoefend hebben met zware boeken op hun hoofd.
In Parijs is iedere straat een catwalk. Daarom hebben ze ook zoveel terrasjes, zodat de bewonderaars ontspannen kunnen genieten van de niet aflatende stroom die voorbij komt. Het was Paris Men’s Fashion Week en daarom extra feest. Mannen in rokken, met topjes en met blote navels. Sommigen zwaar opgemaakt. Of dan weer een kerel in stoere werkkleding waarvan slechts de verfijnde vingers verrieden dat hij zware arbeid alleen in de gym verricht.
Om nog maar te zwijgen over de vrouwen, in alle denkbare verschijningsvormen, op stiletto’s die er zo gevaarlijk uitzien dat ze op weg lijken naar een crime passionel. Of dan weer zware motorboots onder een frêle minirok, als een elfje dat op weg is naar Robot Wars. De broeken zijn kort deze zomer, las ik ergens, maar in Parijs bleken ze nog korter.
Als je mensen snel wilt beoordelen moet je naar de schoenen kijken. Die vertellen net zoveel als bij een sollicitatiegesprek de eerste handdruk.
Je moet altijd zorgen dat je schoenen op orde zijn, kreeg ik ooit als advies van mijn broer die zelf een expert was in het maken van een goede indruk. Gepoetst, schoon, verzorgd. Dat is waar mensen het eerste naar kijken. Als ze slim zijn tenminste. Want aan schoenen kun je zien hoe goed iemand zichzelf echt verzorgt, verduidelijkte hij. En zoals zo vaak voegde hij er aan toe ‘vrouwen weten dat’.
Toen ik er op begon te letten, merkte ik dat hij gelijk had. Vooral vrouwen doen dat. Ze kijken je aan en laten dan in een flits hun blik naar je schoenen gaan. Zo snel dat het niet eens opvalt.
Dus begon ik na het zoveelste drankje op het terras naar de schoenen te kijken. Niet alleen naar de speciale van de mannequins die voorbij paradeerden maar ook die van alle anderen. Dat laatste met de vraag: welke zou ik zelf willen hebben? Dat is altijd een effectief criterium. 99,9 procent viel meteen af. Wat een smakeloosheid.
En ik zag dat mijn broer gelijk had. Onverzorgde, vuile schoenen zijn een afknapper. Zie vieze schoenen en je vraagt je meteen af of de drager zijn of haar tanden wel gepoetst heeft. Bij vrouwen komen onverzorgde schoenen overigens minder voor. Mannen krijgen zelfverzorging in het patriarchaat meestal niet aangeleerd. Veel vieze mannen. Ineens vroeg ik me af of er wel eens onderzoek is gedaan naar de vraag of mannen vaker ziektes verspreiden dan vrouwen.
Dat verzorgen van schoenen is ook een probleem omdat vrijwel iedereen sneakers draagt. Zelf ben ik er nog al op gefixeerd om mijn sneakers schoon te houden – een nagelborstel met beetje zeep en warm water of als dat niet helpt in aparte schoenzakjes in de wasmachine – maar dat is aanzienlijk lastiger dan het ouderwetse poetsen. Als de schoenpoetser niet al verdwenen was zou hij dat nu zijn met al die sneakers. Sneakers nodigen ook niet uit tot verzorging. Het zijn een soort wegwerpschoenen. Typisch Amerikaans.
Nog opvallender is dat het bijna allemaal Nikes waren, daar in Parijs, net als in de rest van de wereld vermoedelijk. Ik draag zelf nooit Nikes – ik heb een milde weerzin tegen het merk, onder andere vanwege de Amerikaanse marketing – maar de rest van de wereld dus wel. Nike is het uniform van de kapitalistische samenleving zoals het mao-pak dat in communistisch China was.
Ik wilde daar dus het een en ander over opschrijven maar toen braken de rellen los en leek de trivialiteit me ongepast. Een beetje over schoenen schrijven terwijl de straten in brand staan.
Totdat ik zag dat de woedende menigte de Nike store bij Les Halles bestormde. Niet omdat ze het kapitalisme wilden vernietigen maar omdat ze de sneakers wilden hebben. Wij willen wat iedereen heeft, zou de leuze van de banlieue-opstand kunnen zijn.
Ik vermoed dat de echte revolutie nog even op zich laat wachten.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.
Ik kijk naar handen. Naar nagels.
Ook effectief, maar die kun je niet altijd meteen zien. Of is daar ook een truc voor?