Een van de beroemdste films ooit is À bout de souffle (Buiten adem) waarmee de destijds 26-jarig Jean-Luc Godard in 1960 de hele filmwereld op z’n kop zette. De film barst van de nonchalante rebellie en vernieuwing die de jaren ‘60 zouden gaan kenmerken en is de bekendste titel van de Nouvelle Vague (nieuwe golf) die met de cinema deed wat de New Wave/punk zo’n 15 jaar later met de muziek zou doen: rauw, echt en spontaan.
Tot gisteravond had ik dit meesterwerk nooit gezien. Misschien vanwege de intimidatie die van veel beroemde werken uitgaat. Wat als het tegenvalt, of erger: ik er niks van begrijp?
In de bioscoop draait nu Nouvelle Vague, een zwart-wit speelfilm in jaren ‘60 beeldformaat waarin met grote precisie wordt getoond hoe À bout de souffle in 20 dagen is geschoten met een extreem laag budget. Net als de acteurs en crew destijds word je als kijker helemaal gestoord van de werkwijze van Godard. Beroemd is het gegeven dat hij pas iedere ochtend het script maakte van wat er die dag geschoten moest worden. Of dat hij de acteurs Jean Seberg en Jean Paul Belmondo tot hun verbijstering teksten liet improviseren en pas in de montage veel dialoog toevoegde.
Die montage is een van de vernieuwendste aspecten van de film, hij springt van de hak op de tak terwijl het verhaal daar alleen maar beter van wordt. De scènes werden live gedraaid in Parijs, met het echte publiek als figuranten. Om nog maar eens wat te noemen dat niet eerder vertoond was.
Belmondo werd er een van de grootste filmsterren door. De Amerikaanse Seberg (1938-1979) ook maar is onder verdachte omstandigheden jong overleden. Ze werd als activiste jarenlang getreiterd en tegengewerkt door de FBI op last van president Richard Nixon, tot voor kort de ergste president uit de geschiedenis.
À bout de souffle is kortom een onneembaar hoogtepunt. Ik ging naar de bioscoop met het idee dat Nouvelle Vague een handige shortcut kon zijn. Ik zou kennis nemen van het meesterwerk zonder dat zelf te hoeven zien. Een beetje als de stripversie van een literaire klassieker. Lekker makkelijk.
Het pakte anders uit. Na twee uur verliet ik de bioscoop, fietste naar huis en bekeek daar vervolgens het origineel. Ik raad je aan hetzelfde te doen. Het levert een aparte ervaring op.
Nouvelle Vague laat er meteen bij het begin geen twijfel over bestaan dat je de totstandkoming van een monument gaat zien. Van iedereen die meewerkte wordt als ze in beeld verschijnen de naam getoond, wat het effect oproept van historische foto’s. O was die er ook bij… Het zijn de lieden rond Cahiers du Cinema, een legendarisch kritisch filmtijdschrift, die zelf ook films maakten want “dat is de beste vorm van kritiek”. François Truffaut, Claude Chabrol, Agnes Varda.
Godard is een fascinerend irritant figuur die nog nooit een film heeft gemaakt maar wel weet dat hij het helemaal anders gaat doen. Het script, voor zo ver hij zich daar aan houdt, is geschreven door Truffaut en gaat over een jonge crimineel die het aanlegt met een Amerikaanse studente.
Natuurlijk gaat de film over de liefde en de vraag of die bestaat, het eeuwige Franse thema. De relatie tussen de twee hoofdrolspelers is even chaotisch als authentiek. Ik moest denken aan mijn eigen ervaringen. Toen ik net zo oud was als de hoofdrolspelers raakte ik eens een vriendinnetje kwijt aan een crimineel. De verwarring van toen, hoe er overduidelijke aantrekkingskracht uit kan gaan van zo’n enorme klootzak, werd verdomd weer helemaal opgeroepen. Al gebeurde dat pas toen ik het origineel ging bekijken. Ik was wel blij dat ik eerst Nouvelle Vague had gezien want daardoor begreep ik beter waar ik naar keek. Zonder die informatie weet ik niet of ik het meesterwerk herkend zou hebben. De Nachtwacht oogt ook anders als die in een achteraf zaaltje hangt.
Ik ben natuurlijk geen filmkenner maar door Nouvelle Vague zag ik lagen van de film die er doorheen schijnen, ook al werd dat niet allemaal zo benoemd of bedacht ik ze misschien zelf. Zo is er een connectie met Casablanca, voor mij nog altijd de beste film die ik ooit gezien heb. Van die film, ook een ten dode opgeschreven liefdesgeschiedenis, is bekend dat de makers bij aanvang nog niet wisten hoe het verhaal zou aflopen. Godard paste die werkwijze in extremo toe. Humphrey Bogart is zijn voorbeeld. In Casablanca speelt deze een personage dat een boef is maar toch goed blijkt. De ontzettend saaie en degelijke verzetsheld uit die film heet Laszlo. Het kan toeval zijn maar Belmondo gebruikt die naam in Au bout de souffle spottend als pseudoniem. In de jaren ‘60 kwamen de jongeren in opstand tegen hun ouders die getekend waren door de oorlog.
Een van de beroemdste zinnen uit Casablanca – ‘we’ll always have Paris’ – die de onsterfelijke koestering van onmogelijke liefde vervat, kan zo toegepast worden op Au bout de souffle. Ik heb geen idee of dat terechte observaties van me zijn, die ik ook nog eens slordig opschrijf, maar die associaties werden nu eenmaal bij me losgemaakt. En wat moet ik anders zeggen over een film waar al zoveel over gezegd is?
Nou dit dan nog: Nouvelle Vague toont een ongelofelijke creatieve onrust in een wereld die nog aan het herstellen is van de verschrikkingen van WOII. Het is het soort onrust waarvan ik me afvraag of die nu weer gaat losbarsten of dat we daarop toch weer moeten wachten tot na het einde van WOIII. Dan is dit een aardige preview.
Nouvelle Vague is een Netflix-productie. Ik weet niet of die al online te zien is. Een onlangs gerestaureerde versie van À bout de souffle is onder meer te huur bij Apple tv.
Iedere zondagavond verstuur ik In de Week. Abonneer je hier gratis.