De volgende etappe van de zomerreis door Europa diende zich aan: Budapest-Berlijn. Volgens de dienstregeling was dat de meest probleemloze reis want zonder overstappen. ‘s Ochtends om half acht vertrekken en om half zeven arriveren in de Duitse hoofdstad na een reis door Hongarije, Slowakije, Tsjechië en Duitsland. Wat kon er misgaan? Niets toch?
Nou ja, niets.
Het begon eigenlijk al meteen bij het begin. De coupé in de enorm lange trein was nagenoeg leeg en heerlijk rustig, gedurende enkele minuten. Toen installeerde zich op de stoelen aan de andere kant van het gangpad een gezin. Zo te horen waren het Denen. Let op wat ik zeg: zo te horen. Het was namelijk onmogelijk om ze niet te horen. In plaats van een carré famille, waarbij je aan een tafel tegenover elkaar zit, zoals die verderop in de trein volop aanwezig waren, hadden zij gekozen voor stoelen achter elkaar. Maar ze voerden vanuit die positie wel gewoon hun familiale keukentafelgesprekken. Ik bestudeerde ze zo onopvallend mogelijk. Het waren merkwaardige types. De moeder trok haar schoenen uit en pakte een afzichtelijk breiwerk uit een van haar grote tassen, de man maakte een ontbijt klaar met een enorme beker yoghurt, de jongen begon onophoudelijk met dobbelstenen te gooien op het metalen uitklap tafeltje. Ondertussen ging het onderlinge geouwehoer op megafoonsterkte door. Aan de intonatie hoorde ik dat het notoire kletskousen waren. Deze mensen kenden geen pauzestand. Ik dacht aan wat Schopenhauer er over heeft opgemerkt, of op had moeten opmerken. Dat sommige mensen kletsen om te voorkomen dat de stilte hen confronteert met hun gebrek aan gedachten. Ja Arthur, dat was het.
Ik dacht na over mijn lot voor deze dag die zich nu uitstrekte als een duistere mentale tunnel. De trein reed na Berlijn door naar de Deense grens. Dat zal hun bestemming zijn. Ze zouden dus niet bij een van de volgende stations uitstappen. Nee, dit ging de hele 13 uur lange reis duren. Ik graaide in wanhoop mijn noise cancelling koptelefoon uit mijn rugzak. Beethoven, mijn redder in nood. Al het leed dat hij wist om te zetten in schoonheid, zijn gebroken hart, meedogenloze hospita’s, toenemende doofheid. Daar was dit ongemak allemaal niks bij. Zelfs na extra tweaken van de instellingen hoorde ik de Deense invaders nog door de strijkkwartetten heen ratelen. Ik keek naar buiten, naar het prachtige en ongetwijfeld doodstille landschap en vroeg me zoals wel vaker af ‘why me Lord, why me?’
De verlossing kwam, zoals dat hoort in de westers christelijke traditie, in de vorm van een nog groter probleem dat het voorgaande verdrong. De RailJet is een soort hogesnelheidstrein van de Tsjechische spoorwegen maar om de een of andere reden bleef dit monster maar tussen de 80 en 120 km per uur rijden, zoals te zien was op monitoren boven het gangpad. Soms remde de trein heel plots af. Zo hard dat de baggage in de rekken naar voren schoof. Dan stonden we even stil en reden vervolgens weer verder. Alsof er voortdurend kuddes schapen het spoor overstaken, of zoiets. De conducteur riep een mededeling om in het Hongaars en daarna in iets waarvan ik vermoed dat het als Engels bedoeld was. Delay. Due to. Waiting. Meer verstond ik er niet van. Ineens stonden we 20 minuten stil. Er was nog iets merkwaardigs met deze hogesnelheidstrein, die een zeer lang traject van minstens 1300 kilometer aflegt. Hij stopte ongeveer ieder half uur op een station. Alsof het een soort internationale Sprinter was.
De Denen waren inmiddels tot bedaren gekomen, of ik was er gewend aan geraakt. Een gevoel van zen kwam bij me op. Dit was treinreizen zoals het moet zijn, zacht zoeven onder het zwerk met een constante snelheid waardoor je het landschap voorbij ziet gaan als een film. Heerlijk. Ik zou zo door kunnen reizen naar Narvik in Noorwegen. Ik pakte mijn boek op en trachtte mijn leesritme in balans te brengen met de cadans van het spoor. Hoe heet dat ook alweer, zo’n Oosters woord dat uitdrukt dat je persoonlijk universum in evenwicht is?
Terwijl ik in nieuw verworven gelukzaligheid door mijn woordenschat aan het graven was, verscheen er plots een blauwe uniformbroek naast me.
“Tickets.”
Ik opende de app van de Oostenrijkse spoorwegen waarmee ik een reservering had gemaakt voor de reis van Hongarije naar Duitsland in een Tsjechische trein, ja zo gaat dat, en toonde mijn kaartje. Een piep van de handscanner klonk.
“This is reservation. I need your ticket,” klonk het ongeduldig. De conducteur keek me met bijbehorende blik aan. Stekeltjeshaar en de licht fanatieke uitstraling van een politieagent tijdens een strenge alcoholcontrole. Ik zocht de interrail app op en toonde de QR code. Er klonk geen goedkeurende piep maar een knorrige bromtoon.
“That’s no ticket. I need ticket.”
Ik liet de QR code weer zien.
“I need ticket for today. That’s not for today.”
Ik keek naar het scherm. OMG…
De Interrail app is ontworpen door een buitenaardse intelligentie die er op uit is kortsluiting in je hersenen te veroorzaken. Iedere poging om te beschrijven hoe die ‘werkt’ leidt tot een onbegrijpelijke woordenbrij. Laat me een vergeefse poging wagen. Omdat je een x aantal reisdagen hebt binnen een maand moet je iedere reisdag apart activeren. Activeren klinkt makkelijk maar dat is het natuurlijk niet. Je moet namelijk eerst een reis toevoegen. Die moet je opzoeken in een zogenaamde planner, aanmaken, bewaren, dan naar de reisdag gaan en daar de bewaarde reis aanvinken.
Dit is een beknopte, toegankelijke uitleg die een zeer vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid is.
Ineens vreesde ik wat er was gebeurd. Een dag eerder had ik de procedure om de reisdag te activeren doorlopen maar ging er – heel gek – iets mis en ik moest het proces opnieuw doen. En toen had ik kennelijk iets verkeerd gedaan en de vorige dag geactiveerd in plaats van vandaag.
“Sorry, ik heb de verkeerde dag geactiveerd.”
“Ticket.”
“Kijk, er is iets misgegaan.” En ik liet hem zien wat ik bij mezelf verkeerd had gedaan.
“Ticket.”
“Ja maar kijk u kunt het zien, ik heb een fout gemaakt.”
“That’s not my problem.”
Ik keek hem aan. Een Slowaakse conducteur. Slowakije, het land waar de rancune aan de macht is. Een pennenlikker in de traditie van regels zijn regels, zodat ze zelf nooit na hoeven denken. Hij stond er op dat ik een kaartje kocht. Tot aan de grens met Tsjechië. Ik vroeg hem beleefd hoe dat nou was, om geen ziel te hebben en je hersens nooit te gebruiken. Hij bleef stuurs voor zich uitkijken. “Not my problem.” Het hele concept van de gruwelijke interrail user interface werd me duidelijk: sadistische minachting, ontworpen door dit soort mensen.
Ik rekende het ticket af. 14,40 euro. Het voelde als 1440 euro. Aan zijn conducteurstas hing een kaartje met zijn naam. Ik maakte er een foto van.
“No photo.”
“Jawel, want ik ga een klacht indienen.”
Plots veranderde zijn houding.
“American?”
“Nee, Nederland.”
Er verscheen een glimlach. O, Nederland. Ineens leek ik een mens. Hij zei vriendelijk gedag en liep door naar de volgende.
Het Oosterse woord voor die gebalanceerde innerlijke staat van zen hoefde ik niet meer op te zoeken. Die stemming was inmiddels onder de trein terechtgekomen. Ik kookte misschien niet van woede maar pruttelde wel. Natuurlijk had ik een fout gemaakt bij het activeren van de dag. Dat overkomt mij met ieder formulier, altijd doe ik wel iets verkeerd. Ik heb formulierenangst. Ik declareer meestal nooit iets omdat de procedurele taak me meer levensduurbekortende stress oplevert dan ik de vergoeding waard vind. Dat klinkt misschien overdreven maar dat is het niet: ik ben bureaucratisch analfabeet. Met alle onzekerheid die daarbij hoort. Alles wat met papierwerk en procedures te maken heeft voelt voor mij als een mijnenveld.
De conducteur kon makkelijk zien dat ik een fout had gemaakt. Dat ik geen zwartrijder was. Het interesseerde hem niet. Hij is er niet om reizigers te helpen maar om ze aan te pakken. Een houding die je in Nederland eigenlijk niet meer gewend bent sinds de parkeerwachters geen bonnen meer uitschrijven.
Natuurlijk ging ik geen klacht indienen. Maar ik had er geen bezwaar tegen hem die illusie geven. Zo slecht ben ik nou ook wel weer. Humeur om humeur, chagrijn om chagrijn. Ryanair is in vergelijking met de Tsjechische spoorwegen een klantvriendelijk bedrijf.
Ik keek nog eens naar de app en zag toen pas dat de datum niet op gisteren stond maar op volgende week. Ik had mijn volgende reis vanaf Berlijn geactiveerd in plaats van die erheen. Dat betekende dat ik gewoon nog een reisdag over had voor vandaag, zoals de bedoeling was. Ik zag nu ook dat je het scherm kunt scrollen en er dan een knop tevoorschijn komt met ‘Use travelday’, dan hoef je helemaal niet eerst een ‘journey’ vast te leggen en toe te voegen. Klik. Ineens had ik een geldig kaartje voor vandaag. Moest ik nu de conducteur gaan opzoeken en uitleggen wat er aan de hand was? Ik liet het voor wat het was. 14,40 euro boete voor mijn bureaucratisch onvermogen, ik heb er wel hogere prijzen voor betaald.
Inmiddels had zich achter me een hoestende, oude man genesteld. Hoesten is misschien niet het juiste woord voor deze vulkaanuitbarstingen met diep gerochel. Hij bedekte zo te horen duidelijk zijn mond niet. Ik versmalde mijn houding wat zodat alle bacillen aan beide zijden van de rugleuning langs me heen zouden vliegen zonder me te besmetten in wat voor vorm dan ook.
De vertraging was nu opgelopen tot 40 minuten. “Due to late arrival of the train from abroad,” vermeldde het infoscherm. Tuurlijk, het is altijd de schuld van het buitenland. Het maakte me niet uit. Ik hoefde niet op tijd in Berlijn te zijn. Het gerochel achter me begon ook al te wennen en ik ging weer op zoek naar mijn zen-gevoel.
De rust duurde niet lang. Even later klonk het “Polizei. Passport bitte.” Wat gaan we nou krijgen? O wacht, Duitsland heeft onder druk van xenofobe lawaaimakers weer grenscontroles ingevoerd. Mijn paspoort, waar had ik dat ook alweer opgeborgen? Of zou een rijbewijs ook goed zijn? Ik probeerde me tevergeefs het verschil tussen een identiteitsbewijs en een legitimatiebewijs te herinneren.
Twee agenten in uniform passeerden me zonder iets te controleren en stopten een paar rijen verder bij voor mij onzichtbare passagiers. Hun reisdocumenten werden zorgvuldig bestudeerd, er werden vragen gesteld die meer als een verhoor klonken. Het duurde minuten en minuten. Toen liepen ze door, de wagon uit. Ik richtte omhoog om iets uit het baggagerek te pakken en keek naar de ondervraagde passagiers. Een keurig gezin, zo te zien Indiaas. De enige reizigers in de wagon met een bruine huidskleur. Alle andere passagiers werden ongemoeid gelaten. Hoeveel illegale Russen zouden er bijvoorbeeld tussenzitten? Het interesseerde de grenspolitie niet. Laat je niks wijsmaken, dit soort grenscontroles hebben niks met grenzen te maken maar alles met apartheid.
Al eerder had ik bij het passeren van de Hongaarse grens vanuit Oostenrijk gemerkt dat de houding van de conducteurs ineens heel anders was. In Frankrijk, Spanje, Italië, Oostenrijk waren ze vriendelijk en behulpzaam. Zelfs toen het in Frankrijk een complete chaos werd en ze belaagd werden door wanhopige en boze passagiers. Maar bij het passeren van de Hongaarse grens diende zich een nieuw fenomeen aan, de macht en arrogantie van het uniform.
De Amerikaanse filosoof George Lakoff – wereldberoemd dankzij zijn test ‘don’t think of an elephant’ (wat onmogelijk is als je die opdracht hoort) – beschreef ooit het verschil tussen een progressieve en een conservatieve samenleving aan de hand van een gezin. In een progressief gezin geldt gelijkwaardigheid, kinderen worden betrokken bij beslissingen, helpen de leden elkaar en geniet iedereen zoveel mogelijk vrijheid. In een conservatief gezin daarentegen neemt de vader – meestal zonder overleg – de beslissingen, wordt gehandeld naar zijn opdrachten en moet iedereen gehoorzamen anders volgt er straf. In wat voor soort gezin zou je zelf willen opgroeien?
Terug naar de reis. Ik zal niet zeggen dat ik dol ben op treinen – ik hou namelijk helemaal niet van reizen, dat is een ander verhaal – maar ik vind het wel het fijnste vervoermiddel dat ik ken. Het is een ongekende luxe om je al luierend te verplaatsen, te genieten van het landschap en enige lotsverbondenheid te voelen met je medepassagiers. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Bovendien hebben treinen als deze een restauratiewagen. Die was verderop in de trein. Verderop, als in echt verderop. Het bleek een stevige wandeling, wat geen kwaad kan als je de hele dag zittend doorbrengt. De inrichting van de trein maakte weer grote indruk, de conducteur – inmiddels vervangen door een Tsjech – had zelfs een eigen kantoortje dat oogde als een receptie. Halverwege de trein was er een heuse kinderbioscoop. Het was allemaal net zo vriendelijk vernuftig als bij Ikea.
De restauratiewagen, meer een soort cafetaria, zat vol. Er dampten borden met warme maaltijden, een soort stamppot met rokende worsten. Mannen dronken aan tafel bier uit grote glazen. Ik realiseerde me dat alcoholconsumptie in vliegtuigen tot enorme problemen leidt maar dat je dat eigenlijk nooit hoort over treinen. Bij de bar hing een bordje dat er geen alcohol verkocht wordt aan personen onder de 18 en klanten die teveel gedronken hebben. Ah, kijk aan.
Het was druk aan de bar. Van een vriendin die in de horeca werkt leerde ik ooit dat je wachttijden kunt inschatten door te letten op hoe er cappuccino gemaakt wordt. Dat vereist verschillende handelingen die je gelijktijdig of na elkaar kunt verrichten. Simpel gezegd, wordt de melk gekookt tijdens het doorlopen van de koffie of pas daarna? In het eerste geval ben je snel aan de beurt, bij het laatste zul je lang moeten wachten. Wat opgaat voor cappuccino geldt ook, minder duidelijk, voor alle andere handelingen achter de bar. Je kunt wel raden wat ik zag.
Ik heb geen haast en ik ga niet ongeduldig doen, prentte ik mezelf in. Vanuit mijn positie kon ik letterlijk in de keuken kijken en zag hoe een medewerker in een kop soep naar binnen werkte tussen het braden van de worsten door. Deze mensen waren al vanaf half acht of nog eerder in touw.
Ik was aan de beurt en bestelde een alcoholvrij bier, maar dat was op en ja, de cola zero ook. Net als de versnaperingen die ik na een lange studie van de menukaart had uitgekozen. Ik liep terug naar mijn stoel met een zak chips en een mij onbekende limonadesoort. Reizen is ontdekken. Het smaakte allemaal prima.
De rochelende man was inmiddels uitgestapt en had plaatsgemaakt voor een drukbezette Amerikaanse kantoormedewerker die in een ‘call’ zat. Het grote nadeel van draadloze oortjes is dat mensen niet meer discreet in een microfoon kunnen fluisteren maar luid voor zich uit praten. Ik hoorde hem overleggen over de sociale media postings die ingepland moeten worden voor augustus en een profiel dat aangemaakt moet worden voor ene Guido. Ik onderdrukte de neiging me om te draaien en mee te gaan vergaderen. Ik zat immers al middenin die meeting en kon best nog wat tips bedenken. Meestal helpt dat wel om snel tot een oplossing te komen, in de zin dat de meeting dan beëindigd wordt. De zichtbare verbazing dat er buiten de online meeting ook andere mensen blijken te bestaan, is goud waard. Maar nu liet ik het gaan. Niet nog een conflict.
Ik dacht na over de wereld waar ik doorheen reisde, in termen van opiniestukken en politieke peilingen. Aan de ene kamt conservatieven die verslaafd zijn aan hiërarchie, aan de andere kant de neoliberalen die niets moeten hebben van collectiviteit en de medemens louter als concurrent of obstakel zien. Dat is waar de wereld door verscheurd wordt. Je begrijpt, ik laat mijn eigen tekortkomingen even buiten beschouwing, het is immers vakantie.
We naderden Berlijn. De trein had inmiddels meer dan twee uur vertraging. De omroeper legde in drie talen geduldig maar vasthoudend de verdere reismogelijkheden uit. Ik hoorde iets over vliegvelden en vluchten. Tot slot volgde een uitleg van de overnachtingsmogelijkheden voor mensen die niet meer verder konden.
De trein kwam tot stilstand. Berlin Hauptbahnhof. Kwart over negen, de avond was aan het vallen. Het was eigenlijk een vlekkeloze reis geweest. Ik zag andere passagiers rennen of vertwijfeld om zich heen kijken. Het is misschien een beetje gemeen maar soms kun je je ook gelukkig voelen door de ellende die je bespaard blijft. Wat een heerlijk avontuur weer deze reis. Eerst maar eens wat te eten zoeken.
Om minder afhankelijk te zijn van social media maak ik iedere zondag een nieuwsbrief met tips, ervaringen en ideeën. Interessant voor iedereen. Abonneer je nu gratis.